Hofland als collateral dammage

Door Patrick Pubben

In de terugblik op 2001 door Netwerk en door het NOS Journaal konden we hem weer bewonderen, de éminence grise van de Nederlandsche journalistiek, het reliek uit de twintigste eeuw dat de pen maar niet kan laten liggen: H.J.A. Hofland. Al eerder stuurde Extra! hem vriendelijke brieven om opheldering te verkrijgen met betrekking tot bepaalde uitlatingen die hij wekelijks doet in NRC. Hij liet per email en telefoon weten erop terug te komen. We wachten nog steeds. Maar Hofland uit zich liever in zijn columns waarin hij lastige vragen kon omzeilen en op zijn oude dag kritiekloos en zelfgenoegzaam het Amerikaans staatsburgerschap lijkt na te streven. Een analyse van drie maanden propaganda.

Consequent en zonder voorbehoud spreekt Hofland (NRC 10/10/01) van de 'oorlog' die op 11 september werd begonnen door de aanvaller, de terroristen, waarbij Al-Qaeda, Taliban en Afghanistan gemakshalve synoniemen zijn geworden. In deze column schetst hij het beeld van het terroristennetwerk dat handig gebruik maakt van de door "liberalisering, depolitisering, het 'primaat van de economie' in de mondialisering" verzwakte staatsmacht van het Westen. Terloops schaart hij ook de "drugskartels in Colombia en Mexico, een aantal niet gouvernementele organisaties, de NGO'S die zich hebben laten gelden in Seattle en Genua" op de hoop van organisaties die van deze zwakte gebruik kunnen maken. Samen met de Amerikaanse regering komt hij tot de conclusie dat de war on drugs, die de VS al sinds Reagan voert, met "toepassing van gebruikelijk geweld niet kan worden gewonnen." Hoe de huidige oorlog te winnen valt, blijft een nijpende kwestie en Hofland wacht af.

Een week later zegt Hofland dat de oorlog niet snugger wordt aangepakt, hij pleit voor een betere reclame voor deze oorlog omdat de beelden van "vluchtelingen en gewonde kinderen" de publieke opinie niet bepaald innemen voor deze oorlog. De 'miltvuur-campagne' wordt zonder enige kanttekening in de schoenen van de 'aanvaller' geschoven. Uiteraard komt Hofland hier later in geen enkele column op terug, nadat is gebleken dat deze campagne hoogstwaarschijnlijk door groepen of individuen in de VS zelf werd opgezet. Om geen verwarring te stichten kun je de interne problemen in de VS het beste weglaten. Op deze manier lijkt de aanval van de vijand voort te duren en blijft het eerder geschetste beeld intact. De lezer krijgt van Hofland doemscenario's van recessie en het onzichtbare front voorgeschoteld die hem angst moeten inboezemen en doen hopen dat de Grote Redder hem uit dit "voorportaal van de paniek" haalt.

Op 24 oktober houdt Hofland zijn eigen pleidooi voor de strijd die het Westen voert om de waarden van de Verlichting te verdedigen: het Westen is de "bron van wetenschappelijke vooruitgang, inspirator van fundamentele gelijkheid … Dat is hetgeen onze samenleving de wereld te bieden heeft." In tegenstelling tot wat de zwartkijkers menen, maken de tekortkomingen van het Westen geen intrinsiek deel uit van onze beschaving. De VS en hun bondgenoten maken zich sterk om de genoemde waarden te verdedigen en ook Hofland is een belijdend aanhanger van deze mening. Waarom hij hiervan overtuigd is, blijft in nevelen gehuld. Hij gaat echter voorbij aan het veel belangrijker feit dat buiten het Westen een heel andere opvatting leeft over de waarden waar het Westen voor staat. Het merendeel van de Latijns-Amerikanen en Afrikanen zal niet direct aan 'fundamentele gelijkheid' denken wanneer men hen vraagt naar hun mening over het Westen. De mythe wordt door Hofland zorgvuldig in stand gehouden om het bombarderen van 'de aanvallers' ideologisch te rechtvaardigen. De VS zullen dankbaar zijn voor zo'n welwillende pleitbezorger.

In 1964 zag Hofland zelf al dat kranten er toe zouden gaan neigen "moeilijke onderwerpen" te vermijden en "daarvoor in de plaats gemakkelijke simplificaties te geven"(1) omdat mensen te weinig tijd hadden en de krant bovendien moest concurreren met de macht van het beeld die destijds in de vorm van televisie sterk in opkomst was. Tegenwoordig maakt hij zich bij voortduring schuldig aan zwart/wit-denken en vereenvoudigingen. Het is alsof hij les geeft op een lagere school. In geen enkele column gaat hij in op de bewoners van het land dat door de VS en hun vriendje Engeland bestookt wordt met bommen. Zolang deze geen gezicht krijgen, bestaan ze niet echt en is er geen gevaar dat de burgerbevolking in eigen land in de Afghanen iets anders ziet dan de vijand. Wie wel probeert het veroorzaakte leed te laten zien, zoals Al Jazeera, kan rekenen op forse uitbranders van Bush en Colin Powell en als dat nog steeds niet helpt, wordt hun zender in Kaboel gewoon in puin gelegd. Dat is Realpolitik. Daarover heeft Hofland het niet want hij heeft partij gekozen en dat de waarheid het eerste slachtoffer van de oorlog is, komt blijkbaar niet alleen doordat slechts eenzijdige informatie doorsijpelt naar het thuisfront maar doordat veel journalisten die waarheid bewust om zeep brengen, 'voor het goede doel'. Een dergelijk handjeklap tussen journalist en regering is in het Westerse denken eigenlijk voorbehouden aan communistische samenlevingen.

De taal waarin Hofland rept over de overwinning is hierbij schokkend. De tegenaanval van de VS was "sluw en verpletterend", de techniek van de luchtbombardementen is "verder geperfectioneerd, wat de rechtvaardiging wettigt, het opnieuw, nog intensiever te gebruiken" (NRC 12/12/2001). De 'aangevallene' (de VS) heeft niet alleen zijn 'onaantastbare superioriteit' maar ook zijn 'moreel' bewezen. Het Afghaanse volk is bevrijd uit de "greep van een fundamentalistische theocratie" (NRC 2/1/2002) en na dit succes moeten we gaan bekijken hoe de oorlog verder gevoerd moet worden. Geen woord over de grote kans dat Afghanistan na het wegvallen van de Taliban opnieuw in een burgeroorlog verzeild zal raken waaraan de VS niet veel zullen doen omdat ze duidelijk niet geïnteresseerd zijn in nation building. Vóór de bombardementen waarschuwden talloze hulporganisaties in Afghanistan en deskundigen van de VN voor grootschalige hongersnood en vluchtelingenproblematiek met mogelijk miljoenen slachtoffers. Dat de oorlog zo snel voorbij zou zijn, heeft iedereen verbaasd, ook de militaire leiders. De risico's voor de Afghaanse burgerbevolking werden in eerste instantie op de koop toe genomen, wat getuigt van cynisme en minachting voor niet-Westerse levens. Hofland staat hier boven en stelt de centrale vraag na de behaalde overwinning: hoe moet de militaire strijd worden voortgezet?

Toch mist Hofland na het behaalde succes een groter plan, "een aanzet tot iets wat vergelijkbaar is met wat Amerika na 1945 heeft gedaan." (NRC 24/11/2001) Wat dan? Het opnieuw installeren van de Griekse fascisten direct na afloop van deze Tweede Wereldoorlog? Het binnenvallen van Korea in 1950 wat in drie jaar tijd zo'n drie miljoen slachtoffers oplevert? Welnee, Hofland zal het Marshallplan voor West-Europa bedoelen. Ook hier blijkt weer de volledige preoccupatie van Hofland met het Westen, de rest van de wereld telt niet, zolang deze rest zich gedeisd houdt en zich niet verzet tegen de beschaving. Op deze manier is het volstrekt ondenkbaar dat aan de oorzaken van het terrorisme iets wordt gedaan, terwijl toch ook Hofland de noodzaak hiervan in lijkt te zien (NRC 28/11/01).

En op 5 december 2001 is Hofland zelfs in staat te zien dat het "conflict tussen de Palestijnen en Israël" oorspronkelijk om land gaat, "over kolonisten in bezette gebieden, over de zelfstandigheid van een volk." Als het om een niet-Westers conflict gaat, is het makkelijker om de verschillende kanten van de medaille te laten zien en om de oorzaken voor het geweld van Hamas en Jihad te benoemen. Weliswaar gaat de column over de vraag of Arafat nu een terrorist is of een "gematigde leider die eerst van de tegenpartij de kans moet krijgen zijn gematigdheid te tonen", maar Hofland ziet in dat het een "sprookje van Sharon" is te geloven dat na het eventuele wegvallen van Arafat de Palestijnse gebieden onder Israëlisch gezag met geweld gecontroleerd kunnen worden. De analogie met de Amerikaanse tactiek om op wereldschaal het terrorisme te bestrijden, ontgaat Hofland.

Wat we samenvattend zien, is een propagandistische techniek om de wereld en de feiten vanuit één enkel perspectief te bekijken zodat andere partijen slechts een vage abstractie blijven. "Aan Amerikaanse zijde zijn in de strijd drie doden gevallen. Over de verliezen aan de andere kant bestaan geen betrouwbare cijfers. Over wat aan het front is gebeurd, hebben we niet meer dan een vage voorstelling." (NRC 2/1/2002) Als enige grote krant citeert NRC vier dagen eerder uit een grondig onderzoek van de Amerikaanse econoom Marc Herold waaruit blijkt dat het "aantal doden onder de Afghaanse burgerbevolking niet gering is," hij telt 3.767 doden.(2) Waar Hofland het enkel heeft over de 'smart bombs', noemt Herold daarnaast ook de clusterbommen, die naar schatting 14.000 niet-geëxplodeerde bompakketjes op Afghaanse bodem achterlieten en nu als landmijnen wachten op de volgende slachtoffers. Herold maakt melding van talloze door verschillende bronnen bevestigde 'missers' of van welbewust geraakte vluchtelingenkonvooien, energievoorzieningen en kleine bergdorpjes. Hij laat ook de slachtoffers aan het woord komen (3) Hier wordt een beeld van de oorlog gegeven zonder tromgeroffel en patrottistisch geneuzel, hij levert feitenmateriaal dat nu ook voor Hofland toegankelijk zou zijn, als hij het zou willen.

Verder is het bedenkelijk dat Hofland geen bezwaar oppert tegen het feit dat de pers geen enkele toegang heeft tot de plaatsen waar (door de VS) oorlog wordt gevoerd. "De Golfoorlog is ook de eerste publicitair geregisseerde oorlog. De pers kwam aan de eigen kant van het front niet verder dan de woestijntent van het opperbevel waar de persconferenties werden gegeven. … In de oorlog om Kosovo werd deze strategie op twee fronten hervat, en verbeterd. …[D]e pers kwam niet verder dan Jamie Shea in het NAVO hoofdkwartier in Brussel. … Afghanistan betekent een grote sprong voorwaarts." (NRC 2/1/2002)(4) Vreemde woorden voor een journalist, maar Hofland is deze rol dan ook al lang ontstegen, hij praat als een politicus. Hofland onderbouwt zijn meningen niet, laat feiten weg of ontkent ze als een volleerd staatsman. Het grote probleem hierbij is dat een krantenlezer - door ervaring cynisch geworden - een dergelijke houding van politici helaas kent en er vaak doorheen prikt. Om de journalist hangt echter altijd nog een aura van objectiviteit en waarheid waar Hofland schaamteloos gebruik van maakt. Hoe moet de Nederlandse burger en krantenlezer zich een mening vormen als zijn journalisten zich zo achteloos en vol overgave voor een propagandistisch karretje (laten) spannen?

1 Podium, jg. 18 nr. 7-8, 1964, p. 366
2 NRC 31/12/2001 'Onbedoelde gevolgen' in Afghanistan. In hetzelfde artikel relativeert NRC het geclaimde succes van de oorlog, slechts een fractie van de leiders van de Taliban en Al-Qaeda zijn gedood of gepakt. Dat NRC dit rapport als enige opmerkt, pleit voor de stelling dat deze kant van de oorlog de Nederlandse media niet interesseert.
3 A Dossier on Civilian Victims of United States' Aerial Bombing of Afghanistan: A Comprehensive Accounting" door professor Marc. W. Herold, Universiteit van New Hampshire, VS. Te lezen op www.zmag.org onder Herold: Civilian Victims
4 Henri Beunders, voormalig redacteur van NRC en thans hoogleraar Geschiedenis van Media en Maatschappij aan de Erasmus Universiteit merkt tijdens een toespraak op 6 november 2001 bij de uitreiking van de Dick Scherpenzeelprijs op dat er van de Golfoorlog wel degelijk beelden waren, "op foto's en film, van waaghalzerige freelancers die tot in de buurt van het slagveld hadden weten door te dringen. De Westerse media kregen deze beelden aangeboden maar wilden ze niet uitzenden. Bijna alle media kozen onverkort voor de eigen regering en voor Desert Storm. Ze waren gaarne bereid tot zelfcensuur om de overwinning en de levens van de soldaten niet in gevaar te laten brengen." (ingekorte versie van de toespraak in Wordt Vervolgd, maandblad van Amnesty International, jaargang 34, december 2001-januari 2002)


 



Terug