Irak het volgende doelwit?

door mr. Meindert J.F. Stelling

De "oorlog tegen het terrorisme" lijkt, als we afgaan op de verhalen in de media, met het Amerikaans-Britse militaire optreden tegen Afghanistan een succesvolle start te krijgen. Het Taliban-regime is verdreven en de Al-Qaida beweging verdedigt haar laatste bolwerk. Maar wat het effect hiervan zal zijn op het internationale terrorisme, is nog niet duidelijk. Evenmin is duidelijk of de mensenrechtensituatie in Afghanistan nu is verbeterd. De moordende, plunderende en verkrachtende krijgsheren van de Noordelijke Alliantie hebben de macht vooralsnog in handen. Maar het "succes" van Afghanistan smaakt kennelijk naar meer; in de media verschenen al berichten dat het niet de vraag was of Irak zou worden aangevallen, maar wanneer en hoe.

Diverse redenen zijn genoemd waarom Irak militair zou moeten worden aangepakt. Het land zou het internationaal terrorisme steunen, zou massavernietigingswapens produceren en weigert VN-inspecteurs toe te laten. Al deze redenen komen erop neer dat Irak niet voldoet aan zijn internationale verplichtingen, zonder dat er sprake is van agressie van Irak tegen een andere staat. De vraag is dan ook of de genoemde redenen voldoende zijn om een militair optreden tegen Irak te rechtvaardigen.

Er zijn meer landen die niet voldoen aan hun internationale verplichtingen. Lang niet iedere staat heeft de steun aan het terrorisme definitief afgezworen. In 1999 steunden de NAVO-landen zelfs nog het UCK, dat enkele maanden daarvoor als terroristische organisatie werd betiteld en dat zich nu weer in Macedonië als zodanig heeft ontpopt. Zeker de Verenigde Staten hebben wat dit betreft geen onbezoedeld blazoen. Zo werd dat land in 1986 door het Internationaal Gerechtshof veroordeeld wegens de steun aan de rechtse terroristische groeperingen in Nicaragua. Dat is geen enkel ander land overkomen.

De productie van nucleaire en bacteriologische massavernietigingsmiddelen zou weliswaar een schending door Irak zijn van internationale verplichtingen, maar kan geen reden zijn voor gewapend ingrijpen uitsluitend in dat land. Zo produceren China, Frankrijk, India, Israël, Pakistan, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten heden ten dage kernwapens, d.w.z. nucleaire massavernietigingswapens. Dit hoewel op die landen de verplichting rust om te komen tot nucleaire ontwapening, terwijl het Internationaal Gerechtshof in 1996 heeft uitgesproken dat het gebruik van kernwapens in het algemeen onrechtmatig zou zijn (omdat het de mogelijkheid niet kon uitsluiten dat de burgerbevolking zou worden getroffen en dat onnodig leed voor combattanten zou worden veroorzaakt). Bovendien, in resolutie 1284 (1999) heeft de Veiligheidsraad herhaald dat het Midden-Oosten een zone moet worden die vrij is van massavernietigingswapens en van alle raketten die geschikt zijn voor de inzet van die wapens. Waarom worden in die resolutie dan wel sancties getroffen tegen Irak en niet tegen Israël?

Dat Irak niet wil meewerken aan controlemaatregelen die door de Veiligheidsraad zijn opgelegd, is inderdaad opnieuw een schending van internationale verplichtingen. Maar is die schending zo ernstig dat dit een gewapend ingrijpen zou rechtvaardigen? Dit ook gezien in het licht dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de VN-controles in Irak door de Verenigde Staten zijn misbruikt voor spionage? En juist die mogelijkheid van spionage bij internationale controles heeft de Verenigde Staten ertoe gebracht, niet mee te werken aan de realisatie van een controlemechanisme inzake het verbod op de productie van biologische wapens. En ook hier weer is er de scherpe tegenstelling met Israël. Dat land weigert al veel langer dan Irak om uitvoering te geven aan resoluties van de Veiligheidsraad.

Het voorgaande geeft aan dat de aandacht tamelijk eenzijdig is gericht op Irak. Irak komt internationale verplichtingen niet na, dat is duidelijk. Daarin onderscheidt dat land zich evenwel nadrukkelijk niet van andere landen. Bovendien hebben juist de Verenigde Staten een geschiedenis van talloze daden van agressie tegen andere soevereine staten, van vele subversieve operaties gericht tegen regeringen in andere landen en van een ononderbroken ondersteuning van rechtse terroristische groeperingen (met name in Latijns-Amerika, maar ook in Afghanistan). Hiermee lijkt één van de fundamentele beginselen van het internationale recht in het gedrang te komen, te weten het beginsel van de soevereine gelijkwaardigheid van staten.

Verder is de vraag aan de orde wie nu eigenlijk bepaalt wanneer maatregelen tegen een soevereine staat dienen te worden genomen. Volgens het Handvest van de VN kan de Veiligheidsraad tot maatregelen besluiten, indien er sprake is van een bedreiging van de internationale vrede, van een inbreuk daarop of van agressie. Het heeft er evenwel alle schijn van dat de Verenigde Staten in de "oorlog tegen het terrorisme" bepalen wat er moet gebeuren, onder het voorbijgaan aan het Handvest van de VN. Het lijkt erop alsof de Verenigde Staten de bevoegdheden van de Veiligheidsraad usurperen, zich zodoende boven de andere soeverein gelijkwaardige staten verheffen en er niet voor terugdeinzen het uiterst fundamentele geweldverbod terzijde te schuiven. Hiermee wordt de internationale rechtsorde, zoals die na de bittere ervaringen van twee wereldoorlogen tot stand is gebracht, ernstig aangetast en ondermijnd. De grootste bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid lijken zodoende thans de Verenigde Staten te zijn.



Terug