Requiem voor het redactioneel commentaar

Door Koen Vossen

Heeft u vandaag nog het commentaar van de Volkskrant gelezen? Of dat van NRC Handelsblad, Trouw of een regionaal dagblad? Nee, ik bedoel niet de columns maar die niet ondertekende vier alinea's tekst op de opiniepagina. Niet gelezen? Niet erg, u bent niet de enige. Geen hond leest tegenwoordig nog die aan de zijkant van de pagina weggemoffelde reeks letters. En dat heeft nu eens niets te maken met de vermeende vervlakking van de gemiddelde krantenlezer. Sinds jaar en dag is het 'redactionele commentaar' immers het veruit oninteressantste en meest overbodige deel van de krant. U leest er niets wat u niet elders in de krant reeds had kunnen lezen. En de kans dat de redactie u op andere gedachten zal brengen of u op zijn minst een aardige eye-opener geeft is nihil. De redactionele commentaren van alle dagbladen bieden immers weinig meer dan wat slappe, risicoloze opmerkingen over het nieuws van de dag. Deze opmerkingen leren ons dat het behandelde conflict 'bijzonder ingewikkeld' is, dat er 'meer kanten' aan zitten en dat 'de oplossing' niet zonder concessies zal worden gevonden. Waar twee kijven, hebben nu eenmaal twee schuld, of zoiets. Echt hemeltergend wordt het als deze anonieme opinion-leaders hun aanbevelingen gaan geven. Het is maar goed dat niemand ze leest, want deze aanbevelingen ontstijgen nauwelijks het niveau van de opinies van deelneemsters aan miss-Worldverkiezingen. Uw krant adviseert strijdende partijen om in alle redelijkheid op zoek te gaan naar een oplossing, zij eist na politieke schandalen dat de onderste steen boven moet komen en zij deelt in ons verdriet na het overlijden van een belangrijke wereldburger. Slordige politici maant zij om voortaan zorgvuldiger te werk te gaan, slappe politici om meer daadkracht te tonen en arrogante politici om beter naar het volk te luisteren. Enzovoort.

Wie zit te wachten op dergelijke dooddoeners? Waarom reserveert de krant deze kostbare ruimte niet voor een degelijk commentaar, een doorwrochte analyse of voor mijn part zelfs voor een aardige foto of spotprent? Het is toch niet zo dat deze gemeenplaatsen nog iets te maken hebben met de identiteit van de krant?

Vroeger ja, toen stelden die redactionele commentaren nog iets voor. Toen waren ze nog het kloppend hart van de krant. In de tijden van de verzuiling stonden de redactionele commentaren prominent op de voorpagina. Meestal waren ze ook geschreven door de 'grote politieke leider' zelf. Abraham Kuyper en na hem Hendrikus Colijn in De Standaard, De Savornin Lohman in De Nederlander, Troelstra in Het Volk: vrijwel dagelijks legden zij in de redactionele commentaren aan hun achterban uit hoe de wereld in elkaar zat. Verdwenen kranten uit vervlogen tijden.

Maar ook iets minder ver van het heden verwijderd, hadden de commentaren van de krant nog betekenis. In de jaren zeventig nam De Volkskrant duidelijk stelling voor Den Uyl, Trouw voor de christen-radicalen en De Telegraaf voor Wiegel en Boer Koekkoek. Achter het redactionele commentaar ging een duidelijke politieke keuze schuil.

Met uitzondering van enkele orthodox-christelijke bladen en soms ook De Telegraaf willen de dagbladen die keuze tegenwoordig niet meer maken. Het zal wel iets te maken hebben met die beruchte 'individualisering', waardoor krantenlezers zich niet meer de les willen laten lezen. Of misschien is de wereld inderdaad wel wat minder overzichtelijk geworden dan in de jaren zeventig. Hoe het ook zij, de redactionele commentaren hebben hun betekenis als verschaffer van een eigen identiteit al lang verloren. Daarvoor zijn ze te clichematig, onbenullig en ook te slecht gelezen. Mijn advies aan de dagbladen luidt dan ook: breek met deze nutteloos geworden traditie en reserveer de overgebleven ruimte voor iets zinvollers. Pas dan kunnen we in alle redelijkheid op zoek gaan naar mogelijkheden om een duurzame wereldvrede tot stand te brengen.



Terug