De toeschouwersdemocratie in Nederland: terug naar 1848?

Door Thijs Vissia

Extra ! 2 februari 2002. De directeur van het CPB, Paul Schnabel formuleerde als volgt de nieuwe rol van de staat in Nederland: 'de overheid geeft richting, neemt ruimte, boekt resultaat en legt rekenschap af'. Schnabel droeg met deze visie bij aan het debat over de zogenaamde 'nieuwe overheid', waar iedereen de mond vol van heeft. Iedereen - dat wil zeggen de kleine groep van 'beleidsmakers' en 'intellectuelen' die de Staat der Nederlanden regeert.

Schnabel's '4R-model' kreeg veel lof in de landelijke pers. Richting, Ruimte, Resultaat, Rekenschap - de krachtige toon staat in scherp contrast met de moeizame omgang van de paarse kabinetten met affaires als Srebrenica, de NS, de IRT, de Bijlmerramp. Geen van allen is tot tevredenheid afgerond, en er zit alweer een stevige nieuwe affaire aan te komen: de Joint Strike Fighter is door een kongsie van Luchtmacht, defensie-industrie en VVD bijna al aangeschaft voordat kamer of kabinet erover besloten heeft. Het openbaar bestuur kampt met malaise. Het afgelopen jaar hebben velen besloten dat 'de polder' de schuld draagt.

De polder heeft vooral betrekking op het grootste probleem van alle moderne staten, de economie. Recessie - dat eigenaardige natuurverschijnsel - bedreigt de stabiliteit van het openbaar bestuur, van de consensus en de overlegcultuur waarop elk evenwicht rust. De vrees voor de toekomst zit er stevig in bij de bestuurders en intellectuelen, al worden hun zorgen nauwelijks gevoeld door de rest van de bevolking. Paul Scheffer noteerde: 'We leven in een overgangstijd: de façades van onze instituties lijken onveranderd, maar de leegte is voelbaar, overal heerst een gevoel van malaise.' (NRC, 4 januari 2002)

In een commentaar in NRC-Handelsblad schreef Hubert Smeets al even onheilspellend: 'Het legitimatieprobleem van de politieke democratie wordt bij elke verkiezing groter. (...) Het politiek bedrijf dreigt zich te ontwikkelen als een hoofd zonder lichaam.' (NRC, 9 augustus 2001)

Plotselinge vertrouwensbreuken zijn nooit uit te sluiten, waarschuwt Smeets. 'Veel ingewikkelde problemen, zaken waarover niet zo makkelijk overeenstemming is te bereiken, zijn onder het tapijt van de consensus geveegd. Onder een minder gunstig economisch gesternte, als problemen minder snel kunnen worden afgekocht, zullen die problemen toch om een oplossing vragen. Dan gaat het niet langer om draagvlak, maar om echte politieke keuzes.'

Hubert Smeets haalt een begrip aan van Jos de Beus. Ingewijd in de techniek van het moderne besturen als hij is - De Beus is hoofd van de opleiding politicologie aan de UvA en gaf vorm aan de Amsterdamse kieslijst van de PvdA - bedacht hij de term 'toeschouwersdemocratie'. De toeschouwersdemocratie kenmerkt zich erdoor dat 'politiek helemaal beleid is geworden'. De confrontaties in verkiezingstijd zijn vervallen tot een ritueel dat aan de maatschappelijke verhoudingen geen wezenlijke verandering toebrengt.

Nederland lijdt er nauwelijks onder, aldus Smeets. 'Het ideologisch geladen debat over fundamentele keuzes is grotendeels vervangen door vragen van organisatorische aard. (...) De jaren van verdergaande depolitisering gingen gelijk op met voorspoedige economische ontwikkeling.' Dan komt de clou: 'Is er eigenlijk wel een probleem? Niet als politiek wordt versmald tot optimalisering van welvaart. Wel als politiek wordt beschouwd als essentieel bestanddeel van burgerschap.'

Angstig vermijden de filosofen het de 'ingewikkelde problemen' van onze staat bij de naam te noemen, maar de vraag die ze stellen is keihard. Gelden politieke rechten voor iedereen, of is de democratie vervallen tot façade voor de macht van de burgerij? In dat geval zijn alle anderen - als in 1848 - niet meer dan onderdanen. De politieke keuzes zijn al gemaakt, maar stemt u even mee?




Terug