Vrijheid van meningsuiting in Turkije

In Turkije wordt de uitgever, Fatih Tas, bedreigd met een gevangenisstraf van 1 jaar voor het publiceren van een bundel essays, wegens het maken van "propaganda tegen de ondeelbare eenheid van het land, natie en staat van de republiek Turkije". In november was de Europese Unie vol lof over Turkije wegens de aanpassingen in de Turkse wetgeving ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Buiten beschouwing bleef de Turkse anti-terrorisme wetgeving op basis waarvan de Turkse aanklager, uit de door Tas uitgegeven bundel, twee passages heeft gevist om de 22-jarige uitgever in de gevangenis te doen belanden. Een van de passages gaat over de behandeling van de Koerden door Turkije als "een van de ergste schendingen van mensenrechten in de negentiger jaren". Dat is het. Een jaar gevangenisstraf. Er is in de Nederlandse kranten aan deze zaak slechts een miniscuul artikel gewijd, notabene door de kunstredactie van de NRC.

Door Martin Hulsing

Dit verhaal staat niet op zichzelf. Het maakt onderdeel uit van een veel groter verhaal dat in de Nederlandse media nauwelijks terug te vinden is. De enige uitzondering is het radioprogramma Argos van de VPRO, dat in de loop van jaren aan de verschillende aspecten van het verhaal, variërend van wapenleveranties tot het terugsturen van Turkse en Koerdische dienstweigeraars, op uiterst zorgvuldige wijze aandacht hebben besteed. Maar zij zijn een uitzondering binnen de Nederlandse media en intellectuele kringen. De bezorgdheid van de Westerse media over het lot van de Salman Rushdies in de wereld is hartverwarmend, des te ijselijker de stilte als het schrijvers, uitgevers of journalisten uit Turkije betreft. Geen items op het journaal en experts van Clingedael in Netwerk. Er heerst stilte. Oorverdovende stilte.

Fatih Tas

Vorig jaar september gaf Fatih Tas een bundel met essays uit met de titel 'American Interventionism'. In november werd hij aangeklaagd door de speciale Turkse anti-terrorisme aanklager, Bekir Rayif Aldemyr, op basis van het gevreeste artikel 8 van de anti-terrorisme wetgeving voor het maken van "propaganda tegen de ondeelbare eenheid van het land, natie en staat van de republiek Turkije". De twee passages die de aanklager aanhaalt komen uit een essay van Noam Chomsky, waarvan de oorspronkelijke titel luidt "Prospects for Peace in the Middle East". In die eerste passage wordt het beleid van de Turkse staat tegen de Koerden omschreven als "een van de ergste mensenrechtenschendingen van de jaren 90." De tweede passage is de opmerking dat de Koerden "in de gehele geschiedenis van het moderne Turkije op afschuwelijke wijze zijn onderdrukt, maar dat dat veranderde in 1984. In 1984 begon de Turkse regering een enorme oorlog in het zuidoosten tegen de Koerdische bevolking … Het resultaat was vreselijk: tienduizenden mensen vermoord, 2 a 3 miljoen vluchtelingen, en ethnische zuiveringen op grote schaal waarbij zo'n 3500 dorpen werden vernietigd."

Deze passages kunnen voor de argeloze krantenlezer misschien schokkend overkomen, maar voor hen die er enige kennis van hebben genomen via mensenrechtenrapporten of de kleinere berichtjes in de kranten is het geen verrassing. Ook in de periode dat er vrijwel dagelijks berichten waren in de media over de etnische zuiveringen van de Serviërs in Bosnië en Kosovo, voltrok zich binnen de grenzen van onze NAVO-bondgenoot en aankomend lid van de Europese Unie hetzelfde tafereel, gericht tegen de grotendeels Koerdische bevolking in het zuidoosten van Turkije, zoals overtuigend wordt bevestigd door allerlei mensenrechtenorganisaties. Het bespreekbaar maken wordt in Turkije gezien als terrorisme, evenals vele andere zaken.

Onderdrukking

Turkije heeft een lange geschiedenis in het onderdrukken van kritiek. En op dit moment is er een heftige strijd gaande met als inzet de vrijheid van meningsuiting. Fatih Tas werd daarom ook vanuit Turkije direct ondersteund door allerlei groepen, waaronder de verschillende mensenrechtenorganisaties en een aantal internationale organisaties zoals Human Rights Watch, Index on Censorship en de International P.E.N. Deze strijd is al wat langer gaande. Er zijn bijvoorbeeld allerlei schrijvers, journalisten, studenten en activisten van mensenrechtenorganisaties die hun naam als uitgever verbinden aan het herdrukken van verboden boeken en artikelen. Het doel is om de Turkse staat onder druk te zetten de wetgeving te veranderen, in plaats van de gevangenissen te vullen met talloze publieke personen.

Tientallen schrijvers, journalisten en activisten zijn veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. In 1999 werd Günay Arslan, een alom geprezen schrijver, door de regering veroordeelt voor het "verspreiden van propaganda die de ondeelbaarheid van het land ondermijnt". Arslan werd veroordeelt tot 1 jaar en 8 maanden gevangenisstraf, en een boete. Zijn boek "History in Mourning, 33 bullets," had een inleiding die werd toegeschreven aan een in 1992 vermoorde pro-Koerdische politicus en waarin de wrede onderdrukking van de Koerdische opstand werd besproken.

Human Rights Watch vermeldt dat alleen al in de afgelopen drie maanden 68 studenten zijn gearresteerd voor het schrijven van brieven aan de autoriteiten van de universiteit met het verzoek of de Koerdische taal in het curriculum kan worden opgenomen. De verwachting is dat ook zij zullen worden aangeklaagd onder de anti-terrorisme wetgeving. De autoriteiten beweren dat de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die tegen de Turkse veiligheidstroepen vocht tot 1999, achter de studentenbeweging staat. Verder vermeldt Human Rights Watch dat vele van die studenten zijn gemarteld tijdens hun gevangenschap. Eveneens zijn er 13 vrouwen gearresteerd bij een protestbijeenkomst tegen sexuele mishandeling. Ze werden op 5 februari 2002 voor de rechtbank in Istanbul aangeklaagd wegens "belediging van de veiligheidstroepen".

Wat moet er gebeuren voordat de Nederlandse kranten en intellectuelen zich druk gaan maken over de vrijheid van meningsuiting in Turkije, waarbij zelfs de oproep tot "broederschap" tussen Turken en Koerden in het verleden door de rechtbank werd veroordeeld op grond van het "aanzetten tot rassenhaat".

Amerikaanse arrogantie

Op 13 februari, iets meer dan een week geleden, moest Fatih Tas aantreden in de rechtbank van Istanbul. Chomsky, de eigenlijke schrijver van de twee gewraakte passages, was ook aanwezig en had de aanklager zelfs aangeboden om naast Tas plaats te nemen in de beklaagdenbank, hetgeen hem als schrijver van de passages tien jaar gevangenschap zou kunnen opleveren. De aanklager echter wees dit op vriendelijke wijze af, met het argument dat het "buiten zijn rechtsbevoegdheid" lag. Volgens de Turkse wet zijn de schrijvers van vertaalde werken niet wettelijk verantwoordelijk voor het vertaalde materiaal, alleen de vertalers en uitgevers. Ook de zaak tegen Tas was snel afgelopen. De aanklager aanvaardde de verdediging van de advocaat van Tas dat de bedoelde passages "geen propaganda waren tegen de integriteit van de staat."

Hoewel Chomsky voorzichtig was in het nemen van de verantwoordelijkheid voor de vrijspraak, was er voor Fatih Tas geen enkele twijfel: "als Chomsky hier niet aanwezig was geweest ... dan hadden we niet hoeven rekenen op zo'n uitspraak." In de Turkse media werd geërgerd gereageerd op de komst van Chomsky. Columnisten gaven blijk van hun afkeer over "het valse bewustzijn van een genie", "de absurditeiten van een ouderwetse wetenschapper uit de vorige eeuw," en zagen het zelfs als een voorbeeld van de "Amerikaanse arrogantie" van deze "onverantwoordelijke" buitenstaander. Dat klinkt als een bekend verhaal.

Chomsky reisde ook nog door naar Diyarbakir, de niet-officiële hoofdstad van Turks Koerdistan. De autoriteiten drongen er aanvankelijk op aan bij het Democratisch Platform, -de overkoepelende organisatie bestaande uit plaatselijke NGO's en vakbonden die als organiserend committee fungeerde - om "speciale toestemming" te vragen aan het Turkse Ministerie van Binnenlandse Zaken voor het organiseren van een openbare bijeenkomst met Chomsky. Deze eis echter werd na enig oponthoud door de autoriteiten ingetrokken.

Onverschilligheid

Robert Fisk merkt op dat het "nauwelijks twee maanden [was] nadat de Europese Unie zijn lof uitsprak over Turkije voor het aannemen van nieuwe wetten ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting, dat de autoriteiten in Ankara de anti-terrorisme wetgeving toepasten ter vervolging van de Turkse uitgever". Zelfs al is de rol van de EU landen zelf in dit opzicht tamelijk bedroevend, het is ontegenzeggelijk waar dat de aankomende toetreding gunstige effecten heeft voor de ontwikkeling tot meer openheid binnen Turkije. Op de dag van het proces van Fatih Tas was er bijvoorbeeld in Istanbul eveneens een conferentie met de ministers van buitenlandse zaken van de EU en de Islamic Conference Organisation, met de hoogdravende titel, "Topontmoeting der Beschavingen".

Daarbij komt het feit dat de oorlog tegen de Koerden tot een einde is gekomen. Ondanks de grote overwinning voor de Turkse staatsterreur, met naar schatting 37.000 doden sinds 1984, voornamelijk Koerdische opstandelingen en burgers, zal het minder eenvoudig zijn veranderingen tegen te houden wegens gebrek aan legitimiteit. Daarmee is ook het enthousiasme te verklaren dat Turkije aan de dag legt om zich aan te sluiten bij de 'strijd tegen het terrorisme'.

Wat de uitkomst zal zijn van deze moedige strijd van schrijvers, advocaten, journalisten, mensenrechtenactivisten en anderen in Turkije voor de vrijheid van meningsuiting is nog volslagen onduidelijk. De risico's die ze alleen al lopen voor het veroordelen van de onderdrukking zijn niet kinderachtig. Hen wacht vaak gevangenschap en soms veel erger. Fatih Tas staan bijvoorbeeld nog verschillende rechtszaken te wachten die bij een veroordeling kunnen leiden tot een totale straf van 24 jaar. Het is al dapper genoeg om je uit te spreken in Istanbul, veel erger nog is de situatie in het zuid-oosten na 15 jaar oorlogsterreur. Maar ook daar wordt nog steeds gestreden, voor de culturele rechten van het Koerdische volk en voor de vrijheid van meningsuiting.

Chomsky merkt op in zijn lezing in Turkije dat het belangrijkste effect van de mediapropaganda in het Westen is dat "het mensen reduceert tot wezens die onverschillig staan ten opzichte van hun omgeving en alleen nog maar geïnteresseerd zijn in consumptie." Wat kan het oordeel zijn over de Nederlandse media en intellectuelen in het algemeen wanneer we dat spiegelen aan de opstelling van vele van hun collega's in Turkije?



Terug