Don Quichotte versus de milieubeweging

De kruistocht van een Elsevier-journalist

Al jaren gaat Elsevier-journalist Simon Rozendaal luidruchtig tekeer tegen alles wat milieubeweging heet. De actievoerders zouden liegen en overdrijven, ze maken de burger nodeloos bang met hun apocalyptische verhalen en uiteindelijk zijn ze slechts uit op behoud van hun eigen, gesubsidieerde baantjes. Is Simon Rozendaal een rancuneuze mopperpot of zit er iets waars in zijn kritiek? Jos Overbeeke hield zijn berichtgeving tegen het licht.

Door Jos Overbeeke


Extra! 22 februari 2002. Simon Rozendaals artikelen in het weekblad Elsevier gaan niet over de milieubeweging maar zijn gericht tegen de milieubeweging. In de tientallen stukken die de afgelopen jaren van hem in het blad verschenen, valt hij nergens op een compliment richting actievoerders of ambtenaren te betrappen. Hij bijt nog liever zijn tong af dan dat hij iets vriendelijks opschrijft. Werkte Rozendaal nu voor een obscuur blaadje, dan was er niet zo veel aan de hand. Maar zijn in gif gedrenkte stukken staan in het grootste opinieblad van Nederland, dat hem regelmatig volop de ruimte geeft.

Rozendaal streeft niet naar evenwichtige journalistiek. Dat blijkt al uit de koppen. De dramatische titels moeten de milieuclubs en hun gedachtegoed in het hart treffen: 'de milieumaffia', 'CO2-geleuter', 'de broeikasmythe'. Nogal eens start Rozendaal zijn verhaal met hoog van de toren te blazen maar blijkt zijn werkelijke argument flinterdun. Zo begint hij zijn stuk over de 'broeikasmythe' (omslagartikel van 29 maart 1997) met de bewering dat we ons geen zorgen meer hoeven maken over de CO2-uitstoot en niemand zich nog schuldig hoeft te voelen dat hij dit broeikasgas uitademt. De broeikastheorie zou immers weerlegd zijn.

In werkelijkheid handelt zijn stuk over een alternatieve verklaring voor de temperatuurtoename in de 20e eeuw. Deze zonnevlekkenverklaring is nauwkeuriger dan de CO2-verklaring, aldus Rozendaal, maar is een zeer voorlopige theorie. Net als aan de broeikastheorie kleven er aan de zonnevlekkengedachte veel haken en ogen, geeft Rozendaal toe. Waarom dan met zo veel tamtam beginnen, vraag je je af.

Verdachtmakingen

In het algemeen treffen we in Rozendaals stukken drie soorten argumenten aan. In de eerste plaats is er de psychologie van de kouwe grond. De journalist schuift milieuactievoerders en -ambtenaren graag kwaadaardige motieven in de schoenen. Een voorbeeld: Waarom erkennen Lucas Reijnders en Wouter van Dieren niet dat het milieu al jaren weer schoon is en dat ze dus niets meer te doen hebben? Omdat ze bekende Nederlanders zijn geworden en het leuk vinden als de buurvrouw zegt: goh, ik zag u gisteren bij Paul Witteman. Rozendaals artikelen zitten vol met dit soort niet ter zake doende kwaadsprekerij.

Ten tweede zijn er de one-liners en de propaganda. Rozendaal verluchtigt zijn pagina's regelmatig met strooigoed. "Het verwijderen van fosfaat uit wasmiddelen heeft veel geld gekost en was onnodig." Punt. Daar mogen we het mee doen. Nergens een argument of enige onderbouwing. "Nitraat in grondwater is geen gevaar voor de gezondheid." Idem dito.

En dan zijn er de propagandistische kaderstukjes die de Elsevierlezers als weetjes gepresenteerd krijgen: "Vroeger moest je een uur reizen om [een aalscholver] te zien, tegenwoordig is de aalscholver een plaag. Oorzaak één is het schone water, oorzaak twee de vermesting. Mest is dus goed voor de natuur, zo toont de aalscholver aan." Kwestie afgehandeld, probleem opgelost. Iedereen die zich een beetje in de materie verdiept heeft, weet dat de zaken gecompliceerder liggen. Sommige dieren- en plantensoorten doen het inderdaad beter dan 20 jaar geleden, andere gaan nog steeds achteruit. En dat komt mede door het voedselrijke, vermeste water.

Rozendaal geeft vaak van zulke eenzijdige of onjuiste beschrijvingen. Dat doet hij willens en wetens, want soms blijkt dat hij goed op de hoogte is van ins en outs. Die vinden we in het derde type teksten: de langere beschouwingen.

Voorjaar 2001 lanceerde Rozendaal een grootscheepse en frontale aanval op het milieu-establishment. Onder de kop 'de milieumaffia' (3 maart) verwijt hij de groene groeperingen dat ze geïnstitutionaliseerd zijn geraakt en een machtsfactor zijn geworden. Hij neemt het de voormalige actievoerders kwalijk dat ze van hun acties hun beroep hebben gemaakt, dat ze tegenwoordig gesubsidieerd worden, over chique kantoren beschikken en meepraten in officiële organen. Het lijkt wel alsof Rozendaal heimwee heeft naar de jaren zeventig, toen de idealisten nog in rommelige achterkamertjes hun protesten bekokstoofden.

Misschien is er inderdaad iets van de romantiek van het milieuwerk af, maar wiens probleem is dat? Is het erg dat de milieubeweging een permanent karakter heeft gekregen? Nadat de 40-urige werkweek was ingevoerd en het stakingsrecht geregeld, is de vakbeweging toch ook niet overbodig geworden? Zoals arbeidsverhoudingen nog vaak problematisch zijn, zo zit er -ook nu het milieu schoner is geworden- aan maatschappelijke keuzes meestal een milieuaspect. Dus heeft de groene beweging recht op haar inbreng.

In hetzelfde artikel verwijt Rozendaal de natuur- en milieuclubs leugens te verspreiden. Hij noemt de bekende geschiedenis van Greenpeace en de Brent Spar. Natuurlijk mag de milieubeweging geen onjuiste voorstelling van zaken geven, maar zulke fouten beroven haar niet van haar bestaansrecht.

Overbodig

Hier zijn we bij het kernpunt van Rozendaals kruistocht. Sinds midden jaren tachtig zijn de 'echte milieuproblemen' opgelost en heeft de milieubeweging geen bestaansrecht meer, vindt hij. "Met het milieu gaat het fantastisch", staat er op 20 maart 1999 in alweer een omslagartikel.

Nee, dan de jaren zestig en zeventig, toen had je nog serieuze problemen. Er was veel vervuiling en de Rijn was een open riool. De lucht was vies en dit deed de mensen letterlijk naar adem happen. Het grootste probleem was de uitstoot van zwaveldioxide, die in Londen vierduizend doden op zijn geweten had. In Europa en Noord-Amerika zijn deze problemen al lang opgelost en de actievoerders en ambtenaren hadden daarmee tevreden moeten zijn en hun winkel moeten sluiten, wil Rozendaal maar zeggen. In plaats daarvan kwamen ze met steeds nieuwe onheilsboodschappen op de proppen, zoals dioxine en bodemvervuiling. Weliswaar vindt Rozendaal dit geen verzonnen zaken, maar ze zijn in zijn ogen duidelijk minder urgent dan de thema's van de jaren daarvoor.

Toen ook dit was opgelost kwamen de milieufanaten met het broeikaseffect aanzette. Ze wisten niet van ophouden. "Dit is de slimste uitvinding van de milieumaffia. Het is een waarlijk duurzaam probleem: voor duidelijk is of het al of niet klopt, zijn de meeste onheilsprofeten al met pensioen."

Rozendaals beschrijving van hoe de grote milieuthema's in de loop der jaren verschoven zijn, kan kloppen. Maar is het zo raar om steeds nieuwe kwesties bij de hoorns te vatten tot de leefomgeving optimaal schoon is? Dat je eerst de meest levensbedreigende zaken aanpakt en daarna de minder urgente, dat is toch heel normaal? Dat is geen kwestie van pensioenverzekering.

Rozendaal vindt van wel, want als het om de broeikastheorie gaat, hebben we met een onbewezen stelling van doen. Sterker nog, het is 'geleuter' en 'volksverlakkerij', zoals hij herhaaldelijk opschrijft. Nu is de broeikastheorie inderdaad zeer onvolkomen. Veel aspecten van het klimaat begrijpen we nog niet en onder klimaatwetenschappers bestaat geen consensus over de juistheid van de theorie. Voor Rozendaal was het de afgelopen jaren dan ook niet moeilijk steeds nieuwe dissidenten te vinden. Deze liet hij altijd uitgebreid aan het woord.

Zwak punt in zijn kruistocht tegen de CO2-theorie is echter dat hij niet reageert op de recente bevestigingen ervan. Zo wonnen de computermodellen die het klimaat beschrijven, de laatste jaren sterk aan voorspellend vermogen. Bovendien raakten de wetenschappers van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) steeds meer overtuigd van het werkelijk bestaan van het broeikaseffect. De organisatie stelde in januari 2001 dat de opwarming van de laatste vijftig jaar 'waarschijnlijk' het gevolg is van de toenemende concentraties broeikasgassen. En volgens een rapport van de Amerikaanse National Academy of Sciences, gepubliceerd in juni, is het broeikaseffect de afgelopen twintig jaar 'sterk opgetreden'. In Elsevier lezen we niets over deze ontwikkelingen.

Pikante details rond het NAS-rapport zijn overigens dat het werd opgesteld in opdracht van de Amerikaanse president en broeikasscepticus Georg W. Bush en dat het mede ondertekend is door klimaatwetenschapper Richard Lindzen. Tien jaar geleden interviewde Rozendaal deze man nog omdat Lindzen destijds nog niet geloofde in het broeikasverhaal.

Kernenergie

Hoe sterk moeten de argumenten zijn, wil Rozendaal zich laten overtuigen van de juistheid van de broeikastheorie? Na het bovenstaande zal het niet verbazen dat Rozendaal het altijd oneens is met de milieubeweging. Als Milieudefensie en Natuur en Milieu ergens tegen zijn, dan is hij voor. Zijn de milieugroepen voor, dan is hij tegen. Zo ziet hij geen heil in windenergie. De opbrengst van de windturbines is gering en het landschap wordt er niet fraaier op. Nu moet gezegd dat Rozendaal hier een punt heeft. Een substantiële energieopbrengst vereist een flink aantal windmolens, maar waar kun je die zonder bezwaar neerzetten?

Voor Rozendaal is de oplossing duidelijk: kernenergie. Die is in zijn ogen veilig en produceert niet het vermaledijde CO2. Als we ons werkelijk druk maken over het broeikaseffect en tegelijkertijd de welvaart willen behouden, dan is kernenergie onontkoombaar, is zijn stelling.

26 mei 2001 pakte hij hierover breed uit ('De terugkeer van kernenergie'). De positieve ontwikkelingen op dit gebied -er kunnen veiliger kerncentrales gebouwd worden- kregen ruime aandacht. Uiteindelijk liep zijn verhaal vast, want Rozendaal is wel zo eerlijk het afvalprobleem te vermelden. Zoals hij recentelijk (16 februari) ook deed in een artikel over de kernreactor in Petten. Dit afvalprobleem is nog steeds niet opgelost. Maar daarmee belanden we twintig jaar terug, toen Nederland een brede maatschappelijke discussie voerde over kernenergie. Besloten werd -onder meer vanwege dit afvalprobleem- niet door te gaan met kernenergie.

Concluderend kun je stellen dat journalist Simon Rozendaal hier en daar terecht kritiek heeft op wat de milieubeweging doet en denkt, maar meestal redeloos om zich heen slaat, verblind door zijn afkeer. Je krijgt de neiging om, net als de kritikaster zelf, te gaan speculeren en psychologiseren over de achtergronden hiervan. Wat bezielt deze man? Is 'ie ooit beledigd door Lucas Reijnders? Is 'ie ooit een vette subsidie misgelopen die later naar Natuur en Milieu ging? We weten het niet.

Dit artikel verscheen eerder in licht gewijzigde vorm in het magazine van Milieudefensie van nov/dec 2001.



Terug