Nederland wapenland

Door Martin Broek

Extra! 22 februari 2002. Nederland behoort tot de tien grootste wapenexporteurs ter wereld. Voor ingewijden een bekend gegeven, maar nauwelijks terug te vinden in de reguliere media. Fem de Week, Vrij Nederland en VPRO radioprogramma Argos zijn de uitzonderingen. Toch zijn er regelmatig aanleidingen hier meer aandacht aan te besteden. Het gaat dan niet om de vieze zaakjes die beklonken worden in de achterkamertjes van donkere kroegen en krochten, waar de pers zo dol op is. De meeste deals worden gesloten door mannen in pak vanuit glimmende kantoren met medeweten van ambtenaren op ministeries.

De Joint Strike Fighter (JSF of F-35)

De aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF) heeft niet te klagen gehad over aandacht van de media. Het gaat dan ook om een forse order van 7 miljard Euro. Aan deze aanschaf zitten in de toekomst ook wapenhandelaspecten. De Nederlandse industrie wordt betrokken bij een deel van het productieproces. De JSF is een relatief kleine bommenwerper die door de Verenigde Staten wordt ontworpen voor de exportmarkt. Overigens net als de Nederlandse voorganger, de F-16. Er is geen glazen bol nodig om te veronderstellen dat ook de JSF in de toekomst naar allerlei dubieuze bestemmingen zal worden geëxporteerd.

Turkije

Tot nu toe heeft een aantal landen belangstelling getoond om bij de productie betrokken te worden, te weten: Engeland, Canada, Nederland, Noorwegen, Denemarken, Singapore en tenslotte Turkije. Vermoed wordt dat ook Italië en Israël mee gaan werken. In Turkije worden jachtvliegtuigen ingezet om Koerdische doelen te bombarderen. Nederland levert al jaren jachtvliegtuigen, zoals de 104 Starfighters, 60 NF-5 vliegtuigen en een regelmatige stroom aan onderdelen voor F-16's. In Den Haag huilt men regelmatig krokodilletranen als blijkt dat vliegtuigen van een type dat Nederland heeft geleverd, worden ingezet voor oorlogstaken die niet onder de NAVO-taken vallen en soms wordt zelfs symbolisch een tijdelijk wapenembargo ingesteld. Enige jaren geleden stelde een woordvoerder van het ministerie van Defensie: "Iedere keer als Turkije bombardementen uitvoert op Koerdische doelen, vragen wij ons af of ze daarvoor 'onze' Starfighters gebruiken."(Brabants Dagblad 27/01/99) Tevens stelde hij dat het ministerie niet weer wil worden geconfronteerd met een zo duidelijke schending van het Nederlandse wapenexportbeleid.

Fraaie woorden, tegelijkertijd bereid het ministerie wel verdere samenwerking met de Turkse luchtmacht voor. Onder andere Stork/Fokker en Philips produceren onderdelen voor de JSF - hoewel verwerkt in een Amerikaans product en vrijwel onzichtbaar - die uiteindelijk bij de Turkse luchtmacht belanden. Het Nederlandse en Europese wapenexportbeleid dat restrictief zegt te zijn bij leveranties naar spanningsgebieden en geen wapens levert waarmee de mensenrechten kunnen worden geschonden wordt daarmee wederom onderuit gehaald. Als wapenleveranties aan het Turkse leger door de beugel kunnen dan blijkt dat machtspolitieke overwegingen van een groter belang zijn dan mensenrechten en internationale veiligheid. Bovendien is het niet moeilijk om nu al te voorspellen dat in geval van onenigheid tussen de Verenigde Staten en een of meer deelnemers over het al dan niet wenselijk zijn van een levering aan een bepaald land, de eersten aan het langste eind zullen trekken. Hierdoor wordt het wapenexportbeleid nog verder ondermijnd. Formeel heeft Nederland wel het recht af te zien van leveranties van onderdelen voor ongewenste bestemmingen, maar in de praktijk zal bitter weinig gebruik worden gemaakt van deze mogelijkheid. Dit zal niet alleen gelden voor Turkije.

Bommenwerper voor de export

De F-16 is verkocht aan tal van landen, waaronder Pakistan, Egypte, Turkije en Indonesië (zie tabel). Het hameren van kritische journalisten op het mogelijk falen van het project (omdat jachtvliegtuigen militair achterhaald zijn en het maar de vraag is of ze verkocht zullen worden) is een benadering, maar met evenveel recht kan je een andere benadering kiezen. Het is zeer wel mogelijk dat de F-35 net zo succesvol wordt als zijn voorganger de F-16. In dat geval is een meer principiële kritiek wenselijk. Waaronder de kwestie of Nederland wel mee moet werken aan de export van dergelijke troep naar tal van landen. De vraag zal ook aan de orde moeten komen of Nederland wel mee moet blijven doen aan vredesoorlogen zoals in Afghanistan en Servië. De benadering (zoals onder andere door de Socialistische Partij, zie www.sp.nl) dat de gelden die nu uitgetrokken worden voor de JSF beter kunnen worden besteed, is terecht en kan een punt zijn om kritiek van de grond te krijgen, maar uiteindelijk zal men niet om de meer politieke vragen heen kunnen. Onder andere de interventiepolitiek van Nederland, maar ook de huidige ontwikkeling naar een militarisering van de economie, zoals in de Verenigde Staten duidelijk zichtbaar is en in Europa door de NAVO wordt voorgestaan. De megaorder van Nederland biedt voldoende aanknopingspunten voor een dergelijke benadering.

Onderzeeërs voor Taiwan

Een andere kwestie. In april vorig jaar beloofden de Verenigde Staten Taiwan acht diesel aangedreven onderzeeërs. Die worden echter al decennia lang niet meer geproduceerd in de Verenigde Staten. Dat betekent dat de technologie in de Verenigde Staten niet voorhanden is en men ze op korte termijn niet kan bouwen. Bush deed kortom een belofte die hij niet waar kon maken. Nederland en Duitsland, de meest voor de hand liggende landen waar de technologie dan wel vandaan zou kunnen komen, haastten zich te verklaren dat zij iedere medewerking zouden weigeren. Handelsrelaties met China, vandaar. De supermacht stond in zijn hemd. Op het Pentagon werd verwoed gezocht naar een oplossing. "Dit is het begin van het proces en de Verenigde Staten hadden de toezegging zeker niet gedaan als we niet het idee hadden dat de toezegging waargemaakt kan worden. We voorzien zeker een oplossing," zo stelde Ari Fleischer, de woordvoerder van het Witte Huis.

De kwestie Taiwan behoort tot de belangrijkste veiligheidsproblemen in deze wereld en onderzeeërs worden algemeen gezien als gevaarlijke sluipmoordenaars. Al met al een cocktail die alle buitenlandse aandacht in de pers voor het aanbod van Bush verklaart. In Nederland zijn het uitsluitend Menno Steketee van NRC-Handelsblad en Argos die de kwestie volgen. Dat is opmerkelijk aangezien Nederland een prominente rol in de kwestie speelt.

Ten eerste leverde de Nederlandse werf Wilton Fijenoord onderzeeërs aan Taiwan. De nieuwbouw afdeling van Wilton Fijenoord is ter ziele en de Rotterdamse Droogdok Maatschappij heeft belangrijke delen hiervan en het scheepsontwerpbureau (Nevesbu) dat de onderzeeërs ontwierp overgenomen. Nog steeds gaan ieder jaar voor miljoenen reserveonderdelen naar Tapei. Dit gaat om zulke grote hoeveelheden dat Taiwan nog steeds tot de belangrijkste afnemers van Nederlandse wapensystemen behoort. Taiwan doet nu zaken met de RDM van Joep van den Nieuwenhuyzen. Zakelijke relaties tussen de RDM en de Taiwanese scheepsbouwer China Shipbuilding Corporation (CSBC) zijn daardoor goed voor elkaar.

Ten tweede verklaarde de tweede man van CSBC, Yu Chen-nan, in de Asia Times dat vertegenwoordigers van de RDM vlak na het aanbod van Bush in China op bezoek gingen om de werf te adviseren over de bouw van onderzeeërs. De contacten bouwen ook voort op een lange relatie, waarbij onder andere begin jaren negentig een productieplan voor onderzeeërs in Taiwan door de RDM werd opgezet. Deze opzet ketste af omdat men het in Taiwan te lang vond gaan duren. De onderzeeërs zouden niet voor 2000 van stapel lopen.

Ten slotte heeft de RDM bouwtekeningen geleverd aan de Amerikaanse werf Ingalls voor bouw van onderzeeërs die bedoeld zijn voor Egypte. De Verenigde Staten hebben de essentiële kennis dus al in huis. De blauwdrukken voor de productie van onderzeeërs voor Egypte mogen echter niet gebruikt worden voor een andere levering. Dit vereist een nieuw contract en een nieuwe exportvergunning door de Nederlandse overheid. Die overheid stelt dat ze die niet zullen geven en daarmee lijkt de kous af. Lijkt, omdat beambten op het Pentagon er geen geheim van maken dat ze zich weinig zullen aantrekken van gewone omgangsregels. In De Los Angeles Times (15/07/01) beschrijft Jim Mann onder het kopje ' License to steal?' de oplossing die op het Pentagon de ronde doet. De Amerikaanse regering vraagt een bedrijf de onderzeeërs te bouwen en stelt daarbij geen vragen over de oorsprong van het ontwerp. Een oplossing die zowel de Amerikaanse regering als de defensie-industrie wel zien zitten. Dit artikel van Mann leidde tot aandacht in de Volkskrant. Daarna werd het weer stil rond de affaire in de Nederlandse pers. In Jane's Defence Weekly en Defense News kwam ze nog wel aan de orde. Beide bladen laten er weinig misverstand over bestaan dat fatsoensnormen in deze branche niet zo nauw worden genomen. Jane's (21/11/01) citeert een hoge medewerker van de Amerikaanse marine, die stelt dat de projecten Egypte en Taiwan wel samen op zullen trekken "hoewel de Nederlandse regering, die de intellectuele eigendomsrechten bezit op de Moray [de onderzeeër waar het hier om gaat, MB], heeft gezegd dat ze Taiwan geen onderzeeërs zal leveren. Dit suggereert dat als een dergelijke deal plaatsvindt, het op slinkse wijze moet gebeuren. Een andere ambtenaar in de VS stelde dat zulke beperkingen niet onoverkomelijk zijn. De VS kan de blauwdrukken krijgen van een ander land dat de RDM-onderzeeërs heeft gekocht, en ze doorspelen naar de Amerikaanse marine. No questions asked." Ook in weekblad Defence News wordt breed uit de doeken gedaan hoe de VS intellectuele piraterij gaan bedrijven. De mogelijke leverancier van de kennis zal "de mogelijkheid willen hebben te ontkennen dat ze de leverancier zijn." (22-28/10/01) Het gaat hier om goed georganiseerde illegale wapenhandel van overheden. Het wordt voor de onderzeebootwatchers een leuke taak om te bekijken op basis van welke technologie uit welk land de Taiwanese onderzeeërs zijn gebouwd als ze over enige jaren in de vaart worden genomen. Het zal te zijner tijd hopelijk niet blijven bij een symbolische diplomatieke rel als bekend wordt dat er Nederlandse technologie in zit. De RDM zal zijn geld wel krijgen via een van de brievenbus BV's die directeur Joep van den Nieuwenhuyzen tot zijn beschikking heeft. Op wat zwakke Kamervragen van PvdA'rs Koenders en Apostolou na bleef het in Nederland stil. Inderdaad 'No questions asked,' zelfs niet door de pers.

(zie voor meer wapenhandelnieuws: www.stopwapenhandel.org)

Landen die de F-16 gekocht hebben

Land Aantal Land Aantal
Bahrein 22 Noorwegen 72
België 160 Pakistan 40
Chili 10 Portugal 45
Denemarken 73 Singapore 38
Egypte 196 Taiwan 150
Griekenland 100 Thailand 36
Indonesië 12 Turkije 246
Israel 189 Venezuela 24
Jordanië 16 Verenigde Staten 1500
Nederland 223 Zuid-Korea 160

Bron: 'LMTAS - F-16 Customers,' Lockheed Martin Webpage.



Terug