Argentinië: Een schoolvoorbeeld van een economisch wonder

"Net zoals oorlog te belangrijk is om over te laten aan de generaals, zo is de schuldencrisis te belangrijk om over te laten aan bankiers en economen."
Susan George (1)

In de vele tientallen krantenartikelen over de crisis in Argentinië wordt steeds hetzelfde verhaal verteld. Er zijn corrupte politici die te lang hebben vastgehouden aan de vaste koers tussen de dollar en de peso, wat in het begin goed werkte om de hyperinflatie te beteugelen. Maar als gevolg van de devaluatie in Brazilië liepen inkomsten terug hetgeen in combinatie met het uit de hand lopende overheidstekort een stagnering van de economie heeft veroorzaakt. Gevolg, er is opeens geen geld meer bij de banken. De maatregelen die president De la Rua nam door bijvoorbeeld het opnemen van geld aan banden te leggen om op die manier kapitaalvlucht tegen te gaan, heeft de Argentijnen woedend gemaakt. "De felle straatprotesten waren niet alleen gericht tegen president Fernando de la Rua, Domingo Cavallo en later Adolfo Rodriguez Saa, maar ook tegen de hele politieke kliek die verantwoordelijk wordt gehouden voor de economische crisis."(2)

Door Martin Hulsing

In sommige uitgebreidere stukken op de opinie- en economiepagina's worden ook wel andere oorzaken aangewezen. Volgens de econoom Sweder van Wijnbergen zijn niet alleen de Argentijnse politici verantwoordelijk voor de crisis, "het IMF heeft de Argentijnen een volstrekt verkeerd advies gegeven."(3) Het Internationale Monetaire Fonds is zelfs "onder vuur gekomen van een groeiend aantal economen," die het onbegrijpelijk vinden dat het IMF heeft geweigerd het land te hulp te schieten. "Het IMF heeft Argentinië laten vallen als een baksteen, terwijl juist de adviezen en voorschriften van het Fonds aantoonbaar ten grondslag liggen aan de situatie in dat land" aldus de Peruaanse minister van Financiën, Pedro Pablo Kuczynski. "De bewindsman zei vanuit Lima dat het IMF en bijgevolg ook de Amerikaanse regering een bijzonder negatief signaal hebben afgegeven naar Latijns-Amerika," valt in de Telegraaf te lezen, by far het meest kritische commentaar. "Nog maar enkele jaren geleden was Argentinië de oogappel van het IMF en kon het land niets fout doen. De directie van het fonds verandert nogal snel van mening en geeft er blijk van landen in moeilijkheden niet te willen helpen zoals dat zou moeten. De behandeling die Argentinië bij het IMF ten deel is gevallen mag ronduit schandelijk heten," aldus minister Kuczynski.(4)

'Pervers economische systeem'
Maar "de Argentijnse bevolking moet ook de hand in eigen boezem steken," vindt historicus Hans Vogel, "de mensen zelf dragen ook verantwoordelijkheid. De Argentijn scheldt op de politiek maar steekt geen poot uit om maatschappelijke misstanden aan te pakken."(5) Ook redacteur Roel Janssen van NRC is deze mening toegedaan, in een artikel waarin hij "tien economische lessen [trekt] uit de gebeurtenissen in dit eertijds zo rijke Zuid-Amerikaanse land." Lessen met titels als, "Waan je niet rijker dan je bent", "Geloof niet in illusies", "Vertrouw nooit de regering". Het onbenullige paternalisme spat ervan af, maar is koddig door de bloedserieuze aanpak. De alleraardigste is misschien wel "Denk niet dat de wereld samenzweert", de titel van les 7: "Argentijnen geloven dat 'de anderen' hen niet begrijpen en verantwoordelijk zijn voor hun problemen. De economische neergang in de wereld na '11 september' heeft een land dat toch al in recessie verkeert, verder over de rand geduwd. Maar dat was geen samenzwering van Wall Street, het IMF of de Groep van rijke landen."(6)

Desalniettemin valt zo tussen de regels door wel te lezen dat er iets mis is met "dit perverse economische systeem dat Argentinië kapot heeft gemaakt, de middenklasse weggevaagd en miljoenen burgers in armoede heeft gestort," aldus de peronist Eduardo Duhalde, een "populist van het zuiverste water". Er wordt altijd gezorgd dat er evenwicht is in de verslaggeving, zodat beide kanten gehoord kunnen worden: "Populistische retoriek weliswaar, maar ook niet zonder waarheid." Hoor en wederhoor noemen we dat.(7)

Hier en daar wordt geprobeerd de Latijns-Amerikaanse geest te doorgronden of wordt dieper ingegaan op de sociologie van de crisis. De meest serieuze bijdrage is die van Lineke Stobbe, volgens wie "het neoliberale beleid van de afgelopen decennia" niet het hele verhaal is. De "diepere oorzaak van de huidige problemen zijn van eerder datum" namelijk de corruptie die het gevolg is van de "corporatistische staat" die Juan Domingo Peron in de jaren veertig creëerde. "Het overheidsapparaat, de economische elite en de vakbonden leven sindsdien in een innige driehoeksverhouding (…) Loyale vakbondsleiders konden rekenen op royale salarissen of belangrijke maatschappelijke posten."(8)

'Leef niet boven je stand'
Er worden ook wel wat oplossingen aangedragen voor de crisis, zoals die van de onvolprezen Roel Janssen; "Zorg voor een hanteerbare omvang van de schulden en voorkom een bankroet", staat te lezen in les 8 getiteld: "Leef niet boven je stand".(9) Er moet een oplossing worden gevonden voor de enorme schuld variërend van vermindering tot kwijtschelding, en iedereen is het er over eens dat de peso moet worden gedevalueerd. Dit wordt ook wel het Brady-plan genoemd, kwijtschelding van een deel van de schulden in ruil voor meer marktwerking, en natuurlijk "zal de regering ook harde bezuinigingsmaatregelen moeten treffen," hetgeen een probleem zou kunnen zijn, want "in Latijns-Amerikaanse landen schort het ook nogal aan de belastingmoraal."(10) Dat zal natuurlijk wel een enorme klap zijn voor de bevolking, merkt Van Wijnbergen op, maar dat is een kwestie van "even doorbijten". Het is beter om in één klap te devalueren dan de "wond te laten etteren. Banken zullen hun verlies moeten nemen en voor de gepensioneerden is het natuurlijk erg dat hun pensioenen minder waard worden." En dan moet Argentinië laten zien "dat het interne offers wil brengen door strenge fiscale en begrotingsmaatregelen. Dat werkte ook bij Mexico en Rusland."(11) Voor zolang als het duurt.

In een commentaar van Trouw wordt opgemerkt dat er een lichtpuntje is: "het kwam in niemands hoofd op, het leger in te schakelen en dat zal voorlopig niet gebeuren ook. Niemand verlangt naar een terugkeer van het Videla-regime, met Zorreguieta in een bijrol."(12) Ook de NRC ziet het als een trendbreuk "dat de militairen zich tot nu toe afzijdig hebben gehouden. (…) Niet langer vormt een militaire staatgreep het onvermijdelijke antwoord op een periode van sociale en economische chaos." En voegt er onheilspellend aan toe: "Zo onvermijdelijk als vroeger het ingrijpen van de militairen was, zo onvermijdelijk is nu interventie door het Internationale Monetaire Fonds."(13)

'Gunstig investeringsklimaat'
Tussen neus en lippen door merkt Roscam Abbing op dat, "de basis van de enorme Argentijnse schuldenlast werd gelegd in de jaren zeventig ten tijde van het regime van generaal Videla." In de tientallen artikelen wordt er niet of nauwelijks ingegaan op de achtergronden van de schuldenlast, noch wordt duidelijk wie ervan hebben geprofiteerd en wie er de dupe van zijn. Tussen 1982 en 1987 gaat er netto 150 miljard van Latijns-Amerika naar het geïndustrialiseerde Westen, en daar bovenop nog zo'n 100 miljard aan vluchtkapitaal, is de schatting van Robert Pastor. De Bank for International Settlements in Zwitserland komt op ongeveer 170 miljard aan vluchtkapitaal tussen 1978 en 1987. De New York Times komt zelfs met nog hogere schattingen. "Deze gigantische aderlating maakt onderdeel uit van een complex systeem waarbij Westerse banken en Latijns-Amerikaanse elites zich verrijken ten koste van de bevolking van Latijns-Amerika, die wordt opgezadeld met de 'schuldencrisis' die het resultaat is van deze manipulaties."(14) Op een conferentie van bisschoppen uit 1979 wordt uitgelegd wat de achterliggende ideeën zijn:

"In de laatste jaren is er op ons continent een toenemende invloed te zien van de zo genoemde Doctrine van de Nationale Veiligheid, die veel meer een ideologie is dan een doctrine. Deze is gekoppeld aan een bepaald elitair, hiërarchisch, politiek en economisch model dat het overgrote deel van de bevolking uitsluit van politieke besluitvorming. In bepaalde Latijns-Amerikaanse landen wordt het zelfs gerechtvaardigd als een bescherming van de Westerse, christelijke beschaving. Daarmee is er een onderdrukkend apparaat ontwikkeld ter bekrachtiging van het concept van 'permanente oorlogvoering'."(15)

Een belangrijk kenmerk van dit "elitair, hiërarchisch, politiek en economisch model" is de nadruk op het creëren van een 'gunstig investeringsklimaat' voor het aantrekken van buitenlandse investeerders, hetgeen zal leiden tot economische groei. Dit vraagt om de marginalisering van het overgrote deel van de bevolking, hetgeen keer op keer door woordvoerders van de katholieke kerk is benadrukt:

"De situatie die ontstaat door het gekozen model van ontwikkeling is zodanig dat het in feite een revolutie uitlokt die niet bestond. Om een ontwikkelingsmodel op te leggen dat voorbehouden is aan een kleine elite was het noodzakelijk om een onderdrukkend Staatsapparaat in stand te houden, wat er weer toe leidt dat er een klimaat ontstaat voor een burgeroorlog. Het zijn juist de theoretici van het systeem die nadruk leggen op het verband tussen ontwikkeling en veiligheid; zij zien dat de ontwikkeling die zij aan een land willen opleggen tot niets anders zal leiden dan verontwaardiging bij de mensen (…) Als er iets van vrijheid zou zijn, dan zou het protest oorverdovend zijn, daarom is de enige oplossing om absolute stilte op te leggen."(16)

Doctrine van de Nationale Veiligheid
Lineke Stobbe mag in het peronisme "de diepere oorzaak van het huidige probleem" zien, veel belangrijker voor het verkozen 'model van ontwikkeling' is het leger, en zeker niet alleen ten tijde van de dictatuur. Al in de jaren zestig worden onder Kennedy de nationale legers van de Latijns-Amerikaanse landen voorbereid op hun nieuwe missie, gericht op de interne vijand. In een speech voor het Amerikaanse congres in 1963 sprak Robert McNamara, toen minister van Defensie, de volgende woorden:

"Het meeste profijt van onze militaire steun zal voortkomen uit de training van zorgvuldig gekozen legerofficieren en sleutelfiguren in onze militaire academies en trainingscentra in de VS en in het buitenland. Deze studenten zijn door hun landen met zorg gekozen zodat ze bij terugkeer zelf instructeurs worden in hun eigen land. Zij zullen de leiders van de toekomst zijn, de mannen met de vaardigheden en de wil om leiding te geven aan hun eigen legereenheden. Het is niet nodig uit te wijden over hoe belangrijk het is om mensen in machtsposities te hebben met kennis uit de eerste hand over hoe wij in de Verenigde Staten denken en handelen. Het is van onschatbare waarde om deze mensen als vrienden te hebben..."

"Ons eerste doel in Latijns-Amerika is om waar mogelijk steun te geven aan de militaire en para-militaire eenheden zodat zij, samen met de politie en andere veiligheidseenheden, zorg kunnen dragen voor de noodzakelijke interne veiligheid."(17)

Hetgeen al snel blijkt. Deze 'vrienden' zullen uiteindelijk in 18 Latijns-Amerikaanse landen, en nog een flink aantal andere derdewereldlanden de macht grijpen en een 'gunstig investeringsklimaat' introduceren door de deur open te zetten voor buitenlandse investeerders en door het uitroeien van alle organisaties die bescherming bieden aan het overgrote deel van de bevolking of van hen die het wagen zich te verzetten. Ook in Argentinië nemen de militairen onder leiding van Videla in 1976 de macht over. Roscam Abbing noemt de militaire staatgreep "het onvermijdelijke antwoord op een periode van sociale en economische chaos" maar dit getuigt het van weinig kennis en inzicht. Na de dood van Peron in 1974 werden binnen een jaar al zo'n 1500 mensen vermoord door doodseskaders, zoals bijvoorbeeld door de binnen het Ministerie van Sociale Zaken opgerichte Argentijnse Anti-communistische Alliantie (AAA).(18) 'Het onvermijdelijke antwoord' van de militairen werd direct gesteund:

"De internationale gemeenschap had in het geheel geen scrupules om miljarden te lenen aan een land dat werd gerund door geüniformeerde dieven en moordenaars om er niets anders mee te doen dan te speculeren. (...) De internationale gemeenschap stond er bij en keek ernaar toen zij duizenden mensen deden 'verdwijnen' en voorzag hen bovendien van gigantische hoeveelheden geld, terwijl iedere eerstejaars economiestudent kon zien dat dat geld helemaal niets zou opleveren. Als er één geval bestaat waarin het gerechtvaardigd is de rentebetaling te weigeren over het overgrote deel van de illegale schulden, die nu [1990] in totaal 54 miljard dollar bedragen, dan is het dit geval."(19)

'Economisch wonder'
De hyperinflatie in de jaren tachtig wordt met behulp van het IMF opgelost door de peso 1 op 1 te koppelen aan de dollar, waarbij dus de buitenlandse schuld in tien jaar tijd bijna wordt verdrievoudigd. Andere karakteristieken van dit door het IMF opgelegde 'ontwikkelingsmodel' komen nauwelijks aan de orde, bezuinigingen en privatiseringen en de onvermijdelijke armoede en corruptie die daarmee keer op keer gepaard gaan.

De Britse correspondent John Simpson merkte in 1992 op over het "economische wonder van Menem", drie jaar nadat Menem president werd van Argentinië, dat "het wonder niet perfect is." Er zijn "onaangename aanwijzingen van corruptie," "grote delen van de middenklasse zijn verdwenen zonder een spoor achter te laten" terwijl "de nieuwe ondernemers en de oude rijken" zich te buiten gaan in de "dure winkels". Ofschoon de economie groeide met 6 procent per jaar, nam de werkeloosheid toe, groeiden de sloppenwijken en werden fabrieken gesloten zonder dat er nieuwe ondernemingen kwamen. 60 procent van de 12 miljoen inwoners van Buenos Aires is niet aangesloten op het rioleringsysteem, als gevolg waarvan er wederom ziektes voorkomen die al tientallen jaren geleden waren uitgeroeid. Een van de neoliberale dogma's van het IMF vereist ook dat allerlei overheidsinstellingen geprivatiseerd worden, met als gevolg dat ze nu tot de duurste in de wereld behoren. De "op speculatie gebaseerde economie, versterkt door het neoliberale beleid, heeft de bevolking arm gemaakt, terwijl de interne markt, productiecapaciteit en de natuurlijke hulpbronnen zijn verdwenen," merken James Petras en Pablo Pozzi op, "voor de bevolking is het leven een wrede overlevingsstrijd geworden, terwijl de rijken zichzelf nog meer verrijken met gebakken lucht."(20)

Om deze schulden af te lossen worden de lonen drastisch verlaagd. Tussen 1975 en 1999 is het reëel besteedbaar inkomen teruggelopen met ongeveer 60 procent.(21) Dit gaat ongehinderd door, ondanks alle jubelverhalen over de Argentijnse economie. "Tussen 1991 en 1998 groeide de Argentijnse economie jaarlijks met 6 procent. (…) De Argentijnen voelden zich weer die rijke natie; ze leefden op de pof, deden inkopen in Miami."(22) Zelfs in deze periode van economische groei nam het reëel besteedbare loon nog af met 6 procent, 'de Argentijnen' waarover Edwin Koopman het heeft, zijn geen mensen uit de sterk verarmde middenklasse en zeker niet uit de gigantisch gegroeide sloppenwijken rond Buenos Aires. In de jaren negentig leeft een derde van de bevolking, zo'n 12 miljoen mensen, nog steeds in 'armoede' of 'extreme armoede'.(23) Voor het laatste halfjaar wordt geschat dat er per dag zo'n 2000 mensen bijkomen. "Argentijnse pijn wordt internationale pijn," is de titel van het artikel van Reinoud Roscam Abbing, en daarmee slaat hij de spijker op de kop, een 'crisis' wordt het pas als "de Argentijnse pijn" een "internationale pijn" wordt.(24)

'Schoolvoorbeeld'
"Voor het overgrote deel van het afgelopen decennium was Argentinië het 'schoolvoorbeeld' van het IMF en Wallstreet. Er was geen ontwikkelingsland dat op zo'n voorbeeldige wijze haar financiële markt had geopend voor buitenlands kapitaal en geen land dat zo ver ging in het privatiseren van haar staatseigendommen," merkt David Felix op. Voor haar verregaande neoliberale beleid werd "Argentinië door het IMF en Wallstreet aangemerkt als A+."(25) De Nederlandse kranten gingen er niet geheel aan voorbij dat "de volksopstand" in Argentinië een "anti-mondialistische klaagzang" was "met McDonalds als bijna clichematig doelwit, naast de vestigingen van enkele Amerikaanse en Europese banken. Tegen het Amerikaans imperialisme belichaamd door het Internationale Monetaire Fonds (IMF), tegen het kapitalisme, het neo-liberalisme en de vrije markt die Argentinië naar de verdoemenis hebben geholpen," zoals Alex Burgerhorn het zo aardig onder woorden brengt. "De economische politiek van privatiseren en het aantrekken van buitenlandse investeerders, die Argentinië mede op aandringen van het IMF heeft gevoerd, heeft het land om zeep geholpen. Of de analyse wel of niet klopt, is minder belangrijk dan dat veel Argentijnen er in geloven." Erger nog, volgens Burgerhorn is de Argentijnse crisis "koren op de molen van de anti-mondialisten."(26)

Alex Burgerhorn omzeilt daarmee de belangrijkste vragen, namelijk hoe de crisis tot stand is gekomen, wat de oplossing is en hoe we dit in het vervolg kunnen voorkomen. Er is geen enkele twijfel dat het beleid dat vanuit het IMF en de Westerse financiële instellingen wordt opgelegd, dat door Argentinië als geen ander is gevolgd, de hoofdreden is van het bankroet. Dat is geen 'koren op de molen van de anti-mondialiseringsbeweging', dat is de reden van haar bestaan.

Het IMF en zijn beleid heeft ook een reden van bestaan, het brengt namelijk gigantische rijkdommen "voor een bepaalde stand van mensen". Dat de gevolgen voor "de meeste mensen eerder slecht dan goed" zijn en een "verwoestende ramp" voor "vele van die onfortuinlijke landen", zoals Adam Smith het uitdrukte, dat zou niemand mogen verbazen, want "onze handelaren en fabrikanten zijn de belangrijkste architecten geweest" van dit handelssysteem en met hun belangen "wordt op uitzonderlijke wijze rekening gehouden."(27)

Ondertussen is de schuld van Argentinië in de jaren negentig toegenomen van 45 miljard tot 140 miljard dollar. Het overgrote deel van die schuld is als vluchtkapitaal en door allerlei financiële trucs het land uitgeloodst. Dit is geen nieuw verschijnsel en de eeuwenoude vraag is: 'wie gaat dat betalen?'

Het zijn dezelfden die profiteren van het beleid en het zijn dezelfden die zullen moeten betalen. Al zijn de methoden om ze tot betalen te dwingen wat veranderd, zoals Roscam Abbing het al treffend uitdrukte, "zo onvermijdelijk als vroeger het ingrijpen van de militairen was, zo onvermijdelijk is nu interventie door het Internationale Monetaire Fonds."(28)

1 "A Fate Worse Than Debt", 1990, Susan George, Penguin Books. Dit is een uitstekend en heel goed leesbaar boek over de schuldencrisis. Een aanrader voor een ieder die meer wil weten maar geen economische achtergronden heeft
2 Trouw, 5 januari 2002, "Heeft de hel een nooduitgang", Edwin Koopman.
3 Trouw, 5 januari 2002, "Economie", Marianne Wilschut.
4 Telegraaf, 27 december 2001, "Argentijnse banken dicht, geldpers op volle toeren".
5 Zie noot 2.
6 NRC, 21 december 2001, "Tien lessen van Argentinie", Roel Janssen.
7 Trouw, 5 januari 2002, "De Argentijnse crisis", commentaar.
8 Volkskrant, 5 januari 2002, "Argentinie moet zich bevrijden van het peronisme", Lineke Stobbe.
9 NRC, 21 december 2001, "Tien lessen van Argentinie", Roel Janssen.
10 NRC, 27 december 2001, "Brady-plan Argentinie nodig", Philip de Wit.
11 Zie noot 2.
12 Trouw, 22 december2001, "Chaos in Argentinie", commentaar. Over die bijrol van Zorreguieta schrijft Jan Thielen, de auteur van een boek over Zorreguieta, in een brief aan NRC, "Overigens kunnen we Zorreguieta's vooraanstaande rol bij de voorbereidingen van de staatsgreep zo uit de krant van die dagen halen. Hij organiseerde de belangrijkste vergaderingen die tot de staatgreep opriepen en voerde er het hoogste woord." NRC, 4 januari 2002, "Zorreguieta (2)".
13 NRC, 21 december 2001, "Argentijnse pijn wordt internationale pijn", Reinoud Roscam Abbing.
14 "Deterring Democracy", 1992, Noam Chomsky, Hill and Wang.
15 "Puebla document", gepubliceerd door de Derde Conferentie van de Latijnsamerikaanse Bisschoppen in 1979, te vinden in het deel 'Thougts on Political Violence', geciteerd in "Nunca Mas: a report by Argentina's national Commission on Disappeard People", 1986, faber and faber, London Boston, in samenwerking met Index on Censorship.
16 International Movement of Catholic Intellectuals and Professionals, "Voice From Northeastern Brazil to III Conference of Bishops," Mexico, november 1977. Geciteerd in The Political Economy of Human Rights: volume 1, The Washington Connection and Third World Fascism, 1979, N. Chomsky en Edward S. Herman. Spokesman, GB.
17 "Nunca Mas: a report by Argentina's national Commission on Disappeard People", 1986, faber and faber, London Boston, in samenwerking met Index on Censorship.
18 Idem.
19 Zie noot 1.
20 Spectator, 21 maart 1992, John Simpson; Against the Current, maart/april 1992, Petras en Pozzi geciteerd in Year 501, 1993, Noam Chomsky, Verso, London.
21 "Highlights of Labor Market Conditions in Argentina", 25 april 2001, Claudio Lozano en Eduardo Manjovsky voor het Instituto de Estudios y Formacion.
22 Zie noot 1.
23 Zie noot 20.
24 Zie noot 12.
25 Foreign Policy in Focus, september 2001, "The Argentine crisis as Coup de Grace," David Felix.
26 Volkskrant, 2 januari 2002, "Vrije markt voedde gevoelens van onmacht", commentaar, Alex Burghorn.
27 Wealth of Nations, Adam Smith. Zie verder "WTO: ideologie, macht en de arme landen", Extra! nummer 3, 23 november 2001.
28 Zie noot 12.

 



Terug