Nederlands Palestina Komitee: het recht op wederhoor

Op 8 januari 2002 verscheen in Trouw een artikel van Jeroen den Blijker over het Nederlands Palestina Komitee. De auteur voerde hiervoor een gesprek met twee medewerkers van het Komitee. Deze voelden zich na lezing van het artikel in de krant, twee maanden na het gevoerde gesprek, nogal belachelijk gemaakt. In een poging een en ander te verduidelijken schreven zij een eigen stuk en legden dit aan Trouw voor ter plaatsing. Dit bleek voor de krant te lang (1300 woorden) en moest worden ingekort. Hun verkorte versie (800 woorden) verscheen uiteindelijk als ingezonden brief, door de redactie teruggebracht tot maar liefst 180 woorden... Extra! biedt de auteurs bij deze gelegenheid hun eerste verweer in zijn geheel te plaatsen.

Door Kees Wagtendonk en Jan Moerings

Extra! 2 februari 2002. Waar blijft het Palestina Komitee terwijl Israëlische tanks en gevechtshelicopters de Palestijnse "nederzettingen" bestoken, zo vraagt Jeroen den Blijker in Trouw van 8/1 zich af. Tegelijkertijd stelt hij dat wàt het komitee doet de pers niet haalt. Zo voert het komitee een boycotactie tegen Israëlische producten voor winkels van Albert Heijn waarvan zelfs de woordvoerder van deze supermarkt niets weet.
Aldus het begin van een artikel over de activiteiten van het Palestina Komitee. De basis ervan vormde een achtergrondgesprekje op verzoek van JdB twee maanden eerder, op 7 november, met de schrijvers van dit stuk, dat hij anders dan was afgesproken tot "interview" wenste te bestempelen.

Misschien hebben ze bij Trouw niet goed opgelet. Sinds de tweede Intifada heeft ook Trouw van ons de nodige informatie en aankondigingen van activiteiten ontvangen. Zo werden o.a. 3 demonstraties georganiseerd, samen met de Palestijnse Vereniging, de Internationale Socialisten en tal van andere groeperingen alsmede een aantal picketlines, waarvan een samen met GroenLinks en SP, en een viertal openbare bijeenkomsten. Aan dit alles heeft Trouw geen enkele aandacht geschonken. Van Judith Neurink kregen we een keer een reactie dat ze op zaterdag verhinderd was om te komen. Op twee van de genoemde bijeenkomsten traden gerenommeerde Palestijnse sprekers op als Dr. Nur Masalha, wetenschappelijk onderzoeker en publicist over de geplande en gerealiseerde verdrijving van de Palestijnen uit hun land in 1948 en 1967 en Dr. Salman Abu-Sitta die veel heeft gepubliceerd over de Naqba en de mogelijkheden van terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen. Beide bijeenkomsten leverden, aangevuld met materiaal over Israëls weigering zelfs zijn binnenlandse Palestijnse vluchtelingen naar hun dorpen te laten terugkeren, een film op die in oktober jl. door de NMO-tv is uitgezonden.

De boycot-campagne die op 1 december begon met het picketlines voor een aantal supermarkten van Albert Heijn was trouwens niet echt nieuw. Het nieuwe was alleen dat in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Leiden voor het eerst op hetzelfde moment actie werd gevoerd. Maar het hele vorige jaar, vanaf januari, was al zeker tien keer voor supermarkten gepost. Er ligt ook een briefwisseling met de public affairs manager van Albert Heijn over de boycotactie. Met welke woordvoerder JdB sprak is onduidelijk, maar kennelijk heeft deze zijn huiswerk niet goed gedaan. Tijdens het genoemde "interview" is hier ook niet over gesproken. Dat kon ook moeilijk omdat dit op 7 november plaatsvond en JdB refereert aan de hernieuwde campagne van 1 december.

Het gebruik van het woord "nederzettingen" door JdB waar het gaat om eeuwenoude dorpen en steden van Palestijnen is op zichzelf ook heel veelzeggend. Dit woord heeft als connotatie ofwel de woonplaatsen van indianenstammen in het oerwoud, dan wel de illegale vestiging van Israëlische kolonisten in de Palestijnse Bezette Gebieden. De Palestijnen worden hier met de ene of de andere groep bewust of onbewust gelijkgesteld. Onkunde of opzet?

Het omdraaien van feiten is een volgende stap in het artikel, getuige de weergave door JdB van de oudste geschiedenis van de oprichting van het Palestina Komitee, 32 jaar geleden. Het doel van het komitee - solidariteit met de Palestijnen, wier land hen is ontnomen en die uit het gebied dat Israël werd, voor 85% zijn gevlucht of verdreven - wordt zo neergezet dat de argeloze lezer wel moet concluderen dat het een foute boel is bij het Palestina Komitee. Voordat de doelstelling wordt genoemd wordt al gezegd dat alle joden in Nederland tegen waren en direct erna dat "sympathisanten" niet vies waren van vergelijkingen als zionisten zijn net nazi's. De verantwoordelijkheid voor een incident dat zich zegge en schrijve één keer heeft voorgedaan wordt dan toch maar even gemeld al wordt erbij gezegd dat het Komitee er zich krachtig van heeft gedistantieerd. Maar het onheil is dan al weer geschied. Guilt by association noemt men zoiets. Het komitee wordt in de verkeerde hoek gezet en verdacht gemaakt. Onder de oprichters, de sprekers op bijeenkomsten en in het bestuur van het komitee zijn altijd joden geweest. Dat zionistische organisaties een Palestina Komitee niet zagen zitten is nogal wiedes. De latere premier van Israël, Golda Meir, verklaarde nog dat ze nog nooit gehoord had van Palestijnen. Het zou vreemd zijn geweest als zionisten bij de oprichting van het komitee zouden hebben geapplaudiseerd. Dat ze ertegen waren is dus een open deur. JdB meent dat nog eens te moeten melden. Waarvan acte.

Dat in die tijd (jaren '70) bijna niemand in Nederland het Midden-Oosten, afgezien van Israël, had bezocht en bijna iedereen onkritisch pro-Israël was en het dus moedig was daartegen in te gaan ondanks georganiseerde tegenstand van zionistische kant had wel eens gememoreerd mogen worden. Wij vertelden dat een journalist van Trouw ons na afloop van de oprichtingsbijeenkomst van het komitee op 14 mei 1969 de vraag stelde "bent u nu voor of tegen Israël?" en wij antwoordden: "wij zijn voor rechtvaardigheid". Dat had wel vermelding verdiend. Tegenwoordig is het niet meer zo vanzelfsprekend om `pro-Israël' te zijn. De Palestijnse kant van de medaille, het onrecht dat gepaard ging met de stichting van de staat Israël, en dat steeds ontkend wordt door zionisten, wordt meer en meer opgemerkt. Dat is een groot verschil met de jaren '70. De conclusie dat de zaak niet (meer) leeft in Nederland is dan ook voorbarig. Al is het juist dat Oslo veel mensen op het verkeerde been heeft gezet en men dacht dat het nu vrede was en daarom afhaakte. Bertus Hendriks hoorde daar overigens niet bij, zoals JdB stelt. Hij had zijn voorzitterschap van het komitee al vele jaren eerder opgegeven voor een baan aan de UvA.

De positie van het komitee is vooral veranderd doordat er tegenwoordig een constante informatiestroom over het continue geweld dat de Palestijnen in het kader van 34 jaar bezetting ondergaan zo omvangrijk is geworden dat het Palestina Komitee daarop al lang niet meer het monopolie heeft. Of het nu gaat om check-points, afsluitingen, collectieve straffen, langdurige uitgaansverboden, landonteigening, het wegbulldozeren van hele olijfboomgaarden, het opblazen van huizen, enz. alleen al via internet kan men dagelijks tientallen berichten tot zich nemen. Rapporten van Palestijnse en Israëlische Mensenrechten-organisaties, van Amnesty, e.a. en nu ook van waarnemers namens de SOW-kerken voorzien ons van informatie. Maar het blijft de taak van het Palestina Komitee om enerzijds de grote lijn in het gebeuren te volgen en daaraan ruchtbaarheid te geven in het blad Soemoed, anderzijds om actie te voeren voorzover we daartoe de menskracht hebben.

De boodschap van het komitee is niet populair. Dat journalisten daaraan voorbijgaan uit gemakzucht of vanuit de wens het grote publiek te behagen, dat is een ernstige zaak. Het zij zo. Helaas is niet iedereen een Amira Hass of Robert Fisk, maar het gaat niet aan om een solidariteitskomitee dat het op goede gronden voor de Palestijnen opneemt belachelijk te maken. Als bij het bezoek van Olmert aan Leiden, 's middags, op een doordeweekse dag, vier mensen pamfletten uitdelen is dat geen bewijs van zwakte zoals wordt gesuggereerd. Het is niet altijd mogelijk op korte termijn mensen te organiseren en niet iedereen is beschikbaar midden in de week. En so what? Een picketline is geen demonstratie en bestaat per definitie uit een (zeer) beperkt aantal mensen. De picketline bij het bezoek van Daliah Rabin aan het Cidi in den Haag was niet groter. Deze bestond uit twee mensen van Vrouwen in het Zwart en twee van het Palestina Komitee. Blijkbaar heeft JdB nog nooit een picketline gezien, laat staan er aan meegedaan.

Tenslotte, een kefiyya, populair in de jaren '70, heet in de volksmond niet een theedoek, afgezien van die van Arafat misschien, maar een Palestijnse sjaal.

De auteurs zijn medewerkers
van het NPK

 



Terug