De Vloek van Columbus

Van Kolonialisme tot de Nieuwe Wereldorde

Het Jaar 501, De Verovering Gaat Door
Noam Chomsky, Copyright © 1993

Vertaling van 'Year 501: The Conquest Continues' van Noam Chomsky
Dit deel verscheen als bijlage bij Extra! nummer 12, 13 september 2002 (de hoofdstukken 1 en 2 verschenen eerder als bijlage bij Extra! nummers 8, 9 en 11)

hoofdstuk 3: Noord-Zuid/Oost-West

1. Een uit de kluiten gegroeide "Rotte Appel"
2. "Logische Onlogica"
3. Terug Naar Normaal
4. Enkele successen van de vrije markt
5. Na de koude oorlog
6. Met zachte hand


1. Een uit de kluiten gegroeide "Rotte Appel"

Binnen het eerder besproken brede kader (zie hoofdstuk 2) kan de Koude Oorlog worden opgevat als een tussenspel in het Noord-Zuid conflict dat zich afspeelt sinds de 'ontdekking' van Amerika door Columbus. Het tussenspel was uniek wat betreft de schaal ervan, maar verschilde weinig van andere episodes.

Zelfs in het pre-Columbiaanse tijdperk waren er al verschillen tussen Oost- en West- Europa, waarbij een scheidslijn Duitsland opdeelde in Oost en West. "Vanaf het midden van de 15de eeuw," schrijft Robert Brenner, "verdwenen uiteindelijk in het grootste deel van West- Europa de voorwaarden voor een crisis en kwam er een nieuwe periode van economische opleving." De "gevestigde en beter georganiseerde" West-Europese boerengemeenschappen "met hun ingeburgerde tradities van (vaak succesvolle) strijd voor hun rechten" en hun "indrukwekkende netwerk van dorpsinstituten voor economische regulering en politiek zelfbestuur," waren in staat "de feodale controle over hun bewegingsvrijheid te doorbreken en volledige vrijheid te veroveren." In het Oosten daarentegen nam "het lijfeigenschap op onwaarschijnlijke wijze toe," hetgeen de "ontwikkeling van onderontwikkeling" tot gevolg had. In Polen bijvoorbeeld, bereikte het nationaal product een piek halverwege de 16e eeuw, waarna het nog 200 jaar duurde voordat dat niveau opnieuw werd behaald. "De relatieve afwezigheid van dorpssolidariteit in het oosten Ö lijkt te zijn verbonden met de evolutie van die regio tot een koloniale maatschappij" onder "leiding van landheren."

Leften Stavrianos merkt op dat de Derde Wereld "voor het eerst zichtbaar werd in Oost-Europa," dat al vanaf de 14e eeuw grondstoffen begon te leveren voor de groeiende textiel- en metaalindustrie in Engeland en Holland. Hierop volgde de (inmiddels bekende) weg richting onderontwikkeling aangezien handels- en investeringspatronen hun natuurlijke loop volgden, bovenop de toch al uit elkaar groeiende sociale patronen. Door dit proces werd "het Oosten wellicht het eerste koloniale gebied van Europa, een Derde Wereld van de 16e eeuw, die grondstoffen leverde voor de industriŽlen in het Westen, een proeftuin voor bankiers en financiers die daar konden experimenteren in wat zij later zouden perfectioneren in nog verder weg gelegen landen" (John Feffer). Rusland zelf was zo groot en militair machtig dat onderwerping ervan aan de Westerse economie werd uitgesteld. Al was het in de 19e eeuw hard op weg om het lot van het Zuiden te delen, met hevige en wijd verspreide verarming en buitenlandse overheersing van de sleutelsectoren binnen de economie.

Een Tsjechische reiziger beschreef aan het einde van de 19de eeuw het langzaam vervagen van Europa naarmate men oostelijker kwam. Aangekomen in Rusland resteerden er niet veel meer van dan de spoorlijn en een paar hotels:"De aristocratische landeigenaar placht zijn landhuis in Europese stijl te meubileren; ook de zich continu vermenigvuldigende fabrieken op het platteland zijn Europese oases. Al het technische materiaal en de gereedschappen zijn Europees: spoorlijnen, fabrieken, banken...; net zo goed als de landmacht, de marine en zelfs een deel van de bureaucratie." Het aandeel aan buitenlands kapitaal in de Russische spoorwegen was in 1907 gestegen tot 93 procent, het kapitaal voor ontwikkeling was vrijwel geheel afkomstig uit het buitenland, vooral uit Frankrijk, en de schulden namen snel toe terwijl Rusland wegzonk in het typische derdewereldpatroon. Tegen 1914 begon Rusland "een semi-koloniale bezitting te worden van Europees kapitaal" (Teodor Shanin).

"Vele Russen, ongeacht hun politieke voorkeuren, waren ontstemd over de semi-koloniale status die in het Westen aan hun land werd toegekend," schrijft Z.A.B. Zema: "De bolsjewistische revolutie was, voor een cruciaal gedeelte, een reactie van een zich ontwikkelende, in wezen agrarische samenleving tegen het Westen en diens politieke zelfingenomenheid, economische zelfzuchtigheid en militaire verspilling. De huidige Noord-Zuid scheiding tussen de rijke en de arme landen, en de daaruit voortvloeiende spanningen in de 20ste eeuw, werd voorafgegaan door een eigen Europese Oost-West scheiding." Buiten Rusland zelf "werd het contrast tussen Oost- en West-Europa" in de 19e en het begin van de 20ste eeuw "scherper dan het ooit was geweest," voegt Zema er aan toe. Hieraan kwam voor een groot deel van Oost-Europa in de periode tussen de twee wereldoorlogen geen verandering.1

Met de bolsjewistische machtsovername in oktober 1917, die direct de prille socialistische tendensen in de kiem smoorde en waarbij alle vormen van arbeiders- of volksorganisaties werden vernietigd, bevrijdde de USSR zich uit de door het Westen gedomineerde periferie. Dit leidde tot een onvermijdelijke reactie, te beginnen met onmiddellijke militaire interventie door Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Japan en de Verenigde Staten. Dit waren vanaf het begin de belangrijkste elementen van de Koude Oorlog.

De logica was in de kern niet veel anders dan in het geval van Grenada of Guatemala, al was de omvang van het probleem dat des te meer. Het bolsjewistische Rusland was "radicaal nationalistisch." Het was "communistisch" in de technische betekenis, niet genegen om "de industriŽle economieŽn van het Westen aan te vullen." In werkelijkheid was Rusland echter niet in het minst "communistisch" of "socialistisch" in de letterlijke betekenis; socialistische elementen uit de pre-revolutionaire periode waren immers al snel weggevaagd. Verder ging er van het bolsjewistische voorbeeld, hoewel het geen militaire dreiging vormde, een onmiskenbare aantrekkingskracht uit op andere delen van de Derde Wereld. "Alleen al haar bestaan Ö vormde een ware nachtmerrie" voor Amerikaanse beleidsmakers, merkt Melvyn Leffler op: "Daar was opeens een totalitair land met een revolutionaire ideologie die een grote aantrekkingskracht had op de volkeren in de Derde Wereld die gebrand waren op het omverwerpen van de Westerse overheersing en op snelle economische vooruitgang." Amerikaanse en Britse functionarissen waren zelfs bang dat de aantrekkingskracht zich zou uitstrekken tot de kern van industriŽle landen, zoals eerder besproken.

 

Kortom, de Sovjet-Unie was een gigantische "rotte appel". Volgens de standaard logica en retoriek van het Noord-Zuid conflict valt de Westerse invasie na de revolutie daarom te rechtvaardigen als een defensieve actie, "als antwoord op de diepgaande en potentieel verstrekkende interventie van de nieuwe Sovjetregering in de binnenlandse aangelegenheden, niet alleen van het Westen, maar van vrijwel alle landen in de wereld." Want "zelfs het overleven van de kapitalistische orde Ö werd bedreigd door de Revolutie." "De veiligheid van de Verenigde Staten" was al in 1917 "in gevaar," niet pas vanaf 1950, en daarom was de interventie gerechtvaardigd, als verdediging tegen de veranderingen van de sociale orde in Rusland en de revolutionaire intentieverklaringen (diplomatiek-historicus John Lewis Gaddis; mijn cursivering).2

Vooral de "snelle economische groei" wekte speciale aandacht in het Zuiden - en daarmee bezorgdheid bij Westerse beleidsmakers. In zijn studie uit 1952 over late ontwikkeling beschrijft Alexander Gerschenkron de "bijna zesvoudige groei van de industriŽle productie" als "de grootste en langste [industrialiseringsspurt] in de geschiedenis van de industriŽle ontwikkeling van het land." Deze "enorme industriŽle transformatie die door de Sovjet regering tot stand werd gebracht Ö had weinig of niets te maken Ö met de Marxistische ideologie, of met wat voor socialistische ideologie dan ook," en werd doorgevoerd ten koste van grote hoeveelheden mensen. In zijn studies naar lange-termijn effecten van economische ontwikkeling plaatst Simon Kuznets, tien jaar later, Rusland bij de landen met de hoogste productiegroei per hoofd van de bevolking, bekeken over een eeuw, samen met Japan en Zweden. De VS, dat op een veel hoger niveau begon, neemt een middenpositie in, net iets boven Engeland.3

De ultranationalistische dreiging werd nog veel sterker toen Rusland als gevolg van de leidende rol die het speelde bij het verslaan van Hitler, zeggenschap kreeg over Oost- en delen van Centraal-Europa, waardoor deze regio's eveneens werden onttrokken aan Westerse overheersing. De rotte appel was zo groot geworden - en na de 2e Wereldoorlog, ook militair machtig - en het virus dat het verspreidde zo gevaarlijk, dat dit specifieke aspect van het Noord-Zuid conflict een eigen leven ging leiden. Lang voordat Lenin en Trotski de macht grepen, verwezen regering, bedrijfsleven en media al regelmatig naar de dreiging van "communisme" en "anarchisme" ter rechtvaardiging van de gewelddadige onderdrukking die gericht was op het ondermijnen van de pogingen vanuit de arbeiders om door middel van organisatie iets van elementaire rechten te veroveren. Onder de regering Wilson werden deze methoden uitgebreid en werd de bolsjewistische machtsovername aangegrepen om de arbeidersbeweging en het onafhankelijke denken te verpletteren, met steun van de media en het bedrijfsleven. De Oktoberrevolutie bood ook het bredere kader voor interventies in de Derde Wereld, die zodoende een "verdediging tegen communistische agressie" werden zonder dat er rekening hoefde te worden gehouden met de feiten. De enthousiaste steun voor Mussolini sinds zijn Mars op Rome in 1922, en de latere steun aan Hitler, waren gebaseerd op de doctrine dat fascisme en nazisme begrijpelijke, zij het soms extreme, reacties waren op de veel dodelijkere bolsjewistische dreiging. Een dreiging die uiteraard binnenlands was; niemand dacht dat het Rode Leger in opmars was. Om die reden werden de VS gedwongen om Nicaragua binnen te vallen om het te beschermen tegen het bolsjewistische Mexico. En 50 jaar later moest Nicaragua aangevallen worden, ditmaal om Mexico te behoeden voor het Nicaraguaanse bolsjewisme. Het plooibare karakter van ideologie blijft van een wonderlijke schoonheid.

De feiten worden vaak vervormd om aan te tonen dat deze of gene schietschijf eigenlijk een voorpost van het Kremlin (en later van Peking) is. Toen in 1950 het besluit was genomen om Frankrijk te ondersteunen bij het onderdrukken van het dreigende onafhankelijk nationalisme in Vietnam, gaf Washington zijn veiligheidsdiensten de opdracht om aan te tonen dat Ho Chi Minh een marionet van Moskou of Peking was (ťťn van beide zou volstaan). Ondanks noeste arbeid kon er "in vrijwel alle landen" bewijs voor door het "Kremlin gesteunde samenzweringen" gevonden worden, "behalve in Vietnam" dat hierop een "uitzondering" lijkt te zijn. Ook banden met China waren niet te vinden. De logische conclusie was dat Moskou de Viet Minh "beschouwt als voldoende loyaal zodat er op wordt vertrouwd dat zijzelf het dagelijks beleid kunnen bepalen zonder supervisie." Het gebrek aan contact is des te meer bewijs voor de allesomvattende plannen van het Evil Empire. Er zijn nog talrijke andere voorbeelden.

Een variant hierop wordt gevormd door het geval Guatemala. Terwijl de VS zich voorbereidden op de omverwerping van de regering, adviseerde de ambassade om door de Organisation of American States (OAS) een resolutie aan te nemen die het mogelijk maakte om wapens en communistische agenten te weren zodat we "de mogelijkheid krijgen om schepen te stoppen, inclusief de onze, op dusdanige wijze dat het de Guatemalteekse economie zal verstoren." Dat zal leiden tot een pro-Amerikaanse coup of tot toename van de communistische invloed, waarmee dan weer "straffere maatregelen" van de VS "te rechtvaardigen zullen zijn," desnoods unilateraal. In overeenstemming met deze manier van redeneren is het een routine-procedure in het buitenlands beleid om door middel van embargo, terreur en de dreiging van nog veel meer geweld het betreffende land te dwingen Rusland om steun te vragen. Hiermee is aangetoond dat het hier een tentakel betreft van de Sovjet-samenzwering, die zich uitstrekt om ons te wurgen. Deze techniek werd op een vreselijk knullige manier toegepast tegen Guatemala en Nicaragua maar desalniettemin met overweldigend succes dankzij het enorme conformisme binnen de intellectuele kringen.4

 


2. "Logische Onlogica"

Terwijl Rusland de gigantische aanvallen van de Nazi's over zich heen kreeg, werd Stalin een bondgenoot, de gerespecteerde "Uncle Joe"; maar altijd met tegenstrijdige gevoelens. Aan zijn zoon vertrouwde Roosevelt zijn oorlogsstrategie toe: de VS moesten op de reservebank blijven totdat de Russen zich volledig hadden uitgeput in hun strijd tegen de Nazi's, waarna de Amerikanen op het toneel zouden verschijnen om het karwei af te maken. Een van de vooraanstaande Roosevelt-onderzoekers, Warren Kimball, komt tot de conclusie dat "hulp aan de Sovjet-Unie een prioriteit van de president werd." In de veronderstelling dat overwinningen van het Rode Leger de mogelijkheid boden om Amerikaanse soldaten buiten een Europese landoorlog te houden. Truman ging nog veel verder. Toen Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie aanviel, was zijn opvatting dat "als we zien dat Duitsland aan het winnen is dan moeten we Rusland helpen en als Rusland aan het winnen is dan moeten we Duitsland helpen; op die manier moeten we ze elkaar zoveel mogelijk laten afmaken." Vanaf 1943 beginnen de VS met het herinstalleren van fascistische collaborateurs en sympathisanten in ItaliŽ. Deze manier van doen breidde zich uit over de gehele wereld waar gebieden werden bevrijd. De tolerantie ten aanzien van fascisme gold als barriŤre tegen radicale sociale verandering. Vergeet niet dat Russische agressie geen issue was voor de oorlog, noch iets om na de oorlog rekening mee te houden.5

Het probleem van de gigantische rotte appel leidde tot een paar vreemde kronkelingen in de beleidsplanning. In een belangrijk studie uit juli 1945, die door de minister van Oorlog Stimson werd gestuurd naar de minister van Buitenlandse Zaken, probeerden de militaire beleidsmakers een bevredigende toelichting te geven bij de intentie van de VS om de wereld te beheersen en om Rusland militair te omsingelen, terwijl tegelijkertijd aan de tegenstander ieder recht buiten de eigen grenzen werd ontzegd. "Beweren dat het voor de VS of Engeland noodzakelijk is om een unilaterale militaire overheersing over Panama of Gibraltar in stand te houden terwijl Rusland eenzelfde overheersing over de Dardanellen wordt ontzegd, zou weleens kunnen leiden tot de kritiek dat dat onlogisch is," was hun zorg. Met name omdat de Dardanellen voor Rusland de enige toegang tot de Middellandse Zee vormden, en dus stevig in Amerikaans-Britse handen moesten blijven. Maar deze kritiek is alleen bij een oppervlakkige kijk aanvaardbaar, was de conclusie van de beleidsmakers: de bedoelingen van de VS bestaan uit "een logische onlogica." De VS en Engeland kunnen er niet van verdacht worden, "hoeveel fantasie iemand ook heeft," dat zij "expansionistische en agressieve ambities" hebben. Maar Rusland heeft nog niet bewezen dat het geen expansionistische ambities kentÖHet is onlosmakelijk verbonden, op haast mystische wijze, met de ideologie van het communisme die in ieder geval oppervlakkig gezien geassocieerd wordt met een aanzwellende golf over de hele wereld waarin de gewone man streeft naar hogere en bredere horizonten. De verleiding moet voor Rusland welhaast erg groot zijn om zijn kracht te koppelen aan zijn ideologie en om zijn invloed over de aarde uit te breiden. Zijn daden in de afgelopen vijf jaar zijn voor ons niet geruststellend genoeg geweest om aan te nemen dat het niet met het idee heeft gespeeld.

Kortom, het is aan de Russen te bewijzen dat zij op geen enkele wijze de bedoeling hebben om geassocieerd te worden met het gepeupel dat "streeft naar hogere en bredere horizonten," met "de armen die er altijd op uit zijn om de rijken te plunderen" (Dulles). Totdat de Russen met overtuigende bewijzen komen, is het volslagen logisch dat de eenzijdige overheersing over de wereld bij de verantwoordelijke mensen ligt, welke zich niet inlaten met criminele elementen die op plundering uit zijn en die met subversieve ideeŽn spelen zoals het verruimen van hun horizon. Rusland moet bewijzen dat het geen potentiŽle bedreiging is voor de "uiteindelijke overleving van de kapitalistische orde" (Gaddis). Pas wanneer het duidelijk heeft gemaakt dat het principe van Churchill, van de rijke mannen die overal met rust moeten worden gelaten, geaccepteerd is, kan toegang worden verleend tot de vertrekken van de bediendes.

Het begrip van de "logische onlogica" is nog zo'n alleraardigst hulpmiddel in de ideologische gereedschapskist, dat een bredere toepassing verdient.

De omvang van het gevaar werd onderstreept door William Donovan, directeur van de OSS (voorloper van de CIA). In het "door oorlog geteisterde" Europa, waar "de ellende wijd verbreid is," waarschuwde hij, hebben de Russen "een grote aantrekkingskracht door de proletarische filosofie van het communisme." De VS en haar bondgenoten hebben "geen politieke of sociale filosofie die net zo dynamisch en aantrekkelijk is." Zoals al eerder opgemerkt, werd hetzelfde probleem betreurd door Eisenhower en Dulles tien jaar later, en bij herhaling door de VS tijdens de oorlog in Indochina.6

De redenering zoals geschetst in 1945, houdt stand gedurende de gehele periode van de Koude Oorlog en is een logisch gevolg van het Noord-Zuid conflict. Dezelfde redenering werd ook vaak toegepast in eigen land, bijvoorbeeld na de Eerste Wereldoorlog toen "er geen keurig onderscheid kon worden gemaakt tussen de theoretische idealen van de radicalen en hun feitelijke overtreden van nationale wetten" en "er geen tijd verspild kon worden aan muggenzifterij over de schending van vrijheid" (minister van Justitie Palmer en de Washington Post, tijdens de Red Scare van president Wilson). Dezelfde manier van denken werd gevolgd ter rechtvaardiging van het bombarderen van Libische steden in 1986, als "zelfverdediging tegen een toekomstige aanval," zoals de regering onder grote bijval van toegewijde voorstanders van het internationaal recht verklaarde.7 "Duidelijke en actuele gevaren" kunnen niet worden getolereerd, hoe vaag die duidelijkheid en hoe ver weg de actualiteit ook mogen zijn.

De logica is eenvoudig: de rijke mensen heersen terecht over de wereld die zij bezitten, en er kan van hen niet worden verwacht dat zij potentieel criminele activiteiten die de "stabiliteit" bedreigen, zullen tolereren. De dreiging moet al direct de pas worden afgesneden. En als het vorm krijgt dan hebben we het recht om te doen wat nodig is om de zaken weer op orde te brengen.

Het waren niet de misdaden van Stalin waar de Westerse leiders problemen mee hadden. Truman noteerde in zijn dagboek: "met Stalin kan ik handelen," hij is "eerlijk - maar ongelooflijk sluw." Anderen waren het daar mee eens, zoals Eisenhower, Leahy, Harriman en Byrnes. Wat er in Rusland zelf gebeurde, was voor hem geen probleem, verklaarde Truman. Volgens hem zou de dood van Stalin een "echte catastrofe zijn. Maar samenwerking was afhankelijk van het feit of de VS in 85 procent van de gevallen hun zin zouden krijgen, maakte Truman duidelijk. Melvyn Leffler - die deze geschiedenis in detail heeft onderzocht en groot respect heeft voor de prestaties en de inzichten van het naoorlogse leiderschap - merkt op dat "Truman Stalin aardig vond." Hij stelt dat er op geen enkele wijze uitdrukking wordt gegeven aan "oprechte gevoelens van mededogen en/of morele passie" in de door hem onderzochte documenten. "Deze mannen waren alleen maar geÔnteresseerd in macht en eigenbelang, niet in echte mensen die echte problemen over zich heen kregen in een wereld die net vijftien jaar economische crisis, Stalinistische terreur en Nazi-genocide achter de rug had.8

De zorgen die hen bezielden, waren niet de ontzagwekkende misdaden van Stalin, maar de aansprekende successen die er werden geboekt in de ontwikkeling en de mogelijkheid dat de Russen "met de gedachte speelden" om steun te verlenen aan de "verlangens van de gewone man" in het Westen, en de onderworpen en onderdrukte mensen in de rest van de wereld. Het onvermogen van Oost-Europa om zijn traditionele rol te vervullen, als leverancier van voedsel en grondstoffen aan het Westen, versterkte de ongerustheid nog meer. Het probleem is niet misdaad, maar ongehoorzaamheid. Een feit dat wordt gestaafd door een hele reeks gangsters van Mussolini, Hitler en Stalin tot aan Saddam Hoessein.

Hoewel de Amerikaanse politici geen Sovjetaanval op het Westen verwachten, waren ze toch bezorgd over de militaire macht van de Sovjet-Unie. Hiervoor waren twee belangrijke redenen. Ten eerste waren ze bevreesd dat de USSR zou reageren op de overname van de wereld door de VS, en niet de "logica" van onze "onlogica" zou begrijpen. Vooral onheilspellend vanuit Russisch perspectief waren de wederopbouw en herbewapening van Duitsland en Japan, twee van zijn machtige traditionele vijanden, en de opname in de Amerikaanse invloedssfeer met de bedoeling om het Russische virus te vernietigen. Dat deze ontwikkelingen een groot gevaar betekenden voor de veiligheid van de Sovjet-Unie werd goed begrepen door de Amerikaanse beleidsmakers, die daarom bang waren voor een mogelijke reactie.

Ten tweede diende de macht van de Sovjet-Unie om de VS te weerhouden van het gebruik van geweld, als gevolg waarvan de Amerikaanse acties om de periferie te dwingen haar dienstenrol op te nemen, beperkt werden. Daar komt bij dat de Sovjet-Unie, om zijn eigen cynische redenen, vaak steun bood aan het doelwit van Amerikaanse aanval en ondermijning, en voordelen probeerde te behalen waar dat mogelijk was. Alleen al het bestaan van de Russische mogendheid verschafte het Zuiden een zekere ruimte om te manoevreren. Als tegenwicht tegen de Amerikaanse macht, was er ruimte voor neutraliteit, die - en dat was de vrees van de beleidsmakers - het Westen zou beroven van overheersing over die gebieden die nodig waren voor het in stand houden van privileges en macht. Gebruik makend van deze ruimte probeerden leiders van de Derde Wereld een onafhankelijke rol in het doen en laten van de wereld te veroveren. In de jaren '60 verviel de VN, voorheen een onderdanig instrument en daarom ook danig bewonderd, in de "tyrannie van de meerderheid." De groeiende invloed van onwaardige onderdelen bracht intensieve Amerikaanse pogingen op gang om de dwalende organisatie kapot te maken. Dit beleid wordt onder ander voorwendselen voortgezet nu de VN eindelijk weer veilig onder controle is.9

Kortom, Rusland maakte zich niet alleen schuldig aan ultranationalisme en het ondermijnen van de "stabiliteit" door het rotte-appel-effect. Het beging nog een misdaad: het verstoren van Amerikaanse plannen en het geven van steun aan de slachtoffers bij hun verzet, een onacceptabele belediging die door weinigen uit het Zuiden wordt geŽvenaard, alhoewel Cuba in de buurt kwam toen het de door Amerika gesteunde agressie van Zuid-Afrika in Angola tegenspel bood. Derhalve kan er geen verzoening zijn, geen dťtente. Zelfs bij de ineenstorting van de Sovjet-Unie in de jaren '80 werd het "Nieuwe Denken" van Gorbatjsov in de vrijheidslievende media getest aan de hand van de ruimte die er werd geboden voor de onbelemmerde voortgang van Amerikaans geweld; omdat hij niet aan deze eis kon voldoen, werden zijn gebaren beschouwd als betekenisloos, als het zoveelste voorbeeld van Communistische agressie.10

Om dit soort redenen waren de VS niet echt geÔnteresseerd in het oplossen van het Koude Oorlog conflict, behalve in termen van onderwerpen van de Sovjet-Unie. Hoewel we geen inzicht hebben in de Russische documenten, en daarom alleen kunnen speculeren over de interne beleidsmaking, lijkt het aanwezige materiaal te suggereren dat Stalin en zijn opvolgers bereid zouden zijn om in te stemmen met een rol als junior-manager in het door de VS gedomineerde wereldsysteem, hun eigen kerkers bestierend zonder inmenging van buiten en bereid tot samenwerking bij gemeenschappelijke projecten om de "stabiliteit" in de wereld in stand te houden. Vergelijkbaar met de jaren '30, toen de communistische troepen de spits afbeten bij het op bloedige wijze neerslaan van de breed gedragen sociale revolutie in Spanje.

De opvatting van Washington werd duidelijk onder woorden gebracht door minister van Buitenlandse Zaken Dean Acheson tegenover een senaatscommissie voor Buitenlandse Relaties, waar hij de onderhandelingspositie van de VS over Duitsland uitlegde voor de op handen zijnde vergadering van buitenlandse ministers. De houding van Acheson was "zo compromisloos," schrijft Leffler, dat de leden van de commissie "paf stonden." Op de zorg van Arthur Vanderbilt dat de houding van de VS een permanente Koude Oorlog zou institutionaliseren, antwoordde Acheson dat het doel niet was om een Koude Oorlog te voorkomen maar om de Westerse macht te consolideren, onder controle van de VS natuurlijk. "Toen senator Claude Pepper er bij Acheson op aandrong om de mogelijkheid te overwegen de Sovjets eerlijk te behandelen," werd dit idee door Acheson "minachtend van de hand gewezen." Hij informeerde de commissie dat "hij aanstuurde op het integreren van de kracht van West-Duitsland in West-Europa en het vestigen van een bloeiende Westerse samenleving die als een magneet zou werken op de oosterse satellieten van het Kremlin": het resultaat zou niet alleen een ondermijning van de Sovjetmacht zijn, maar tevens de half-koloniale verhoudingen met het Westen herstellen. Toen de vergadering met buitenlandse ministers op een voorspelbare impasse uitliep, "was Acheson opgetogen," vervolgt Leffler. De Russen "zijn weer in de verdediging gedrongen," verklaarde Acheson: "Ze zijn zichtbaar bezorgd en bevreesd over het feit dat ze Duitsland verloren hebben."11

Zoals eerder besproken werd de kennelijke wens van de Sovjets om in 1949 tot een vreedzame regeling voor de Europese kwestie te komen niet gezien als een mogelijkheid maar als een bedreiging van de "nationale veiligheid". Deze bedreiging werd pas met de oprichting van de NAVO overwonnen. Om dezelfde redenen hebben de VS de voorstellen van Stalin aangaande de hereniging en demilitarisering van Duitsland met vrije verkiezingen in 1952 nooit in overweging genomen, noch de oproep van Chroetsjov om na diens radicale inperking van Ruslands militaire eenheden en bewapening in de periode 1961-63 soortgelijke stappen te nemen (volledig bekend bij de regering van Kennedy, maar van de hand gewezen). Aan de vooravond van zijn verkiezing had Kennedy geschreven dat Rusland bezig was om Europa te veroveren "op de indirecte manier door het verwerven van de enorme externe grondstoffenregio," een conventionele verwijzing naar de Russische steun aan niet-gebondenheid en neutraliteit. De pogingen van Gorbatsjov om medio jaren '80 de Koude Oorlog te deŽscaleren (waaronder eenzijdige troepenvermindering en voorstellen voor het aan banden leggen van nucleaire tests, het opzeggen van militaire pacten en het terugtrekken van de vloot uit de Middellandse Zee) werden genegeerd. Verminderen van de spanning heeft weinig waarde wanneer de onverlaten niet ook terugkeren in hun dienende rol.12

De Sovjet-Unie bereikte het hoogtepunt van haar macht aan het einde van de jaren '50, altijd ver achter op het Westen. Een onderzoek van het Centrum voor Defensie Informatie (CDI) uit 1980 waarbij de Russische invloed per land wordt bekeken vanaf de Tweede Wereldoorlog, komt tot de aannemelijke conclusie dat de macht van de Sovjet-Unie vanaf het hoogtepunt in 1979 is afgenomen tot het punt waarbij "de Sovjets invloed hebben op slechts 6 procent van de wereldbevolking en 5 procent van het Bruto Nationaal Product van de wereld, buiten de Sovjet-Unie." In het midden van de jaren '60 stagneerde de Russische economie en was zelfs aan het teruglopen; dit kwam overeen met een teruggang in huisvesting, handel en levensvewachting, waarbij de kindersterfte toenam met een derde tussen 1970 en 1975.13

De Cubacrisis in 1962 toonde de enorme kwetsbaarheid van de Sovjet-Unie. Dat leidde tot een enorme toename van militaire uitgaven, die pas weer afnamen aan het eind van de jaren '70. De stagnatie van de economie werd merkbaar en de autocratie was niet meer in staat om de toenemende dissidentie te beheersen. De centrale planeconomie had gezorgd voor een industriŽle basisontwikkeling, maar was niet geschikt voor de voortgang naar een meer geavanceerd niveau, en leed tevens aan de wereldwijde recessie die zo'n vernietigende uitwerking op het Zuiden had. In de jaren '80 stortte het systeem in elkaar en werd "de Koude Oorlog gewonnen" door het Westen, dat altijd al veel rijker en machtiger was. Het overgrote deel van het Russische imperium zal waarschijnlijk terugvallen in zijn traditionele derdewereldstatus, waarin de oude elite van de Communistische Partij (de Nomenclatura) de rol op zich zal nemen van de elites in de Derde Wereld, verbonden aan de internationale handels- en financiŽle belangengroepen.14

Een rapport van de Wereldbank uit 1990 beschrijft het resultaat als volgt: "De Sovjet-Unie en de Volksrepubliek China waren tot recentelijk de meest aansprekende voorbeelden van relatief succesvolle landen die zich opzettelijk afkeerden van de wereldeconomie," vertrouwend op hun "enorme grootte" die hen voor een "op zichzelf gerichte ontwikkeling meer geschikt [maken] dan de meeste andere landen". Maar "uiteindelijk besloten zij om het beleid om te gooien en om meer actief onderdeel uit te gaan maken van de wereldeconomie." Een juistere weergave zou zijn dat hun "enorme grootte" hen de mogelijkheid bood om weerstand te bieden aan de weigering van het Westen hen deel te laten nemen aan de wereldeconomie op een andere basis dan die van de traditionele ondergeschiktheid, de 'actieve deelname aan de wereldeconomie' zoals de heersers van de wereld die aan het Zuiden opleggen.15

Tijdens deze periode werden er grootse pogingen ondernomen om de Sovjet-Unie voor te stellen als het grootste gevaar op aarde, dat ons ieder moment kon overweldigen. Het belangrijkste document van de Koude Oorlog, NSC 68, opgesteld in april 1950, probeert de zwakheid van de Sovjets, die overduidelijk uit de analyses naar voren kwam, te verhullen om het gewenste beeld te creŽren van de "slavenstaat" die haar "onverzoenlijke doel" vervolgt om de "absolute overheersing" over de wereld te verkrijgen en die zijn weg enkel versperd ziet door de Verenigde Staten, met hun onwaarschijnlijke nobelheid en perfectie. Zo ontzagwekkend was de bedreiging dat Amerikanen "de noodzaak tot rechtvaardige onderdrukking" zouden moeten accepteren als essentieel onderdeel van de "democratische gang van zaken." Zij zullen "een flinke dosis opoffering en discipline" moeten accepteren, waaronder thought control en een verschuiving van de overheidsuitgaven van sociale programma's naar "defensie en buitenlandse hulp" (in vertaling: subsidie voor geavanceerde industrie en ondersteuning van export). In een boek uit 1948 schrijft de liberale activist en invloedrijke persoon binnen de CIA, Cord Meyer, dat het recht om te staken "ontzegd" moet worden, wanneer er niet op vrijwillige wijze afstand van wordt gedaan wegens "de grote noodzaak van de defensieplannen." En "burgers van de Verenigde Staten zullen moeten wennen aan de alomtegenwoordigheid van de machtige geheime politie die noodzakelijk is als bescheming tegen sabotage en spionage." Net als onder Wilson waren er fascistische methoden nodig als bescherming tegen de bedreigingen van de "stabiliteit".

Het "verlies aan hegemonie en de relatieve economische achteruitgang" van de beide supermachten was tegen 1980 voor iedereen met ogen in zijn hoofd duidelijk geworden "toen het bipolaire systeem van de naoorlogse jaren geleidelijk aan was veranderd in een meer complexe toestand." Evenals het daarmee corresponderende verval van "het systeem van de Koude oorlog dat zo nuttig was voor de beide supermachten als instrument ter beheersing van hun bondgenoten en voor het mobiliseren van binnenlandse ondersteuning voor de kwaadaardige en vaak zo kostbare maatregelen om de gewenste vorm van orde en stabiliteit in hun respectievelijke domeinen op te leggen." Noch dat er enige twijfel was aan de onderlinge verhouding in kracht en invloed, waarvan CDI en andere verstandige analisten goed op de hoogte waren. Desalniettemin werd de periode gekenmerkt door de toenemende hysterie over het reusachtige Sovjetsysteem, dat sterker en sterker wordend over de wereld raasde en een uitdaging, ja zelfs een bedreiging vormde voor de overleving van de VS, waarbij versterkte uitvalsbasissen werden gevestigd in Cambodja, Nicaragua, Mozambique en nog meer van dit soort cruciale strategische machtscentra.16

Deze bedriegelijke inspanningen werden ondersteund door heel veel fantasie over de militaire uitgaven van de Sovjets. Wederom was er een behoorlijke hoeveelheid scherpzinnigheid nodig, al was het alleen maar omdat de schattingen van het Pentagon zelf in 1982 duidelijk aantoonden dat de NAVO (met inbegrip van de VS, die zelf niet werden bedreigd) veel meer geld uitgaven (250 miljard dollar van 1971 tot 1980) dan het Warschau-pact (met inbegrip van de USSR, die een groot deel van haar troepen langs de grens met haar Chinese vijand gestationeerd had). Maar zelfs deze cijfers zijn niet accuraat, zoals de econoom Franklyn Holzman al enige jaren laat zien, waarbij de sterkte van de Sovjet-Unie sterk overschat wordt. Bij correctie komt er een kloof te voorschijn van 700 miljard dollar in het voordeel van de NAVO voor de periode van de jaren '70. De militaire opbouw van Carter, uitgebreid onder Reagan en de druk op de NAVO bondgenoten om hierin te volgen, werden "deels gerechtvaardigd met valse beweringen over de gestage toename in de Russische militaire uitgaven," merkt Raymond Garthoff op: "De 'aanhoudende Sovjet opbouw' is in belangrijke mate het gevolg van een Amerikaanse fout in de schatting van de Sovjet uitgaven, veel meer dan dat het om een 'onrustbarende aanwijzing voor de Russische bedoelingen' gaat," zoals werd geclaimd aan het einde van de jaren '70 onder Carter, "terwijl de Amerikaanse voorsprong in absolute aantallen van strategische wapens werd uitgebouwd in de periode van 1970 tot 1980." Holzman laat overtuigend zien dat de inschattingsfouten het gevolg waren van "opzettelijke [CIA] verdraaiingen" aan het einde van de jaren '70 onder sterke politieke druk.17

Het overdrijven van de macht van de vijand is een karakteristiek kenmerk in het Noord-Zuid conflict; in de meest extreme vorm wordt ons verteld dat de Sandinisten op het punt staan Texas binnen te marcheren. Zelfs dat het eiland Grenada een bedreiging vormde, een bedreiging van de Amerikaanse olietoevoer wegens haar "strategische ligging," waar "de Cubanen heel erg dankbaar voor zijn" (Robert Leiken). Deze procedure is niet uitgevonden in de Koude oorlog. "Een overzicht van de paniekscenario's uit het verleden zou misschien moeten beginnen met de dreiging die Chili rond 1880 vormde volgens de voorstanders van een nieuwe marine," merkt John Thompson in zijn "overzicht" van "het overdrijven van de Amerikaanse kwetsbaarheid" op. Daarvoor al waren er de "gemengde hordes van wetteloze Indianen en negers" wat het omwille van de zelfverdediging noodzakelijk maakte om Florida te veroveren, en nog veel meer van dit soort zaken vanaf het begin van de koloniale tijd.18

De bedoelingen zijn glashelder. De cultuurmanagers moeten gebruik kunnen maken van gereedschap om hun werk te doen. Los van de vleesgeworden cynici moeten de beleidsmakers zichzelf kunnen overtuigen van de rechtvaardigheid van hun, vaak monsterlijke, daden die zij bedenken en uitvoeren. Er bestaan slechts twee voorwendselen: zelfverdediging en liefdadigheid. Het is niet noodzakelijk om aan te nemen dat het gebruik van het gereedschap alleen maar gebaseerd is op bedrog en carriŤredrang, alhoewel dat soms het geval is. Het is heel eenvoudig jezelf te overtuigen van de voordelen van daden en beleid die ten goede komen aan het eigen belang. Met name het verantwoorden door middel van de goede bedoelingen, behoort met de nodige zakken zout genomen te worden. Het kan serieus genomen worden wanneer het voorgestelde beleid toevallig schadelijk is voor het eigenbelang, een historische categorie die verrassend klein blijkt te zijn.

In het geval van de Koude Oorlog was er mogelijk nog een factor die het systeem van waandenkbeelden heeft gevoed op een wijze die verder ging dan de normale gang van zaken: de Russen hadden hun eigen redenen om zichzelf neer te zetten als een ontzagwekkende supermacht die op resolute wijze voortging naar een nog fantastischer toekomst. Wanneer de twee belangrijkste propagandasystemen van de wereld het eens zijn over een bepaald dogma, hoe waanzinnig dan ook, dan is het niet eenvoudig om daaraan te ontsnappen.

Een frappant voorbeeld is het waanbeeld dat de Koude Oorlog een strijd was tussen socialisme en kapitalisme. Al vanaf 1917 stond de Sovjet-Unie verder af van het socialisme dan de VS en haar bondgenoten van het kapitalisme. Maar de beide propagandasystemen hadden een diep geworteld belang bij de instandhouding hiervan. Het Westen kreeg zo de kans om het socialisme te besmeuren door het te koppelen aan de Leninistische tirannie, en voor de USSR was er prestige te ontlenen aan associatie met de socialistische idealen - idealen waarvan de invloed machtig en van grote omvang waren. "Ik geloof dat socialisme de belangrijkste theorie uit de geschiedenis is en ik ben er van overtuigd dat het op een goede dag de wereld zal overheersen," vertelde Andrew carnegie aan de New York Times, en als dat het geval is dan "hebben we het gouden tijdperk." Tot de dag van vandaag vindt bijna de helft van de Amerikaanse bevolking de zinsnede "ieder doet naar wat hij kan, en krijgt naar wat hij nodig heeft," zo'n voor de hand liggende waarheid dat gedacht wordt dat het in de Amerikaanse grondwet staat, waarvan de tekst overigens vrijwel onbekend is maar die gezien wordt als een soort Heilig Schrift. De absurde associatie van Bolsjewistische tirannie met socialistische vrijheid werd zonder twijfel versterkt door de stilzwijgende overeenkomst tussen de twee belangrijkste dogmatische denksystemen. Alhoewel de Leninistische autoritaire afwijking van de socialistische traditie voor intellectuelen een speciale aantrekkingskracht heeft met diepere wortels.19

In het begin van de jaren '80 werd het onmogelijk om de illusies over de Russische overmacht in stand te houden en een paar jaar later was het afgelopen.


3. Terug Naar Normaal

Als het Oost-Europa uit de vroege moderne tijd "een proeftuin [was] voor bankiers en financiers die daar konden experimenteren met wat zij later zouden perfectioneren in nog verder weg gelegen landen" (Feffer) dan was dit tegen de jaren '80 op een ietwat andere manier opnieuw het geval: het zou een "proeftuin" worden voor de theorieŽn over laissez-faire economische ontwikkeling, die door elk succesvol ontwikkeld land was vermeden en die onder voogdij van het Westen met desastreuze gevolgen in het Zuiden was toegepast. Een symbolische illustratie van de ommekeer is de rol van de Harvard- econoom Jeffrey Sachs die "in de jaren '80 de Boliviaanse economie te gronde had gericht onder het mom van monetaire stabiliteit," zoals Feffer correct opmerkt, en zich vervolgens op Polen richtte om ook dat land het wrede medicijn toe te dienen dat de dienstverlenende landen al van oudsher wordt voorgeschreven.

Geheel volgens de regels zijn er in Polen "talrijke winstgevende particuliere bedrijven" ontstaan, schrijft de goed ingelichte analist Abraham Brumberg, evenals een "productieafname van bijna 40 procent, ontberingen en sociale beroeringen" en "de val van twee regeringen." In 1991 nam het bruto nationaal product (BNP) af met 8-10 procent, met een daling van 8 procent in de investeringen en bijna een verdubbeling van de werkloosheid. Deze was begin 1992 opgelopen tot 11 procent van de beroepsbevolking, na een officiŽle afname van het BNP met 20 procent binnen twee jaar. In een rapport van de Wereldbank uit 1992 over de Poolse economie, besproken door Anthony Robinson in de Financial Times, wordt vastgesteld dat "de fiscale situatie op dusdanige wijze is verslechterd dat hyperinflatie een direct gevaar vormt. De werkloosheid heeft een niveau bereikt dat niet lang geduld kan worden. Investeringen in de infrastructuur en opleidingen zijn zo sterk afgenomen, dat wanneer daar geen verandering in komt, de vooruitzichten voor duurzame groei worden ondermijnd." Er wordt gewaarschuwd dat "geen van de langetermijn aanbodgerichte hervormingen" die de Bank bepleit, "enige kans op succes zal hebben wanneer Polen vervalt in hyperinflatie, of wanneer de economie zo dramatisch achteruit blijft hollen als in de afgelopen twee jaar." "Particulier spaargeld is vrijwel geheel verdwenen door hyperinflatie en het economische stabiliteitsprogramma uit 1990," voegt Robinson eraan toe, terwijl de problemen nog werden verergerd door kapitaalvlucht van ettelijke tientallen miljoenen dollar per maand. Terwijl de neergang op een dieptepunt afstevent, lijken de vooruitzichten voor een groot deel van de bevolking somber.

In Rusland is hetzelfde gebeurd. "Volgens sommige schattingen," schrijft Michael Haynes, "bedroeg de kapitaalvlucht uit de Sovjet-Unie ergens tussen de 14 en 19 miljard dollar in 1991," een deel om redenen van de korte termijn, een deel ervan structureel voor de lange termijn. De productie daalde in 1991. Yegor Gaidar, minister van Economische Zaken en FinanciŽn waarschuwde begin 1992 voor een terugval van 20 procent, waarbij "het ergste" nog moest komen. De productie in de lichte industrie daalde met 15-30 procent in de eerste 19 dagen van januari 1992 terwijl de leveranties van vlees, graan en melk met een derde of meer terugliepen. Van begin 1989 tot medio 1992 daalde de industriŽle output in Polen, volgens statistieken van IMF en Wereldbank, met 45 procent en stegen de prijzen met een factor 40. Het reŽle besteedbare inkomen werd bijna gehalveerd; cijfers voor de andere Oost-Europese landen waren niet veel beter.

Westerse ideologen zijn onder de indruk van wat er is bereikt, maar bezorgd dat economische irrationaliteit verdere vooruitgang in de weg zal staan. Onder de kop "Fabrieksdinosaurussen brengen economische groei in Polen in gevaar," laat Stephen Engelberg, correspondent van de New York Times, zijn licht schijnen over "het ergst denkbare voorbeeld van hoe de industriŽle erfenis van het communistische systeem plannen voor economische hervormingen in Polen en andere Oost-Europese staten teniet dreigt te doen": de stad Rzeszow. Deze is voor haar werkgelegenheid, belastinginkomsten en zelfs voor warmte door industriŽle bij-producten afhankelijk van een vliegtuigbouwer. Het vrije marktbeleid heeft "van steden als Warschau of Krakow bruisende handelssteden gemaakt," merkt Engelberg op, met een verdubbeling van het aantal particuliere bedrijven (ofschoon de bevolking de drempel niet overkomt omdat ze te arm is om zelfs de meest elementaire goederen te kopen). Maar deze toegejuichte vooruitgang wordt bedreigd door de roep om overheidssteun om tegemoet te komen aan de minimale menselijke behoeften en om bedrijven te redden die te lijden hebben van het wegvallen van markten en aanvoer van goederen, en van de openstaande schulden na de ineenstorting van de Sovjet-Unie.

Niet minder onheilspellend, aldus Engelberg, is "de sociale onrust onder de arbeiders" die nu nog een zekere mate van zeggenschap hebben en zelfs gaan staken om sluiting van fabrieken te voorkomen die eventueel gered zouden kunnen worden met door "de regering verleende leningen om metaalgieterijen te vernieuwen." De Vakbond Solidariteit roept de regering op om "achterstallige belastingen kwijt te schelden en grote orders voor nieuwe vliegtuigen voor het Poolse leger te plaatsen." Een leider van Solidariteit zegt dat "de regering een beslissing moet nemen over of ze wel of geen vliegtuigindustrie nodig heeft of dat deze geherstructureerd moet worden of dat een deel zich met vliegtuigbouw moet bezig houden en de rest met iets anders." Maar Westerse analisten begrijpen dat het niet aan de Polen is zulke beslissingen te nemen: die moeten door de "vrije markt" worden gemaakt Ė of beter gezegd, door de machtige instanties die deze beheersen. En er worden geen gÍnante vragen gesteld over het lot van de Amerikaanse vliegtuigindustrie, of over geavanceerde industrie in het algemeen, en de gigantische staatssubsidie om deze op te bouwen en in stand te houden; idem dito voor alle andere sectoren van de economie die goed draaien. Of over de financiŽle steunoperatie voor Chrysler of de redding van de Continental Illinois Bank door Reagan; of de honderden miljarden belastingdollars om de managers en investeerders van de spaar- en hypotheekbanken uit te betalen, die geen rekening hoeven te houden met regulering of risico's dankzij het geniale economische beleid dat bekend is geworden onder de naam Reaganomics. We zullen het maar niet hebben over hoe door middel van "economische irrationaliteit," die we aan de Derde Wereld niet toestaan, een economie tot stand is gekomen waarin Amerikanen hun comparatieve voordeel niet langer hoeven te behalen uit de handel in bont.

Het probleem van verwaande arbeiders wordt ook opgemerkt door correspondent Anthony Robinson van de Financial Times. Hij schrijft dat veel gemeenschappen afhankelijk zijn van "grote bedrijven waar werknemersraden flinke invloed uitoefenen op het management dat nog niet goed weet hoe de markt werkt." Deze onverantwoorde invloed van werknemers ondermijnt de lessen van economische rationaliteit en democratie die we met zoveel geduld proberen over te brengen. Voor economische rationaliteit is het een vereiste dat de productiemiddelen hun weerzin om hun gemeenschappen en families kapot te zien gaan, overwinnen. "Het is niet aan het product om te bepalen waar het te koop moet worden aangeboden, waar het voor gebruikt moet worden, tegen welke prijs het van eigenaar mag wisselen en op welke manier het geconsumeerd of vernietigd moet worden," zoals Karl Polanyi opmerkt in zijn klassieke studie naar het laissez-faire experiment in het Engeland van de 19e eeuw. Dit werd spoedig gestaakt toen de klasse van ondernemers doorkreeg dat hun belangen zouden worden geschaad door de vrije markt die "niet lang kon bestaan zonder de menselijke en natuurlijke basis van de maatschappij te vernietigen; zij zou de mens fysiek kapot hebben gemaakt en zijn omgeving in een wildernis hebben veranderd."

Net als bij democratie biedt de vrije markt in de goedgkeurde betekenis van de term geen ruimte voor enige inmenging van de bevolking in de totalitaire structuur van de bedrijfseconomie, met alle gevolgen vandien voor alle andere domeinen van het leven. De rol van het publiek is om bevelen op te volgen, niet om zich ermee te bemoeien.

 

In de New York Times bericht Gabrielle Glaser over ťťn van de resultaten van "de Poolse opening voor de krachten van de Westerse markt," met de kop: "Bloeiende Poolse markt: blonde baby's met blauwe ogen." Een "onverwachte bijwerking" van de vrije markt, schrijft ze, is "een bloeiende handel" in dit product, aangezien "jonge moeders onder druk worden gezet om hun kinderen af te staan." Het gaat misschien wel om ettelijke tienduizenden. "Ik zeg het met grote tegenzin," stelt de directeur van een staatsadoptiebureau, "maar ik heb het idee dat Polen een van de grootste markten voor blanke baby's is." Poolse kranten schrijven nauwelijks over de rol van de kerk hierin, aldus Glaser, maar uit een onderzoek kwam naar voren dat de Moeder Overste van een adoptietehuis $15,000 krijgt voor ieder meisje en oplopend tot $25,000 voor ieder jongetje. Bij navraag antwoordde ze: "Ik kan u geen informatie geven. Tot ziens." Wat ze wel liet zien was haar pauselijke onderscheiding voor "het beschermen van het leven," "een eerbetoon dat paus Johannes Paulus II uitreikt aan anti-abortus kruisvaarders in zijn geboorteland Polen," schrijft Glaser.

Waarom deze bijwerking "onverwacht" zou zijn, legt Glaser niet uit. Zoals zij opmerkt zijn zulke berichten inderdaad "niet nieuw in Oost-Europa of de Derde Wereld: RoemeniŽ werd berucht om deze praktijken na de revolutie van 1989." Het RoemeniŽ van na 1989 is een vreemde keuze. Het fenomeen is een bekend bijverschijnsel van de integratie van het Zuiden in de wereldorde; berichten over de verkoop van kinderen behoren in feite nog tot de meer vriendelijke effecten, althans voor hen die open staan om de feiten onder ogen te zien. Dat dit soort "bijwerkingen" bij de onderwerping van het Zuiden aan de marktkrachten optreden, is in geen geval onverwacht, behalve voor de goedgetrainde ideologe met oogkleppen op.

"Onverwachte bijwerkingen" van de onzichtbare hand werden ook aangetroffen in Rusland, hetgeen wederom veel ophef veroorzaakte. Boven een artikel op de voorpagina van de New York Times staat: "De nieuwe code van de Russen: als het wat oplevert, is alles mogelijk." "Het is niet alleen een kwestie van misdaad, corruptie, prostitutie, smokkelhandel, drugs- en alcoholmisbruik," allemaal in stijgende lijn: "Er is tevens de wijd verbreide visie dat...iedereen voor zichzelf zorgt en dat alles mogelijk is" Ė dat zal men in de VS niet tegenkomen, waar het nastreven van "het verachtelijke principe van de heersers" onbekend is, noch in die derdewereldlanden die onderworpen zijn aan onze helpende hand. "Zwendel en smeergeld zijn geen onbekende fenomenen in Rusland," schrijft correspondent Celestine Bohlen, en waren gangbare praktijk in het "oude communistische systeem" - wederom, een onbekend fenomeen in de VS en zijn partnerstaten.

In dezelfde periode bracht de Times het relaas van president Fernando Collor van BraziliŽ, de oogappel van Washington en de zakengemeenschap. Hij heeft nieuwe records gevestigd op het gebied van corruptie, in het gezegende land rijk aan grondstoffen dat al een halve eeuw een "testgebied" is voor Amerikaanse experts (zie hoofdstuk 7). We kunnen ons misschien ook een paar staaltjes van corruptie van eigen bodem voor de geest halen, uit de dagen van de Founding Fathers die die kunst ook verstonden, of van de Reaganites en Wall Street in de jaren '80. Corruptie is een intrinsiek kenmerk van "het oude communistische systeem," zoals de ideologische instituten dat (heel terecht) verkondigen: in een "kapitalistische democratie," is het een dwaling, die snel wordt hersteld.

De nieuwe "opzichtige weelde wekt de wrevel van de meeste burgers op," vervolgt Bohlen, waarmee ze de standaard resultaten van neoliberale geneesmiddelen beschrijft. "Misdaad heeft na de val van het communisme in Rusland een hoge vlucht genomen, net als in Oost-Europa," waaronder de witteboordencriminaliteit, die "een vliegende start heeft gemaakt." Maar "het misdaadpeil ligt nog steeds ver onder dat van New York." Er is dus nog ruimte genoeg voor vooruitgang in de richting van het kapitalistische ideaal.

De economieŽn van Oost-Europa stagneerden of raakten in verval in de jaren '80, maar ze maakten een vrije val toen aan het eind van de Koude Oorlog in 1989 de IMF-kuur werd overgenomen. Tegen het vierde kwartaal van 1990, was de industriŽle productie van Bulgarije (die daarvoor stabiel was gebleven) 17 procent gedaald, die van Hongarije 12 procent, die van Polen meer dan 23 procent, die van RoemeniŽ 30 procent. De Economische Commissie van de VN voor Europa berichtte eind 1991 dat de productie van de regio in 1989 was afgenomen met 1 procent, met 10 procent in 1990, en met 15 procent in 1991. Een verdere afname met 20 procent werd verwacht voor 1991, en vermoedelijk hetzelfde of erger in 1992. Eťn resultaat daarvan was een algehele desillusie over de democratische beginperiode, zelfs een kleine toename in de steun voor de voormalige communistische partijen. In Rusland heeft de economische ineenstorting tot veel leed en ontberingen geleid, alsmede tot "lusteloosheid, cynisme en woede, gericht tegen alle politici, van Jeltsin naar beneden," bericht Brumberg, en met name tegen de ex-nomenclatura die, zoals voorspeld, zich tot de typische derdewereldelite beginnen te ontwikkelen en de belangen van de buitenlandse meesters dienen. Bij een opinieonderzoek vond de helft van de ondervraagden de putsch in augustus 1991 illegaal, een vierde keurde hem goed, en de rest had geen mening.

Steun voor democratische krachten is beperkt, niet omdat men tegen democratie zou zijn maar om hoe die er onder Westerse voorschriften uitziet. Of het krijgt de speciale betekenis zoals die wordt gedicteerd aan de hand van de behoeften van de rijken, of het wordt een doelwit voor destabilisatie, ontwrichting, verstikking en geweld tot het juiste gedrag weer is hersteld. Uitzonderingen zijn zeldzaam.20

Er is weinig interesse in het Westen in het verlies van vertrouwen in democratie, ofschoon het "bureaucratische kapitalisme" dat door de in-yuppies-veranderde communisten geÔntroduceerd zou kunnen worden, een potentieel probleem vormt. In het Westerse doctrinaire systeem zijn democratische vormen gewenst zolang het geen bedreiging vormt voor de overheersing van het bedrijfsleven. Maar ze komen op de tweede plaats: de ware prioriteit ligt bij integratie in de wereldeconomie met de gunstige mogelijkheden die dit biedt voor uitbuiting en plundering.

Met steun van het IMF heeft de Europese Unie (EU) gezorgd voor een duidelijke test voor goed gedrag voor Oost-Europa. Voorheen moesten de Russen bewijzen dat ze niet "speelden met de gedachte" om aan de verlangens van "de gewone man" tegemoet te komen. Tegenwoordig moet Oost-Europa laten zien dat "economische liberalisering met het oog op de introductie van een markteconomie" onomkeerbaar is. Het wordt niet toegestaan om een "Derde Weg" te bewandelen met onacceptabele sociaal-democratische kenmerken, laat staan meer wezenlijke stappen richting democratie en vrijheid, zoals bestuur door werknemers. De economische hoofdadviseur van de EU, Richard Portes, definieerde de acceptabele "verandering van het staatsbestel" niet in termen van democratie, maar als het "definitief afstand doen van de socialistische planeconomie Ė en de onomkeerbaarheid daarvan." Een recent IMF verslag, merkt Peter Gowan op, "concentreert zich grotendeels op de rol van de Sovjet-Unie als producent van energie, grondstoffen en landbouwproducten. Als gevolg waarvan er voor de republieken van de voormalige Sovjet-Unie heel weinig kans zal zijn om een belangrijke rol te spelen als industriemacht op de wereldmarkt." Overdracht van eigendom aan werknemers, merkt hij op, "heeft onder de bevolking veel steun, zowel in Polen als in Tsjecho-Slowakije," maar is onacceptabel voor de Westerse opzichters omdat het in tegenspraak is met het vrijemarkt kapitalisme waar het Zuiden aan onderworpen moet worden.

Let wel, het Zuiden. Conform de gebruikelijke praktijk heeft de EU barriŤres opgeworpen om haar eigen industrie en landbouw te beschermen. Daarmee wordt de exportmarkt afgesloten waar voor het voormalig Oostblok mogelijkheden zouden liggen om zijn economieŽn opnieuw op te bouwen. Toen Polen alle importbarriŤres afschafte, weigerde de EU hetzelfde te doen en werd discriminatie tegen de helft van de Poolse export voortgezet. De staallobby van de EU riep op om de Oost-Europese industrie te "reorganiseren" op een dusdanige manier dat deze kon worden ingelijfd in het Westerse economische systeem; de Europese chemische industrie waarschuwde dat de opbouw van vrijemarkteconomieŽn in het voormalige Russische rijk "niet ten koste moest gaan van de levensvatbaarheid van West-Europa's eigen chemische industrie op de lange termijn." En zoals gezegd, geen van de staatskapitalistische maatschappijen accepteert het principe van de vrije beweging van arbeid, een sine qua non binnen de theorie van de vrije markt. Oost-Europa, of ten minste grote delen ervan, dient terug te keren naar de dienstenrol van de Derde Wereld.21

De situatie doet denken aan Japan in de jaren '30, of aan het CaraÔbische Bekken Initiatief van Reagan en Bush, dat open exportgerichte economieŽn in de regio aanmoedigt terwijl de Amerikaanse protectionistische muren intact blijven, zodat de mogelijke voordelen van vrije handel voor de betreffende landen achterwege blijven.22 De patronen zijn even alomtegenwoordig als dat ze begrijpelijk zijn.

De VS hebben de ontwikkelingen in Oost-Europa met enig ongenoegen bekeken. In de jaren '80 probeerden ze Oost-West handelsrelaties tegen te houden, evenals het uiteenvallen van het Sovjet-imperium. In augustus 1991 adviseerde George Bush de OekraÔne om zich niet af te scheiden, net voordat het dit wel deed. Een reden is dat de VS zich na Reagans wilde party voor de rijken niet in een zeer gunstige positie bevinden om het door Duitsland geleide Europa en Japan te evenaren bij het koopjesjagen in de nieuw geopende afdeling van het Zuiden. Liberale democraten dringen er op aan dat "buitenlandse hulp" voor Midden-Amerika een andere bestemming krijgt: de USSR. Ze waarschuwen dat zonder de traditionele exportpromotie de EU en Japan "het royale handels- en investeringspotentieel van Oost-Europa" zullen exploiteren terwijl "wij er over debatteren over hoe we twee debacles op buitenlands gebied moeten opruimen" (senator Patrick Leahy); uiteraard komt niemand op het idee om voor te stellen dat we in ieder geval zouden kunnen helpen bij het wegwassen van een paar van de bloedbaden die we daar hebben aangericht. In 1992 komt president Bush met zijn Wet ter Ondersteuning van de Vrijheid om het probleem op te lossen. Een "stortvloed aan hoge Amerikaanse ambtenaren en grote jongens uit het zakenleven" lobbyde voor dit voorstel, bericht Amy Kaslow. Ambassadeur Robert Strauss riep op tot snelle actie "uit vrees dat Amerikaanse bedrijven het van mededingers zouden verliezen...op de enorme consumentenmarkt van de voormalige Sovjet-Unie." De wet zal Amerikaanse "boeren en producenten" "nieuwe mogelijkheden" bieden en zal ondersteunend zijn om "een weg te banen voor Amerikaanse bedrijven bij het verkennen van enorme nieuwe markten." Er is geen verwarring over wiens "vrijheid" hier nu eigenlijk wordt "gesteund."23

 

Hyper-Noten

 

1   Brenner, in Aston and Philpin, Brenner Debate, 277ff., 40ff. Stavrianos, Global Rift, hfdst. 3, 16; Feffer, Shock Waves, 22; Shanin, Russia (quot van historicus D. Mirsky). Zeman, Communist Europe, 15-16 (citeerd T. Masaryk), 57-8. Gerschenkron, Economic Backwardness.
2   Leffler, Preponderance, 359. Gaddis, Long Peace, 10.
3   Gerschenkron, Economic Backwardness, 146, 150. Du Boff, Accumulation, 176, citeerd Kuznets.
4   Zie FRS, 51-2, voor details over Indochina. Wood, 177, over Guatemala; US en Fascism-Nazism, Mexico, DD, hfdst. 1.3-4, 11. Sklar, Washington's War, en een grote hoeveelheid literatuur over Nicaragua.
5   DD, hfdst. 11. FDR, Zeman, Communist Europe, 172n.; Kimball, Juggler, 34. Truman, Garthoff, Dťtente, 6, citeerd de NYT, June 24, 1941.
6   Leffler, Preponderance, 78; Indochina, zie RC.
7   NI, 185f., over de Red Scare; 272f. over LibiŽ, en P&E, hfdst. 3.
8   Leffler, Preponderance, 58-9, 15.
9   Leffler doet gedetailleerde en in het geheel genomen postief verslag van de eigenlijke angsten en de basis daarvoor. Over de VN, zie referenties bij noot 10, hfdst. 2.
10   DD, 103.
11   Leffler, Preponderance, 284-5.
12   DD, hfdfst. 1. De voorstellen van Khrushchev's werden onthuld door Raymond Garthoff, International Security, Spring 1990, als een "interessant precedent" op de voorstellen van Gorbachov; Kennedy, Strategy of Peace, 5; geciteerd door Leacock, Requiem, 7.
13   Defense Monitor, januari 1980. Zeman, Communist Europe, 267-8.
14   Zie Charles S. Maier, Why Did Communism Collapse in 1989?, Program on Central and Eastern Europe, Working Paper Series #7, januari 1991.
15   Verklaring van de Wereldbank gepubliseerd in Trůcaire Development Review, op. cit. (hfdst. 2, n. 46).
16   Quotes uit TNCW, 3, 204. Over NSC 68, zie DD, hfdst. 1.1. Meyer, geciteerd door Pisani, CIA, van zijn Peace or Anarchy.
17   Holzman, Challenge, May/June 1992. Garthoff, Dťtente, 793-800. In een toevoeging van 11 juni 1992, merkt Holzman op dat het door de House Permanent Select Committee on Intelligence opgezette Review Committee van 5 voorname economen, stuitte op dezelfde technische problemen. Tevens was het niet in staat om bevredigende verklaren te vinden in face-to-face interviews met de verantwoordelijke CIA-analysten, die werden omgeschreven als te kort schietend in "oprechtheid."
18   Leiken, Foreign Policy, Lente 1981; geciteerd door Schoultz, National Security, een heel nuttig overzicht van de waandenkbeelden van beleidsmakers, of het oprecht of bekokstoofd is daar valt weinig over te zeggen. Zie DD, hfdst. 3.6, voor uitgebreide discussie hierover. Thompson, Diplomatic History, Winter 1992.
19   Carnegie, geciteerd in Krause, Homestead, 235. Opiniepeiling uit 1987, geciteerd door Lobel, Less than Perfect, 3. Zie APNM, hfdst. 1; "Intellectuals and the State," herdrukt in TNCW.
20   Feffer, Shock Waves, 22, 112, 129. Brumberg, NYRB, 30 januari; FT, 3 februari; Robinson, FT, 28 april 1992. Haynes, European Business and Economic Development, september 1992. Economische indicatoren; FT, 28 september 1992. Engelberg, NYT, 9 februari; WSJ, 4 februari; Glaser, NYT, 19 april; Bohlen, NYT, 30 augustus1992. Continental Illinois, zie hoofdstuk 2. Kinderen, zie DD, hfdst. 7; hfdst. 9.5, verderop. Polanyi, Great Transformation. Miller, Founding Finaglers. Over de uitzondering Costa Rica en de houding van de VS sinds de 40er jaren, zie NI, 111f., App. V.1; DD, 221f., 273ff.
21   Gowan, World Policy Journal, winter 1991-92.
22   Zie Deere, In the Shadows, 213; McAfee, Storm Signals.
23   Zie DD, hfdst. 1.6, 3.3. Kaslow, CSM, 12 augustus 1992.


Met dank aan Noam Chomsky.

Inhoud
Bibliografie en Afkortingen
NoamChomsky.com
Noam Chomsky Archive




Terug