De Vloek van Columbus

Van Kolonialisme tot de Nieuwe Wereldorde

Het Jaar 501, De Verovering Gaat Door
Noam Chomsky, Copyright © 1993

Vertaling van het tweede hoofdstuk van "The Year 501"
Verscheen als bijlage bij Extra! nr. 11.

hoofdstuk 2: De Wereldorde in Grote Lijnen

1. De Logica van de Noord-Zuid Verhoudingen
2. Na het Kolonialisme
3. De Club van Rijke mensen
4. Het Einde van de Welvaartsstaat
5. Het "Afschuwelijke principe van de Meesters"
6. Het Nieuwe Koloniale Tijdperk


1. De Logica van de Noord-Zuid Verhoudingen

"Het afbaken van de natuurlijke grenzen," was de taak van de kolonisten in hun territorium dat zich tegen het einde van de 19e eeuw uitstrekte tot halverwege de Pacifische Oceaan (de Filipijnen). Maar de "natuurlijke grenzen" van het Zuiden moeten ook worden verdedigd. Vandaar de enorme ijver om ervoor te zorgen dat geen enkel deel van het Zuiden zijn eigen weg gaat, en vandaar ook de angst, vaak grenzend aan het hysterische, als enige afwijking wordt gesignaleerd. Alles en iedereen moet op de juiste wijze worden geÔntegreerd in de wereldeconomie, die wordt overheerst door de geÔndustrialiseerde staatskapitalistische landen.


Het Zuiden kreeg al snel een dienende rol toebedeeld: het leveren van grondstoffen, goedkope arbeid, afzetmarkten, investeringsmogelijkheden en tegenwoordig wordt er ook afval heen geŽxporteerd. De afgelopen vijftig jaar zijn het de VS geweest die verantwoordelijk waren voor het beschermen van de belangen van de "tevreden landen", wier macht hen plaatst boven de "anderen," de "rijke mensen die rustig wandelen over hun landerijen" en aan wie "de regering van de wereld moet worden toevertrouwd", zoals Winston Churchill het na de Tweede Wereldoorlog omschreef.


Dat is de reden waarom de belangen van de VS worden omschreven in wereldomvattende termen. De belangrijkste bedreiging van deze belangen wordt op hoog niveau in beleidsplannen omschreven als "radicale en nationalistische regimes" die gevoelig zijn voor druk vanuit de bevolking om "onmiddellijk verbeteringen te brengen in de slechte levensomstandigheden van de massa's" en voor ontwikkeling van nationale behoeftes. Deze tendensen zijn in strijd met de eisen omtrent een "politiek en economisch klimaat dat bijdraagt aan particuliere investeringen," met voldoende winsten (NSC 5432/1, 1954) en de "bescherming van onze grondstoffen" (George Kennan). Als voorzitter van de beleidsplanningsstaf van Buitenlandse Zaken zette de verlichte Kennan het in 1948 op zeer heldere wijze uiteen: "We zullen moeten stoppen met praten over allerlei vage en (Ö) onrealistische doelen zoals mensenrechten, het verbeteren van de levensstandaard en democratie." We moeten "handelen vanuit duidelijke machtsconcepten," niet "gehinderd door allerlei idealistische slogans" over "altruÔsme en wereldverbeteren," als we het "essentiŽle verschil" in stand willen houden, dat onze gigantische rijkdommen scheidt van de armoede van anderen.


De diepgewortelde anti-democratische lijn in het Amerikaanse beleid aangaande de Derde Wereld, bijvoorbeeld door het uitoefenen van terreur om de "politieke deelname van de numerieke meerderheid" uit te schakelen, is eenvoudig te begrijpen. Het volgt geheel logisch uit het verzet tegen het "economisch nationalisme" dat in het algemeen ontstaat als gevolg van druk en organisatie vanuit de bevolking. Daarom moeten deze ketterse ideeŽn worden uitgeroeid. Dit zijn karakteristieke eigenschappen, die niets te maken hebben met de Koude Oorlog. Het meest notoire voorbeeld hiervan was het wrede en vernietigende beleid in de jaren '80, dat wordt geprezen voor het ondersteunen van democratie en de aandacht voor mensenrechten, precies wat te verwachten valt in een goed getemde intellectuele cultuur. Dit geldt ook voor de VS zelf, alhoewel er voor de eigen "op hol geslagen meute" andere middelen noodzakelijk zijn.1


Zoals eerder gezegd, "vrije handel" wordt op een voetstuk geplaatst door hen die verwachten er iets bij te winnen, al wordt dat natuurlijk niet al te serieus genomen wanneer er bepaalde belangen in gevaar komen. Overeenkomstig is het verzet tegen het economisch nationalisme (van anderen) haast een reflex voor de beleidsplanners van de wereld. Nadat de VS door middel van protectie, importsubstitutie en soortgelijke "ultranationalistische" maatregelen economisch sterk genoeg waren geworden, werd vrijhandel het belangrijkste thema. Na de Tweede Wereldoorlog was de dominantie van de VS ongekend. De deugden van het economisch liberalisme werden daarom met bezieling uitgedragen, tegelijk met de uitbreiding van de gigantische staatssubsidies voor het eigen bedrijfsleven. Het enige probleem was om de onbeschaafde personen waardering bij te brengen voor het beleid dat op een zo voortreffelijke wijze de Amerikaanse belangen diende.


Op de Mexicaanse Chapultepec-conferentie voor Noord- en Zuid-Amerika in februari 1945 riepen de VS op tot "Een Economische Handvest voor de Amerika's" dat een einde zou maken aan economisch nationalisme "in al zijn vormen." Dit beleid stond in scherp contrast met dat van de Latijns-Amerikaanse landen, door een ambtenaar van Buitenlandse zaken omschreven als "De filosofie van het Nieuwe Nationalisme dat een warm hart toedraagt aan een beleid van grotere spreiding van rijkdom en verheffing van de levensstandaard van de massa's." De Amerikaanse politiek adviseur van Buitenlandse Zaken, Laurence Duggan, schreef: "Economisch nationalisme is de grootste gemene deler voor het nieuwe verlangen naar industrialisatie. Latijns-Amerikanen zijn er van overtuigd dat de eerste begunstigden van de ontwikkeling van de grondstoffen van het land de bevolking van dat land zelf moeten zijn." De positie van de VS, daarentegen, was dat de "eerste begunstigden" investeerders uit de VS zouden moeten zijn, terwijl Latijns-Amerika een dienstverlenende rol op zich zou moeten nemen. Er zou geen "buitensporige industriŽle ontwikkeling" moeten plaatsvinden die in strijd is met de Amerikaanse belangen, aldus de regeringen van Truman and Eisenhower.2


Met de gegeven machtsrelaties zegevierde het Amerikaanse idee.


Ten aanzien van AziŽ kregen deze ideeŽn voor het eerst hun definitieve vorm in een concept in NSC 48 in augustus 1949, merkt Bruce Cumings op. Het verkondigde basisprincipe was "wederkerige ruil en wederzijds voordeel." Hieruit volgde wederom verzet tegen onafhankelijke ontwikkeling: "geen van de [Aziatische landen] heeft van zichzelf genoeg grondstoffen als basis voor algemene industrialisering." India, China en Japan komen "misschien in de buurt," maar niet veel meer. De vooruitzichten voor Japan werden als zeer beperkt ingeschat: het zou misschien "snuisterijen" en andere producten voor de ontwikkelingslanden kunnen maken, aldus de Amerikaanse onderzoeksmissie, maar dat was alles. Los van de racistische elementen was het geen onrealistische inschatting. De oorlog in Korea blies de stagnerende Japanse economie nieuw leven in. "Algemene industrialisering in afzonderlijke landen zou alleen tegen hoge kosten kunnen worden bereikt door het opofferen van de productie in gebieden van comperatief voordeel," vervolgt de ontwerpschets. De VS moeten manieren vinden om "economische druk uit te oefenen" op landen die weigeren hun rol te accepteren als leveranciers van "strategische goederen en andere belangrijke grondstoffen." De kiem van de latere economische oorlogvoering, merkt Cumings op.


Vooruitzichten op ontwikkeling van Afrika werden nimmer serieus genomen, behalve voor de door blanken bewoonde gebieden. Voor het Midden-Oosten was het belangrijkste punt van zorg om het energiesysteem in Amerikaanse handen te krijgen, dat op dezelfde wijze beheerd moest gaan worden als de Britten dat hadden gedaan: het plaatselijk management in handen van een "Arabische faÁade", de koloniŽn opgenomen "versluierd door middel van constitutionele ficties zoals een protectoraat, een invloedssfeer, een bufferstaat, enzovoorts," een methode die veel kosten-effectiever is dan directe overheersing (Lord Curzon en het Eastern Committee, 1917-1918). Maar we moeten nooit het risco lopen dat we de "controle verliezen," zoals John Foster Dulles waarschuwde. De Arabische faÁade moet daarom bestaan uit familiedictaturen die doen wat hen wordt gezegd en die ervoor zorgen dat de winsten terugvloeien naar de VS, de Britten en hun energiebedrijven. Verder moet er regionaal toezicht worden gehouden, bij voorkeur door niet-Arabieren (Turkije, IsraŽl, Iran zoals onder de Sjah, Pakistan). De VS en Groot-BrittanniŽ blijven op de achtergrond totdat het echt serieus wordt. Al een flinke tijd heeft dit systeem redelijk efficiŽnt gefunctioneerd. De vooruitzichten zijn ook niet slecht met name door de verzwakking van de seculiere nationalistische krachten in de Arabische wereld en door het verdwijnen van de afschrikkende werking die van de Sovjet-Unie uitging.3


Een enkele keer worden de basisthema's van beleidsplanning geopenbaard aan de bevolking, zoals toen de redacteuren van de New York Times hun goedkeuring uitspraken over de afschaffing van het parlementaire systeem in Iran in 1954 dat destijds onder leiding stond van Mossadegh: "Ontwikkelingslanden met een rijkdom aan grondstoffen kunnen hiervan een lesje leren wat betreft de gevolgen wanneer een deel van hen op hol slaat in een fanatiek nationalisme." De dienstverlenende landen moeten worden beschermd tegen "bolsjewisme" of "communisme," technische termen die verwijzen naar sociale verandering "op een manier die een beperking vormt voor de wil en mogelijkheden om de industriŽle economieŽn van het Westen aan te vullen," zoals het in een belangrijke wetenschappelijke studie uit de jaren vijftig werd omschreven. Niet onbelangrijk is dat de werkelijkheid, zoals die uit de geschiedenis naar voren komt, deze algemeen gearticuleerde denkbeelden over de rol van het Zuiden, ruimschoots bevestigt.4


"Radicale en nationalistische regimes" zijn op zichzelf al onacceptabel, maar zijn dat des te meer wanneer ze ook nog op successen kunnen bogen die van belang zijn voor een onderdrukte en lijdende bevolking. In dat geval worden ze een "virus" dat weer anderen zou kunnen "infecteren." Een "rotte appel" die de "hele mand zou kunnen verpesten." In de openbare informatie wordt gesproken over "dominostenen" die andere doen omvallen via agressie en verovering. Intern wordt de absurditeit van dit beeld vaak (niet altijd) toegegeven en wordt erkend dat het werkelijke gevaar "het gevaar van het goede voorbeeld" is, zoals Oxfam het ooit noemde, refererend aan Nicaragua. Henry Kissinger waarschuwde dat het "besmettelijke voorbeeld" van Allende's Chili, niet alleen de andere Latijns-Amerikaanse landen zou "infecteren," maar ook Zuid-Europa: omdat het de Italiaanse kiezers de boodschap bracht dat democratische sociale hervorming een mogelijke optie was. Uiteraard dacht Kissinger niet dat de hordes van Allende met z'n allen Rome zouden gaan bestormen. De regerings- en mediafraude over de Sandinistische "Revolutie zonder Grenzen" was een spectaculair succes, maar de opgeroepen propagandabeelden weerspiegelen een oprechte bezorgdheid: bezien vanuit de overheersende macht en haar intellectuele schoothondjes zijn alleen al de verklaringen waaruit anderen mogelijkerwijze inspiratie konden putten Ė de werkelijke bron van alle fantasieverhaaltjes Ė een vorm van agressie.5


Wanneer een virus wordt waargenomen dan moet het worden vernietigd en potentiŽle slachtoffers beschermd. Het Cubaanse virus leidde tot invasie, terreur en economische oorlogvoering, en tot een golf van Nationale Veiligheidsstaten in Latijns-Amerika om te voorkomen dat de hele mand zou worden verpest. Dit gold ook in het geval van Zuidoost-AziŽ in die periode. De standaard aanpak van het virus bestaat uit een tweeledig beleid, zoals duidelijk werd met Allende's Chili. De harde lijn stuurt aan op een militaire coup, hetgeen uiteindelijk geschiedde. Ambassadeur Edward Korry, een liberaal uit de school van Kennedy, bracht onder woorden wat de zachte lijn was: die bestond eruit "er alles aan te doen wat in onze macht ligt om Chili en de Chilenen te veroordelen tot de ergste ontberingen en armoede, een beleid dat zich zal uitstrekken over langere tijd om de harde eigenschappen van een communistische maatschappij in Chili versneld aan het licht te brengen." Dus zelfs als de harde lijn er niet in zou slagen om de fascistische moordenaars te introduceren teneinde het virus te vernietigen, dan zou het vooruitzicht van "de ergste ontberingen" afdoende zijn om te voorkomen dat de rotte appel zich zou verspreiden en om uiteindelijk de patiŽnt zelf te demoraliseren. Deze zachte lijn is natuurlijk ook koren op de molen van de cultuurmanagers die hun afkeer kunnen uitspreken over de "de harde eigenschappen van een communistische maatschappij." En over hen die beschrijven wat er gebeurt kan een dosis minachting worden uitgestort omdat ze het nog "verdedigen" ook. Bertrand Russell beschreef hoe dit ging na zijn fel kritische verslag van Bolsjewistisch Rusland in de begindagen:


Iedere tegenslag in de industrie, iedere tirannieke maatregel als gevolg van de hopeloze situatie wordt door de Entente gebruikt als rechtvaardiging van haar beleid. Als een mens geen eten en drinken krijgt, dan zal hij zwak worden, zijn denkvermogens verliezen en uiteindelijk sterven. Normaal wordt dit niet als een goede reden beschouwd om dood door uithongering te veroorzaken. Maar als het om landen gaat, worden de zwaktes en de strijd om het bestaan beschouwd als moreel verwerpelijk, en als rechtvaardiging om nog meer strafmaatregelen op te leggen.


Er schuilt klaarblijkelijk veel bevrediging in het toezien of diegenen, op wie wij onze laars hebben geplaatst, zich daaronder wel goed gedragen; en wanneer zij zich niet gedragen dan is dat reden tot grenzeloze verontwaardiging.6


Een andere technische term wordt gebruikt wanneer de "rotte appels" een bedreiging gaan vormen voor de "stabiliteit." Toen Washington zich voorbereidde op het omverwerpen van de eerste democratisch verkozen regering in Guatemala in 1954, waarschuwde een ambtenaar van Buitenlandse Zaken dat Guatemala "een toenemende bedreiging vormde voor de stabiliteit in Honduras en El Salvador. De agrarische hervorming is een krachtig propagandawapen; het brede sociale programma voor steun aan arbeiders en boeren in hun succesvolle strijd tegen de elite en de grote buitenlandse bedrijven oefent een grote aantrekkingskracht uit op de bevolkingen van de Midden-Amerikaanse buurlanden die in soortgelijke omstandigheden leven." De betekenis van "stabiliteit" is bescherming van "de elite en de grote buitenlandse bedrijven," die uiteraard ten koste van alles in stand moeten worden gehouden. Dat maakt het begrijpelijk dat Eisenhower en Dulles het gevoel hebben dat de "zelfverdediging en het zelfbehoud" van de VS op het spel staan wanneer "een stakingssituatie" in Honduras misschien het gevolg is van "inspiratie en steun van de Guatemalteekse kant van de grens."7


De "stabiliteit" is zo belangrijk dat zelfs "noodzakelijke hervormingen" niet moeten worden doorgevoerd. In december 1967 bracht het Freedom House een verklaring naar buiten van 14 befaamde wetenschappers uit het "gematigde segment van de academische gemeenschap" zoals zij het zelf noemden. Zij spreken hun bewondering uit voor het "opmerkelijk goede" Amerikaanse beleid in AziŽ, met name in Indochina waar de heldhaftige verdediging van de vrijheid een grootse bijdrage is aan het "politieke evenwicht in AziŽ," een steun in de rug voor "de moraal Ė en het beleid Ė van onze Aziatische bondgenoten en neutralen." Zij illustreren de kwestie door wat zij onze grootste triomf noemen, de "dramatische veranderingen" die plaats vonden in IndonesiŽ in 1965 toen het leger, aangemoedigd door onze houding in Indochina, het heft in eigen hand nam en honderdduizenden mensen afslachtte, voornamelijk landloze boeren. In het algemeen, leggen de gematigde wetenschappers uit, "leiden de meeste vormen van hervorming, hoe wenselijk en belangrijk ook op de lange termijn, tot instabiliteit. Voor mensen die bedreigd worden is er geen alternatief voor veiligheid." De termen "mensen", "veiligheid" en dergelijke hebben de bekende politiek correcte betekenissen.


Veel vooraanstaande wetenschappers onderstreepten de ideeŽn van politiek wetenschapper Ithiel Pool van MIT dat "het duidelijk is dat orde" voor de gehele Derde Wereld "afhankelijk is van het op de een of andere manier terugbrengen tot passiviteit en moedeloosheid van de nieuw in beweging gebrachte lagen van de bevolking." Dezelfde conclusies zouden kort daarna door de Trilaterale Commissie worden getrokken voor bepaalde groeperingen in het Westen die de "democratie" in gevaar brachten door hun pogingen om de politiek arena te betreden, in plaats van zich te beperken tot hun functie als "toeschouwers," terwijl hun meerderen de regie van het spektakel in handen houden.8


Deze manier van denken is diepgaand en begrijpelijk. Zolang de orde en stabiliteit bedreigd worden, zal hierin geen verandering komen. Het logisch verband is zonneklaar en staat geheel los van de Koude Oorlog. Na de Golfoorlog, toen de Koude Oorlog niet meer als voorwendsel kon worden gebruikt, schoot George Bush zijn oude vriend en bondgenoot Saddam Hoessein te hulp bij het neerslaan van de opstanden van de Shi'iten in het zuiden en de Koerden in het noorden. Westerse theoretici legden uit dat alhoewel dergelijke wreedheden te veel zijn voor de tere Westerse ziel, we dit toch moeten accepteren uit naam van "stabiliteit." De belangrijkste diplomatiek-correspondent van de New York Times, Thomas Friedman, omschreef de weldoordachte uiteenzetting van de regering-Bush: Washington zoekt "het beste van twee werelden: een meedogenloze Iraakse junta zonder Saddam Hoessein," terug naar de dagen dat "de ijzeren vuist van Saddam Hoessein Irak bij elkaar hield, naar tevredenheid van de Amerikaanse bondgenoten Turkije en Saoedi ArabiŽ," om maar niet te spreken van de baas in Washington zelf. Saddam Hoessein beging zijn eerste echte misdaad op 2 augustus 1990 toen hij een voorschrift negeerde. Daarom moet hij verdwijnen, maar tevens moet er een soort kloon gevonden worden die zorg zal dragen voor de "stabiliteit." In overeenstemming met deze denkwijze wordt de Iraakse democratische oppositie tijdens de crisis (evenals daarvoor en daarna) door Washington genegeerd. En daarmee ook door de mainstream Amerikaanse media. Pas in de zomer van 1992 zoekt de regering-Bush, met de verkiezingen in het vooruitzicht, op zeer beperkte schaal contact met de Iraakse democraten.9


Dit zijn de voornaamste aspecten van de Nieuwe Wereldorde, zowel als van de Oude, uitgebreid vastgelegd in de interne verslaggeving, bij herhaling geÔllustreerd door de praktijk en onafhankelijk van veranderende omstandigheden.


De officiŽle pc-retoriek kent een rijke variatie aan vaktermen. Dus de aanstormende intellectueel moet een term als "bedreiging van de veiligheid" beheersen, hetgeen refereert aan alles wat een aantasting is van de rechten van de Amerikaanse investeerders. Een andere term is "pragmatisme," vrij vertaald, "wij doen wat wij willen." Voor anderen is de betekenis "zij doen wat wij willen." Bijvoorbeeld in het geval van het Arabisch/IsraŽlisch conflict staan de VS vrijwel alleen in het tegenhouden van iedere vorm van een vredesproces dat nationale rechten toekent aan de Palestijnen, maar als er gekozen moet worden tussen de Arbeiderspartij en Likud, die beiden dezelfde positie innemen aangaande de Palestijnse nationale rechten, dan geven de VS de voorkeur aan de Arbeiderspartij. Dienovereenkomstig is de Likud-partij van Yitzhak Shamir "ideologisch" en de Arbeiderspartij van Rabin "pragmatisch." In de woorden van Thomas Friedman, spreekbuis van Buitenlandse Zaken voor de New York Times: "De niet-ideologische pragmatische aanpak van Rabin is goed verenigbaar met het Bush-team." Waarbij wordt aangenomen dat het team van Bush per definitie pragmatisch en het dus op tautologische wijze met zichzelf eens is. De Jeruzalem-correspondent Clyde Haberman steekt de loftrompet over de verkiezing van Rabin in 1992 als een overwinning voor het "pragmatisme." Op soortgelijke wijze zijn de Palestijnen "pragmatisch" als ze het feit accepteren dat de VS de regels bepalen: geen nationale rechten, omdat de VS het zo besloten hebben. Ze zullen akkoord moeten gaan met een "autonomie van het krijgsgevangenkamp," zoals de IsraŽlische journalist Danny Rubinstein het omschrijft. Een "autonomie" binnen de door IsraŽl toegewezen gebieden waarin ze de volledige vrijheid krijgen om de vuilnis op te halen Ė zolang ze de vuilnisbakken maar niet sieren met de kleuren van de Palestijnse vlag. De term "vredesproces" is er nog zo eentje die men moet leren te beheersen: in de pc-retoriek staat het voor alles wat de VS op dat moment doen, misschien het blokkeren van het IsraŽlisch/Palestijns vredesproces, zoals in dit geval en in talloze andere.10


Er zijn meer vaardigheden te leren, waarvan er nog enkele aan de orde zullen komen; maar dat het niet al te moeilijk is blijkt uit het gemak waarmee ze worden toegepast.


Het "communistische" gevaar voor de "stabiliteit" wordt verder versterkt door de oneerlijke voordelen die ze hebben. De communisten hebben een "grote aantrekkingskracht op de massa's," klaagde president Eisenhower. Onze plannen voor de "massa's" sluiten dit soort aantrekkingskracht uit. In een privťgesprek met zijn broer Allen, die Hoofd van de CIA was, betreurde de minister van Buitenlandse Zaken, John Foster Dulles, het vermogen van de communisten "om de massa te beheersen," dat is "iets waar wij niet toe in staat zijn." "Het zijn de arme mensen op wie zij aantrekkingskracht uitoefenen en die willen altijd de rijken plunderen."11 Dezelfde bezorgdheid heerst over "het kiezen voor de armen" van de Latijns-Amerikaanse kerken en andere vormen van betrokkenheid bij onafhankelijke ontwikkeling of democratie Ė evenals de dwalingen van voormalige vrienden zoals Mussolini, Trujillo, Noriega en Saddam Hoessein wanneer zij de aan hen toebedeelde rol uit het oog verliezen.


2. Na het Kolonialisme

Rond 1900 waren de VS de grootste industriŽle economie en ten tijde van de Eerste Wereldoorlog de belangrijkste geldschieter van de wereld. Deze situatie bleef gehandhaafd tot de jaren tachtig, totdat de regering van Reagan er in slaagde om de VS op te zadelen met de grootste schuld van de wereld. Het zijn de quasi-totalitaire maatregelen waarmee tijdens de Tweede Wereldoorlog de gevolgen van de Grote Depressie van de jaren '30 werden overwonnen, waarbij de Amerikaanse industriŽle productie verdriedubbelde. Dit was een belangrijke les voor de bedrijfsmanagers die aan het hoofd stonden van de oorlogseconomie. Sinds die tijd is er geen serieuze twijfel gerezen over de toen getrokken conclusies dat particuliere rijkdommen en macht, sowieso al het gevolg van staatssteun op grote schaal, alleen op deze manier in stand kan worden. Retorisch is het nog steeds heel erg belangrijk, maar verder is er niemand (behoudens wat geneuzel in de marge) die nog gelooft dat het kapitalisme een werkbaar systeem is. Toen de wereld na de Tweede Wereldoorlog in puin lag bereikten de VS een overmacht op politiek en militair terrein, zoals dat in de geschiedenis niet eerder was vertoond. De beleidsmakers uit bedrijfsleven en staat waren zich zeer wel bewust van hun ongekende macht. Zij hebben er alles aan gedaan om een wereldorde te creŽren die hun belangen het beste zou dienen.


Het allereerste doel was om de industriŽle kerngebieden, Europa (onder aanvoering van Duitsland) en Japan, volledig op te nemen in deze door de VS gedomineerde wereldorde, stevig in handen van de Amerikaanse financieel-industriŽle sectoren, gesteund door de Amerikaanse staatsmacht. Het eerste waar men toe overging was het ondermijnen van het in de bevolking gewortelde anti-fascistische verzet, het verzwakken van de vakbonden en het herstellen van de conservatieve elites, onder wie menig collaborateur. Dit vond over de gehele wereld plaats aan het einde van de jaren veertig, met als dat nodig was aanzienlijke hoeveelheden geweld, zoals bijvoorbeeld in Griekenland en Korea.


In deze Nieuwe Wereldorde werden ook de Noord-Zuid verhoudingen opnieuw bekeken, alhoewel daar fundamenteel niets aan veranderde. In het algemeen probeerden de VS een open wereld tot stand te brengen op basis van liberaal internationalistische principes, met de verwachting dat ze zouden gaan domineren in een "vrije en eerlijke" competitie. Deze overwegingen leidden er toe dat er enige steun was voor de opkomende anti-koloniale beweging, maar wel binnen bepaalde grenzen. In een CIA-memorandum uit 1948 wordt opgemerkt dat er een balans moet worden gevonden tussen "steun aan lokale nationalistische verlangens en het in stand houden van de koloniale economische belangen van de landen uit West-Europa die we hulp hebben toegezegd." Er was ook niet veel twijfel welke belangen zwaarder zouden gaan wegen als de Amerikaanse belangen op het spel stonden. Het imperium dat Japan had geprobeerd tot stand te brengen, moest op soortgelijke wijze hersteld worden, dit maal onder de paraplu van de VS. Deze overwegingen leidden tot tactische besluiten om de voorkeur te geven aan de traditionele koloniale verhoudingen voor de geallieerden (en toekomstige rivalen); tijdelijk, in de context van naoorlogse wederopbouw en herstel van handelspatronen met de industriŽle grootmachten waarvan de Amerikaanse economie afhankelijk was.


Daar de VS het Verre Oosten zoveel mogelijk onder eigen gezag wilden stellen, werden de andere geallieerden geheel buitengesloten bij het bepalen van de toekomst van Japan. Het doel was om "de veiligheid van Washington te garanderen door langdurige overheersing van Japan" en "de invloed van andere regeringen buiten te sluiten" (Melvyn Leffler, die de wetenschappelijke overeenstemming onder woorden brengt waarbij "veiligheid" de standaard betekenis heeft). Ondanks de afspraken tussen de grootmachten tijdens de oorlog werd dat doel eenvoudig bereikt, gegeven de Amerikaanse overmacht. In het Midden-Oosten en in Latijns-Amerika kent het ideologische systeem de VS het recht toe om na te jagen "wat ze nodig hebben" en "wat ze wensen", in die volgorde. Daarom moest de buitenlandse bemoeienis in deze regio's beperkt worden, los van de hier en daar ondergeschikte rol voor enkele van de gealieerden, met als belangrijkste de Britten in het Midden-Oosten. Groot-Brittannie is "onze luitenant (het gebruikelijke woord is partner)," zoals een hoge adviseur van Kennedy het noemde; de Britten mogen alleen de gebruikelijke variant horen.12


De aard van het beleid valt mooi te illustreren aan de hand van ItaliŽ, waarvan het belang, evenals bij Griekenland, reikte tot aan het Midden-Oosten. In september 1945 wordt door een overkoepelend beleidsorgaan vastgesteld dat het voor de "strategische belangen van de VS" noodzakelijk is om via de Middellandse Zee controle te hebben over "de communicatie met de markten in het Nabije-Oosten, de olievelden van Saudi ArabiŽ". Deze belangen zouden gevaar lopen wanneer ItaliŽ "in handen van een grootmacht" zou vallen Ė vrij vertaald: als het zou ontsnappen aan de handen van de juiste grootmacht. ItaliŽ "kan gebruikt worden om de olietoevoer vanuit het Nabije-Oosten te garanderen Ė en zou deze schaden wanneer het in de verkeerde handen zou vallen," merkt Rhodri Jeffrey-Jones op.


De verwachting was dat de Communistische Partij, met steun van de vakbonden en het grote prestige door haar rol in de strijd tegen het fascisme en de nazi-bezetters, de verkiezingen van 1948 zou gaan winnen. Dat zou een "demoraliserend effect [kunnen] hebben op geheel West-Europa, het Middellandsezeegebied en het Midden-Oosten," waarschuwden de Amerikaanse beleidsmakers. Het zou de "eerste keer in de geschiedenis zijn dat de communisten de macht overnemen door middel van verkiezingen en rechtmatige procedures," en "zo'n ongekende en onheilspellende gebeurtenis zal een zware psychologische dreun zijn voor de landen die worden bedreigd door de Sovjets en Ö. die er naar streven hun vrijheid te behouden." Ter vertaling: de kans bestaat dat volksbewegingen zich gesterkt voelen in hun streven naar onafhankelijkheid en radicale democratie, waardoor ze een bedreiging vormen voor het Amerikaanse beleid om de traditionele orde te herstellen, gedomineerd door conservatieve ondernemers en (vaak) pro-fascistische groepen ("vrijheid"). Kortom, ItaliŽ zou weleens een "virus" kunnen worden dat anderen zou "infecteren." Voor het geval dat de verkiezingen niet anders konden worden beÔnvloed, lagen de plannen voor militaire interventie klaar. Door middel van een combinatie van geweld, bedreigingen, chantage met het schaarse voedsel en andere methoden werd er voor gezorgd dat de dreiging van vrije verkiezingen werd overwonnen. Kosten noch moeite werden door de VS gespaard om de Italiaanse democratie te ondermijnen. Deze inmenging liep door tot in ieder geval halverwege de jaren '70. Zoals eerder opgemerkt in de afgelopen jaren was er vooral de angst dat het Chili-virus ItaliŽ zou "besmetten."13


Nadat Washington er niet in was geslaagd om de verkiezingen in 1984 in Nicaragua te beÔnvloeden werd deze afschuwelijke gebeurtenis om dezelfde redenen weggeschreven uit de geschiedenis; de door internationale waarnemers uitgesproken goedkeuring werd door de media volledig genegeerd. Zelfs de vijandig gestemden, zoals de Latijns-Amerika wetenschappers uit de VS die de verkiezingen grondig bestudeerden en Josť Figueres (een vooraanstaande persoon binnen de Midden-Amerikaanse democratie, bleven buiten beeld.


Het is allemaal niet eenvoudig voor hen die verantwoordelijk zijn voor de wereldorde, zoals Metternich en de Tsaar in hun tijd al opmerkten.


Los van ontwrichting werd er ook gezocht naar andere manieren om "ItaliŽ te stabiliseren," schrijft Sallie Pisani in haar studie naar de vroege dagen van de CIA. Ontwrichting om stabiliteit te bereiken is een standaardprocedure, eenvoudig te begrijpen voor hen die de pc-retoriek beheersen; het is zelfs mogelijk om de "vrij gekozen Marxistische regering in Chili te destabiliseren" omdat "we vastbesloten waren de stabiliteit te bevorderen" (James Chace). Een van de ideeŽn voor ItaliŽ was om de bevolking uit te dunnen door ontwrichtende bevolking over te halen te emigreren. Het geld van het Marshallplan werd gebruikt om de Italiaanse handelsvloot te herbouwen om "het aantal Italiaanse emigranten die over de oceaan vervoerd kunnen worden te verdubbelen," aldus het hoofd van de ECA-missie (Marshallplan) voor ItaliŽ. Een ander deel van het geld werd gebruikt voor het heropleiden van arbeiders "zodat ze acceptabeler zouden zijn voor andere landen," voegt hij eraan toe. Europa had werkeloosheidproblemen en ook de VS hadden geen zin in meer "spaghettivreters." Daarom stelde het Amerikaanse congres geld beschikbaar "met als doel de emigranten uit ItaliŽ te vervoeren naar een ander deel van de wereld dan de Verenigde Staten." De ECA besloot dat Zuid-Amerika met haar "relatief minder ontgonnen gebieden" hiervoor het best geschikt was. Er werd een emigratieonderzoek gefinancierd "om geschikte landen te vinden voor Italiaanse nederzettingen" in Zuid-Amerika en ter voorbereiding hiervan. Het eerste land dat hiervoor in 1950 steun ontving was BraziliŽ.


Het project werd beoordeeld als zeer gevoelig en werd voor de Italianen volledig verborgen gehouden. "Propaganda om de achtergebleven Italianen te stabiliseren was net zo belangrijk," schrijft Pisani. Er werd een "geraffineerde campagne" gevoerd in ItaliŽ, net zoals in Frankrijk dat ook werd beschouwd als een potentieel "virus." In Frankrijk is het probleem, merkte de ECA-missie op, dat "de Fransen allergisch zijn voor propaganda. Heel vaak verwarren zij dat wat wij informatie noemen met wat zij propaganda noemen." Amerikaanse beleidsmakers waren het er over eens dat "openlijke Amerikaanse propaganda" geen goed idee zou zijn voor de Europeanen wegens hun ervaringen met de Nazi's. De ECA pasten daarom het concept van "indirectheid" toe, gedefinieerd als het vermogen om "de denkbeelden van de ECA en het buitenlands beleid van de Amerikaanse regering naar voren te brengen zonder de ECA of de Amerikaanse regering als bron van informatie te vermelden." In de VS, waar de bevolking beter getraind is, kon worden volstaan met "informatie."14


In Latijns-Amerika hadden de VS voor de Tweede Wereldoorlog hun Europese rivalen grotendeels verdrongen. Daarmee konden de "open deur" principes van de nieuwe wereldorde worden verworpen voor "onze kleine regio hier, waar nooit iemand enig interesse voor heeft," zoals minister van Oorlog Henry Stimson het omschreef bij zijn uitleg waarom alle regionale systemen moesten worden ontmanteld, behalve de Amerikaanse, die uitgebreid moesten worden. De VS stonden er op dat de zaken betreffende Noord- en Zuid-Amerika alleen in regionale organisaties aan de orde zouden komen, waarvan ze zeker waren die te domineren; Saddam Hoessein werd in 1990 zonder omhaal veroordeeld toen hij voorstelde om de problemen in de Golf op te lossen binnen de Arabische Liga. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Als de Latijns-Amerikanen "proberen om op onverantwoordelijke wijze misbruik te maken van hun numerieke overmacht in de OAS [Organisatie van Amerikaanse Staten]," legt John Dreier uit in zijn studie naar deze organisatie, "als zij tot het uiterste gaan in hun denkbeelden over non-interventie, als zij de VS geen ander alternatief laten dan een unilaterale daad om zichzelf te beschermen, dan zullen ze daarmee niet alleen de basis voor samenwerking voor vooruitgang hebben vernietigd, maar ook alle hoop voor een veilige toekomst voor henzelf." De beschermheren van de wereldorde moeten altijd op hun hoede zijn voor tekenen van onverantwoord gedrag.


Hetzelfde gold voor het Goede Buur Beleid van Roosevelt, waarin de "impliciete verplichting tot wederkerigheid" was opgenomen, merkt Robert Woodward, Latijns-Amerika deskundige van Buitenlandse Zaken op: "het toelaten van een vreemde ideologie in een Latijns-Amerikaanse regering" zou "de Verenigde Staten dwingen om verdedigende maatregelen te nemen," eenzijdig. Voor de anderen, overbodig om te vermelden, bestond dat recht niet. Zeker niet het recht om zich te beschermen tegen de VS en haar "ideologie," die niet "vreemd" zijn: sterker nog, de VS hebben geen ideologie, los van "pragmatisme" in de technische betekenis van het woord. De algemene betekenis hiervan werd toegelicht, in de meest kritisch denkbare vorm, door de Latijns-Amerika adviseur van Carter, Robert Pastor: de VS willen dat andere landen "op onafhankelijke wijze handelen, tenzij zij daarmee de Amerikaanse belangen op negatieve wijze beÔnvloeden," de VS hebben "hen nooit willen overheersen," zolang de ontwikkelingen maar niet "uit de hand lopen." De anderen hebben alle vrijheid, zolang ze zich maar "pragmatisch" opstellen.15


Om "de vrijheid van landen te beschermen" werden de VS regelmatig gedwongen om terrorisme op hen los te laten of hen direct binnen te vallen en om gebruik te maken van hun ongeŽvenaarde vaardigheden in economische oorlogvoering en ondermijning. Voor deze roeping is het noodzakelijk te kunnen beschikken over een bereidwillige klasse van intellectulen die de "informatie" verteerbaar maakt voor het laagste gepeupel, hetgeen zelden problemen oplevert.


Na de Tweede Wereldoorlog werd de traditionele dienstverlenende taak van het Zuiden versterkt door "het besef dat voedsel en brandstof uit Oost-Europa voor West-Europa niet meer beschikbaar zouden zijn op het niveau van voor de oorlog" (Leffler). Aan iedere regio werd door de beleidsmakers een status en "functie" toegekend. De VS zouden de leiding nemen over Latijns-Amerika en het Midden-Oosten, in het laatste geval bijgestaan door haar Britse luitenant. Afrika moest worden "uitgebuit" voor de reconstructie van Europa, terwijl Zuid-Oost AziŽ "zijn belangrijke rol als leverancier van grondstoffen voor Japan en West-Europa moet vervullen" (George Kennan en zijn Beleidsplanningsstaf voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, 1948-1949). Ook de VS zouden grondstoffen betrekken van de voormalige koloniŽn zodat de traditionele driehoekspatronen hersteld konden worden, waarbij de industriŽle landen de Amerikaanse exportproducten kopen, betaald met de verdiensten van de geŽxporteerde grondstoffen uit hun traditionele koloniŽn. Het zogenoemde "dollar gap" dat de export van Amerikaanse produkten naar Europa belemmerde, werd door Dean Acheson en ander topplanners gezien als een zeer groot probleem. Een oplossing hiervoor werd beschouwd als een cruciale voorwaarde voor de Amerikaanse economie die anders, zo werd aangenomen, zou terugvallen in een zware crisis. Misschien zelfs de noodzaak tot een wijze van staatsingrijpen die de privileges van het bedrijfsleven in gevaar zouden brengen in plaats van die uit te breiden. Volgens deze wijze van denken, helder en uitgebreid verwoord, kon aan voormalige koloniŽn een formele onafhankelijkheid worden toegekend, maar niet veel meer dan dat.16


Het algemene kader van het naoorlogse beleid voor de wereld bracht met zich mee dat de koloniale relaties, in een nieuwe vorm, moesten worden hersteld en de "ultranationalistische" tendensen onderdrukt, met name als deze een bedreiging vormden voor de "stabiliteit" van anderen; het lot van het Zuiden bleef grotendeels ongewijzigd. De beide industriŽle kernlanden en hun periferie moesten beschermd worden tegen samenwerking met het "Sino-Sovjet blok" (of een van de samenstellende delen, nadat het niet meer houdbaar was de scherpe tegenstellingen binnen het "blok" te ontkennen). Dit "blok" besloeg een flink deel van de voormalige Derde Wereld dat zich had onttrokken aan de traditionele dienstverlenende taak en dat ingedamt moest worden; of waar mogelijk teruggebracht tot de traditionele dienstverlende taak, "rollback." Een belangrijke factor in de Koude Oorlog was de Sovjetoverheersing over de traditionele dienstverlenende gebieden, die daarmee afgescheiden werden van de door de VS gedomineerde staatskapitalistische wereld. Daar kwam bij dat de dreiging van de Sovjetmacht zou kunnen bijdragen tot de afscheiding van andere gebieden. Erger nog, de bevolkingen binnen de industriŽle kernlanden zouden beÔnvloed kunnen worden, een gevaar dat met name in het begin van de naoorlogse periode als zeer ernstig werd beschouwd.


De Noord-Zuid betrekkingen variŽren door de jaren heen, maar slechts zelden buiten de vaste grenzen. De realiteiten worden beschreven in een rapport van de Zuid-Commissie, onder voorzitterschap van Julius Nyerere, bestaande uit vooraanstaande economen, regeringsbeleidsmakers, religieuze leiders en andere personen uit de Derde Wereld. De Commissie merkt op dat er in de jaren '70 enkele gebaren werden gemaakt, "zonder twijfel het resultaat" van de bezorgdheid "over het hernieuwde bewustzijn van het Zuiden na de stijging van de olieprijzen in 1973" Ė die overigens ook de VS en Groot-BrittaniŽ niet slecht uitkwam. Toen de dreiging van het Zuidelijk bewustzijn afnam, vervolgt het rapport, verloren de industriŽle landen hun interesse en begonnen zij "een nieuwe vorm van neo-kolonialisme" door het monopoliseren van de wereldeconomie waarmee de meer democratische onderdelen van de Verenigde Naties ondermijnd werden. In het algemeen werd in de jaren '80 het institutionaliseren van de "tweedeklas status van het Zuiden" voortgezet.


Dit is een consequent patroon; het zou opmerkelijk zijn als ervan werd afgeweken.


De miserabele toestand van de traditionele Westerse regio's beoordelend, riep de Zuid -Commissie op tot een "nieuwe wereldorde" die tegemoet zou komen aan de "smeekbedes van het Zuiden voor rechtvaardigheid, gelijkheid en democratie in de wereldgemeenschap." Wat de vooruitzichten zijn voor deze smeekbedes blijkt uit de aandacht die ze kregen; het onderzoek werd genegeerd, zoals de stemmen uit de Derde Wereld in het algemeen. Dit is nauwelijks interessant voor de rijke mannen aan wie "de regering van de wereld moet worden toevertrouwd."17


Een paar maanden maakte George Bush zich de term "New World Order" eigen als voorwendsel voor zijn oorlog in de Golf. In dit geval werden er wat woorden gepreveld, maar de retoriek van Bush en Baker waren een bron van inspiratie voor verheven discussies over de mogelijkheden die er voor ons in het verschiet liggen. In het Zuiden, daarentegen, wordt deze door de machtigen opgelegde "Nieuwe Wereldorde" gezien als een verbitterde internationale klassenstrijd, niet geheel onterecht, waarbij de moderne staatskapitalistische economieŽn en hun transnationale ondernemingen de geweldsmiddelen monopoliseren en domineren in de besluitvorming over investeringen, kapitaal, technologie, planning en management, ten koste van het merendeel van de bevolking. De lokale elites in het Zuiden mogen meedelen in de buit. Het is niet onaannemelijk dat de Verenigde Staten en Groot-BrittaniŽ, die de zweep hanteren, de maatschappelijke aftakeling voortzetten en zelf ook steeds meer karakteristieken van derdewereldlanden overnemen, zoals heel duidelijk te zien is is in de steden en op het platteland. Het ligt voor de hand dat ook de rest van Europa niet zal achterblijven, ondanks de belemmeringen als gevolg van een arbeidersbeweging die nog niet helemaal is teruggebracht tot de juiste proporties.


3. De Club van Rijke Mensen

Het door de VS ontworpen wereldsysteem noodzaakt ook tot orde in de club van rijke mensen. De mindere leden moeten zich toeleggen op "regionale belangen" binnen het "overkoepelende kader van orde" dat door de Verenigde Staten wordt geleid, de enige macht met "globale belangen en verantwoordelijkheden," liet Kissinger Europa in 1973 weten ("het Jaar van Europa"). In de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog kon een Europese derde macht niet worden getolereerd. De oprichting van de NAVO was grotendeels geÔnspireerd door de noodzaak "West-Europa en Engeland te integreren in de invloedssfeer, ontvankelijk voor Amerikaans leiderschap," merkt Leffler op: "Noch een geÔntegreerd Europa, noch een verenigd Duitsland, noch een onafhankelijk Japan moet worden toegestaan zich te ontwikkelen als een neutraal blok." Neutraliteit zou "de kortste weg naar zelfmoord zijn," verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Dean Acheson. Hetzelfde gold voor de landen buiten de belangrijke industriŽle maatschappijen. Hoewel hij erkende dat de Russen niet verantwoordelijk waren voor conflicten in de Derde Wereld, waarschuwde Acheson in 1952 dat de Russen misbruik zouden kunnen maken van zulke conflicten in een poging om "zoveel mogelijk niet-communistische landen te dwingen een neutraal beleid te volgen en hun grondstoffen te ontzeggen aan de belangrijkste Westerse machten" Ė dat wil zeggen, te ontzeggen onder de door het Westen gestelde voorwaarden. Generaal Omar Bradley waarschuwde voor de "zelfmoord van neutraliteit," met in gedachten Japan.18


Westerse beleidsmakers "waren niet bezorgd over militaire agressie van de Sovjet-Unie, en ze hielden er ook geen rekening mee," waarmee Leffler de algemene wetenschappelijke consensus samenvat: "De regering-Truman ondersteunde hoofdzakelijk de Atlantische alliantie omdat deze onmisbaar was voor het bevorderen van de Europese stabiliteit door middel van de integratie van Duitsland." Dit was de belangrijkste motivering voor het Noord- Atlantische verdrag dat in april 1949 in Washington werd ondertekend, hetgeen leidde tot de oprichting van de NAVO en in antwoord daarop tot het Warschau-pact. In voorbereiding op deze April-top raakten de Amerikaanse beleidsmakers "ervan overtuigd dat de Russen echt van zins waren om afspraken te maken over het verenigen van Duitsland en het beŽindigen van de scheiding van Europa." Dit werd niet als een gunstige gelegenheid gezien, maar als een bedreiging voor het "belangrijkste nationale veiligheidsdoel": het optuigen van het Duitse economische en militaire potentieel voor de Atlantische gemeenschap" Ė en het verhinderen van "de zelfmoord van neutraliteit."19


Hier moet worden opgemerkt dat met "nationale veiligheid" wordt gerefereerd aan de technische betekenis, die niet samenhangt met de veiligheid van Duitsland als land, dat als gevolg van deze bewuste maatregelen door de toenemende confrontatie tussen de grootmachten alleen maar meer risico's liep. Zo ook de term "Atlantische gemeenschap" die verwijst naar de heersende elementen ervan, niet naar de bevolkingen, wier belangen eenvoudigweg worden opgeofferd wanneer macht en winst dat vereisen: bijvoorbeeld door bedrijven te verhuizen naar elders waar arbeidskracht, door middel van staatsgeweld, goedkoop en onderdanig wordt gehouden.


"Waar het om gaat," concludeerde de CIA in 1949, "is niet een schikking over Duitsland," hetgeen naar haar overtuiging Ė en vrees Ė kon worden geregeld met het Kremlin. Veeleer gaat het om de "beheersing van de Duitse macht op de lange termijn." Deze "grote werkplaats" moet worden beheerst door de VS en hun bondgenoten, zonder enige zeggenschap van de Sovjet-Unie. Er was geen twijfel over dat de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie hiermee waren gemoeid, nadat zij voor de tweede keer in 30 jaar vrijwel geheel vernietigd was door Duitsland en het in de oorlog tegen de Nazi's verreweg het zwaarst te verduren had gehad. Dit was een schending van de in de oorlog gesloten overeenkomsten over de rol van de Sovjet-Unie in Duitsland, die al in maart 1946 voor het eerst door de VS geschonden werden, zoals Leffler opmerkt. De terugtrekking van de Sovjet-troepen uit Duitsland mag dan een belangrijk doel zijn, stelde Acheson, maar "de terugtrekking van Amerikaanse en Britse troepen uit Duitsland zou daarvoor een te hoge prijs zijn." "Wat ons betreft" erkende George Kennan, "komt het erop neer dat we eigenlijk op dit moment Duitsland niet verenigd wensen, en dat er geen voorwaarden zijn waaronder zo'n oplossing aanvaardbaar zou zijn." De vereniging van Duitsland is dan misschien een overweging voor op de lange termijn, maar "alleen als de omstandigheden juist zijn," benadrukte Buitenlandse Zaken. Amerikaanse troepen zouden daarom in Duitsland blijven zelfs wanneer de Sovjets met een voorstel van wederzijdse terugtrekking zouden komen; Duitsland zou worden opgenomen als een ondergeschikte bondgenoot in de door de VS gedomineerde wereldeconomie; de Russen zouden geen doorslaggevende stem krijgen in de uitkomst, geen herstelbetalingen ontvangen en geen invloed krijgen op de Duitse economische (of militaire) ontwikkeling.20


Dit resultaat zou twee belangrijke doelen dienen: het verzwakken van de Sovjet-rivaal en het versterken van de Amerikaanse dominantie over zijn bondgenoten. Stappen ter beŽindiging van de Koude Oorlog daarentegen zouden geen van deze doelen dichterbij brengen en waren daarom nimmer een serieuse optie.


Een derde belangrijke reden tegen de vereniging van Duitsland, merkt Leffler op, was de "aantrekkingskracht van links," versterkt door het "krachtigere herstel en politieke activisme in de Sovjet zone," waaronder ruimte voor arbeidersraden met een zekere mate van leidinggevende autoriteit in de gedenazificeerde ondernemingen, en de organisatie van vakbonden. Washington was bang dat een verenigde arbeidersbeweging en andere volksorganisaties de Amerikaanse plannen om de traditionele ondernemerselite te rehabiliteren zouden doorkruisen. Ook het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken vreesde "economische en ideologische infiltratie" uit het Oosten, wat zij zagen als "iets dat erg veel lijkt op militaire agressie"; in het algemeen worden de politieke successen van de verkeerde mensen beschreven als "militaire agressie." In een verenigd Duitsland, waarschuwde het Britse ministerie, "lijkt de balans over te slaan in het voordeel van de Russen," die "de grotere aantrekkingskracht" konden uitoefenen. De scheiding van Duitsland had daarom de voorkeur, waarbij de zeggenschap van de Sovjet-Unie over het het rijke Roergebied, hart van de Duitse industrie, uitgesloten zou worden.21


Om vele redenen leek confrontatie te verkiezen boven verzoening. Of verzoening daadwerkelijk mogelijk zou zijn geweest, daarover valt alleen maar te speculeren. Van het begin tot het einde was de belangrijkste doelstelling de integratie van de belangrijkste industriŽle maatschappijen in een wereldorde die zou worden gedomineerd door het Amerikaanse netwerk van staat en bedrijfsleven.


Een decennium later had Europa zich alweer aanzienlijk hersteld, grotendeels dankzij het door Washington gevoerde beleid van "internationaal militair Keynesianisme" dat dateert van vlak voor de Koreaanse oorlog Ė een oorlog met als vooronderstelde reden dat de Russen zich opmaakten om de wereld te veroveren, zů'n mooie visie dat er niet eens bewijs voor nodig was. Met het Europese herstel nam ook de angst voor Europese onafhankelijkheid en neutraliteit toe. David Bruce, de Amerikaanse ambassadeur in Engeland onder Kennedy, voorzag "gevaren" als Europa "zijn eigen weg zou gaan en een rol zou gaan spelen onafhankelijk van de VS"; evenals anderen wilde hij een "partnerschap Ė met de Verenigde Staten als hogere in rang," merkt Frank Costigliola op. Kennedy's "Grand Design" was een poging om de bondgenoten te besturen, met gemengd resultaat. Met name Frankrijk gaf aanleiding tot grote ergernis. Kennedy was bang dat president Charles de Gaulle een overeenkomst zou sluiten met de Russen "die aanvaardbaar voor de Duitsers zou zijn," en hij was "heel erg bezorgd" over de inlichtingenrapporten met de suggestie van een Frans-Russische overeenkomst met het doel de VS buiten Europa te sluiten, herinneren naaste medewerkers zich. Een ander punt van zorg was het verdwijnen van het goud, waar ook de hand van Frankrijk in werd gezien. En om het allemaal nog erger te maken, was daar de houding van de Gaulle inzake Indochina, waar hij pleitte voor onderhandelingen en neutraliteit. Dit was totaal onacceptabel voor de regering van Kennedy die zich had vastgebeten in een militaire overwinning en op dat moment bezig was om de Vietnamese initiatieven van de verschillende partijen om zonder een grote internationale oorlog tot een overeenstemming te komen, te ondermijnen en terug te buigen. Wat Indochina betrof, evenals Europa en de rest van de wereld, was neutraliteit voor Amerikaanse beleidsmakers niet bespreekbaar, "de kortste weg naar zelfmoord."22


De toenemende problemen om de bondgenoten te overheersen leidde in 1973 tot de waarschuwingen van Kissinger. Het "belangrijkste probleem" binnen de Westerse alliantie waren volgens hem de binnenlandse ontwikkelingen in veel Europese landen," hetgeen leidde tot een onafhankelijke koers. De ontwikkeling van het Eurocommunisme was een ander zorgwekkend punt Ė hierin werd Kissinger bijgestaan door Breznjev die ook niet zo gelukkig was met de "democratische weg naar het socialisme" en het verzet tegen alle "buitenlandse interventies." Kissinger haalde de post-fascistische staten Portugal en ItaliŽ aan als voorbeelden die, "alhoewel niet het gevolg van ontspanning of van Sovjet-beleid," de VS voor politieke problemen plaatsten: "We moeten de dialoog met communistische partijen binnen de NAVO-landen niet aanmoedigen," liet hij de Amerikaanse ambassades weten, of ze nu wel of niet op de "lijn van Moskou" zitten: "De gevolgen van een Italiaanse Communistische Partij die op een effectieve manier zou regeren, zou vernietigend zijn Ė voor Frankrijk, en ook voor de NAVO." Daarom moest de VS de opkomst van de Communistische Partij in Portugal, na de ineenstorting van de fascistische dictatuur (die geen enkel probleem vormde) worden tegengewerkt, zelfs als ze de lijn van het Italiaanse Eurocommunisme zouden volgen. "Gevreesd werd dat het Eurocommunisme de Westerse communistische partijen aanvaardbaarder en aantrekkelijker zou maken voor de bevolking van de Westerse landen," schrijft Raymond Garthoff in zijn uitvoerige studie van die periode: de VS "gaven een grotere prioriteit (Ö) aan de instandhouding van de Westerse alliantie en de Amerikaanse invloed daarin" dan aan de "verzwakking van de invloed van de Sovjets in het Oosten."23


Alweer is daar het dubbele probleem: de combinatie van democratische ontwikkelingen die zich onttrekken aan de overheersing van het bedrijfsleven en de verzwakking van de Amerikaanse macht. Geen van beiden is acceptabel; te samen vormen zij het grote gevaar voor de "veiligheid" en "stabiliteit."


In de jaren '70 liep het helemaal uit de hand en werd er een geheel andere koers ingezet, die in het volgende hoofdstuk aan de orde zal komen. De problemen duren voort tot in de jaren '90. Tekenend was de controverse over het geheime Pentagonvoorstel in februari 1992 dat uitlekte naar de pers, de Defensie Beleidslijn: "de definitieve leidraad voor de minister van Defensie" voor het budgetair beleid van het jaar 2000. Het voorstel volgt de standaard redenering. De VS moeten hun "wereldmacht" behouden alsmede het geweldmonopolie. Daarmee wordt dan de "nieuwe orde (Ö) beschermd" terwijl aan anderen wordt toegestaan hun "legitieme belangen" na te streven, zoals deze door Washington zijn vastgelegd. De VS "moeten de belangen van de ontwikkelde geÔndustrialiseerde landen in afdoende mate beschermen om hen te ontmoedigen in het uitdagen van ons leiderschap, of in het verwerpen van de gevestigde economische en politieke orde," en "zelfs streven naar een grotere regionale of mondiale rol." Er mag geen onafhankelijk Europees veiligheidssyteem komen; de door de VS gedomineerde NAVO moet het "belangrijkste instrument van de Westerse defensie en veiligheid blijven, evenals het belangrijkste kanaal voor de Amerikaanse invloed op en deelname aan Europese veiligheidskwesties." "Wij moeten de belangrijkste verantwoordelijkheid behouden voor het selectief aanpakken van die misstanden die niet alleen onze belangen bedreigen, maar ook die van onze bondgenoten en vrienden"; alleen de VS zullen bepalen wat "misstanden" zijn en wanneer die op selectieve wijze moeten worden "rechtgezet". Net als vroeger is het Midden-Oosten een bijzondere zorg. Hier "is het overheersende doel het in stand houden van onze positie als belangrijkste macht van buiten in de regio en behoud van de Amerikaanse en Westerse beschikking over de olie uit de regio" en tegelijkertijd het (selectief) tegengaan van agressie, het instand houden van strategische beheersing en "regionale stabiliteit" (in technische zin), en de bescherming van "Amerikaanse burgers en eigendom." In Latijns-Amerika vormt Cuba de belangrijkste "militaire bedreiging van de VS of een Amerikaanse bondgenoot," standaard Orwelliaans refererend aan de escalatie van de Amerikaanse oorlog tegen de Cubaanse onafhankelijkheid.


Diplomaten uit West-Europa en de Derde Wereld stonden zeer kritisch tegenover bepaald taalgebruik in het document," rapporteerde Patrick Tyler vanuit Washington. "Ook hoge ambtenaren uit het Witte Huis en van Buitenlandse Zaken hadden felle kritiek," zij beweerden dat het document "op geen enkele wijze representatief is voor het Amerikaanse beleid." De woordvoerder van het Pentagon "ontkende stellig enkele van de centrale beleidsverklaringen" maar merkte op dat "de kern een juiste afspiegeling is van de openbare verklaringen en toelichtingen van de minister van Defensie Dick Cheney." Tyler suggereert dat dit moet worden gezien als een "tactische terugtrekking" van het Pentagon, als gevolg van de "reacties vanuit het Congres en van hoge regeringsambtenaren." Het is aannemelijk dat de felle kritiek vanuit de regering ook moet worden gezien als een tactische terugtrekking als gevolg van de alarmbellen die in talrijke hoofdsteden naar aanleiding van het document gingen rinkelen. Hoge ambtenaren gaven toe dat Cheney en de onderminister voor beleid Paul Wolfowitz "de belangrijkste ideeŽn uit het document onderstreepten." Er was ook kritiek vanuit de pers, speciaal van de buitenlandspecialist van de Times, Leslie Gelb, die bezwaar aantekende tegen "de dromerijen over het spelen van wereldpolitie" en tegen ťťn "verontrustend hiaat": "er lijkt in het document geen enkele referentie te zijn naar iets van een Amerikaanse rol in de bescherming van de IsraŽlische veiligheid."24


In welke mate de andere leden van de club accoord zullen gaan met de soevereiniteit van de uitvoerder die plechtig verklaart "afdoende rekening te houden met hun belangen," blijft een onbeantwoorde vraag. In het huidige geval noodzaakten de protesten en zorgen over de kosten de regering ertoe haar plan een paar maanden later te herzien, waarbij de traditionele thema's werden vervangen door belegen clichť's Ė ten minste in het openbaar. Tegelijkertijd zetten Franrijk en Duitsland een stap in de richting van een Frans-Duits militair blok, onafhankelijk van de NAVO, ondanks hevig verzet van de VS. Frankrijk blokkeerde ook de Amerikaanse pogingen om de NAVO alliantie (en de daaraan verbonden Noord-Atlantische Samenwerkingsraad) uit te breiden met Hongarije, Polen en Tsjecho-Slowakije. Amerikaanse regeringsambtenaren beweren dat "de Fransen niet willen dat een door Amerika geleide NAVO meer verantwoordelijkheden neemt in Oost-Europa" en de alliantie vereeuwigd, aldus de Wall Street Journal.25


De debatten laten een echt dilemma op gebied van buitenlandse politiek zien. Zijn de VS door als gevolg van de relatief verslechterde economie en een sociale basis in ernstig verval, met name door het tien jaar lenen-en-uitgeven van de Reaganites, nog in de positie om de oppermachtige rol die ze de afgelopen 50 jaar hebben vervuld in stand te houden? En zullen anderen zich tevreden stellen met een bijrol? Zullen ze bereid zijn om de kosten op te brengen, terwijl de VS profiteren van hun relatieve voordeel op militair gebied, om de speciale versie van wereldorde zoals gedefinieerd door Amerikaanse machtsbelangen in stand te houden? De VS zijn zelf immers niet meer in staat die kosten op te brengen. Het is niet zeker dat de andere rijke mannen gebruik zullen maken van de VS als hun "huurlingen" zoals in de financiŽle kranten tijdens de voorbereidingen op de Golfoorlog breed werd uitgemeten, misschien samen met hun Britse luitenant. Groot-BrittanniŽ verkeert zelf ook in een sociale en economische terugval, maar is "goed toegerust, gemotiveerd en zal het met zijn sterke militaire profiel zeker goed doen als huurling van de internationale gemeenschap," aldus de militaire correspondent van de Independent uit Londen Ė dit is een terugkerend thema tijdens de Golfoorlog, voorzien van een hoop triomfantelijke op de borst klopperij van Britse patriotten die dromen van de goede oude tijd toen ze nog het recht hadden om "negers te bombarderen" zonder het gejammer van linkse fascisten.26


Om de discussie te begrijpen is het noodzakelijk om de conventionele eufemismen te duiden ("verantwoordelijkheid," "veiligheid," "defensie," enzovoorts). Deze codewoorden dienen om de belangrijkste vraag te camoufleren: wie bepaalt uiteindelijk hoe de show verloopt?


4. Het Einde van de Welvaartsstaat

De basisstructuren voor beleidsvorming zullen blijven bestaan zolang de instituten van macht en overheersing stabiel blijven, met het vermogen om uitdagingen het hoofd te bieden en om concurerende krachten te integreren of te verdringen. Dit gold voor de Verenigde Staten voor de periode na de Tweede Wereldoorlog, en feitelijk al vanaf lang daarvoor. Desalniettemin moet het beleid telkens weer worden aangepast aan veranderende omstandigheden.


Een verandering in de wereldorde van vťrstrekkende gevolgen werd in augustus 1971 officieel erkend toen Richard Nixon zijn "Nieuw Economisch Beleid" aankondigde. Als gevolg hiervan werd de na de Tweede Wereldoorlog gevestigde internationale economische orde (het Bretton Woods systeem) ontmanteld. De VS waren feitelijk gezien de internationale bankier waarbij de dollar functioneerde als de enige internationale munteenheid, omwisselbaar tegen goud voor $35 per ounce. Tegen die tijd "was er een einde gekomen aan de welvaartsstaat" en kon "de kwaal niet meer genezen worden met een aspirientje," zoals de econome Susan Strange opmerkt. Het door Duitsland aangevoerde Europa en Japan hadden zich hersteld van de oorlogsvernielingen en de VS moesten opdraaien voor de uit de hand gelopen kosten van de Vietnamoorlog. De wereldeconomie trad binnen in het tijdperk van "tripolariteit" Ė en daarbij, heel belangrijk, ook van stagnatie en afnemende winstgevendheid van kapitaal.27


De voorspelbare reactie was een toenemende intensivering van de klassenstrijd die met onverminderde toewijding werd gevoerd door het bedrijfsleven, zijn politieke afgevaardigden en ideologische dienstknechten. De daaropvolgende jaren kenden een toenemende aanval op de reŽle lonen, sociale voorzieningen en vakbonden Ė men kan gerust stellen, alle functionerende democratische structuren Ė om de "crisis in de democratie" te overwinnen. Deze "crisis" was het gevolg van de illegale pogingen van de bevolking om hun belangen naar voren te brengen in de politieke arena. De ideologische component van het offensief bestond uit pogingen om autoriteit en gehoorzaamheid te versterken en om jonge mensen in te prenten dat ze aangeboren narcisten zijn. Een ander doel was het vestigen van een de facto wereldregering, die zich erop toelegt de menselijke en materiŽle bronnen van de wereld vrijelijk beschikbaar te maken voor de transnationale bedrijven en internationale banken die het wereldsysteem beheersen, zonder medeweten of bemoeienis van de bevolking.


De VS blijven de grootste economie, alhoewel afnemend in omvang ten opzichte van hun belangrijkste rivalen, die veelal ook met problemen te kampen hebben. Ook voor de VS is "de kwaal niet meer te genezen met een aspirientje," alhoewel er iets meer ruimte is als gevolg van de ideologische en beleidsoverwinningen. Deze hebben het moeilijker gemaakt om door middel van een constructieve sociale beweging verandering te brengen in het lot van de irrelevante meerderheid, een van die gelukkige consequenties van de door Reagan en de zijnen opgebouwde schuldenlast.


De reactie van Nixon op de teruggang van de Amerikaanse economische hegemonie was recht door zee: "als je aan het verliezen bent, dan verander je de regels van het spel," merkt de econoom Richard Du Boff op. Nixon schortte de omwisselbaarheid van goud tegen de dollar op (met als gevolg dat het internationale monetaire systeem ten val kwam), stelde een tijdelijke loon-prijs beheersing in en een algemene invoerbelasting. Verder wendde hij de staatsmacht aan voor fiscale maatregelen, meer dan tot dan toe gewoon was, om de steun aan de rijken te vergroten: vermindering van federale belastingen en binnenlandse uitgaven, behalve dan de vereiste subsidies voor het bedrijfsleven. Dit is sindsdien het beleid. Onder Reagan nam dit sterk toe, daarbij grotendeels de voorschriften van de Carter-regering volgend. Maar door de ideologisch meer gestaalde mannen van Reagan werd dit in een andere vorm gegoten. Het gevolg hiervan was een enorme schuldentoename op alle gebieden (federaal, staats-, regionaal, huishoud-, bedrijfsgebied), vrijwel zonder dat er productieve investeringen werden gedaan. Een cruciale component hiervan is het niet tegemoet komen aan talrijke onmeetbare maatschappelijke problemen, een alsmaar toenemende last die wordt afgewenteld op de grote meerderheid van de bevolking en de toekomstige generaties.


De initiatieven van Nixon leidden tot "een soort mercantilistische revolutie in het binnenlandse en buitenlandse beleid," merkt politiek econoom David Calleo een paar jaar later op. Het internationale systeem werd steeds chaotischer, "waar regelgeving minder en macht belangrijker werd." Er kwam minder "rationele controle over het nationale economische leven," en daarmee grote voordelen voor het internationale bedrijfsleven en de banken, die nu bevrijd waren van kapitaalbelemmeringen en officiŽle beperkingen, met de zekerheid dat er een door de staat georganiseerd financieel vangnet zou zijn wanneer het mis zou lopen. De internationale kapitaalmarkten breidden zich snel uit als gevolg van de vermindering van regulering en controle, de enorme stroom van oliedollars na de stijging van de olieprijzen in 1973-1974 en de revolutie in de informatie-telecommunicatie, hetgeen buitengewoon bijdroeg tot de kapitaaloverschrijvingen. De banken gingen energiek te werk om het lenen van geld aan te moedigen, hetgeen een van de grondslagen vormt voor de schuldencrisis van de Derde Wereld en voor de huidige instabiliteit van de banken zelf.28


De stijging van de olieprijzen (voorafgegaan aan een vergelijkbare stijging in de prijzen van Amerikaanse kolen, uranium en landbouwexport) leverde tijdelijke voordelen op voor de Amerikaanse en Britse economieŽn, met onverhoopte winsten voor de energiebedrijven, voornamelijk Brits en Amerikaans, die nu ook de mogelijkheid kregen om andere olievelden (Alaska, Noordzee) te exploiteren, voorheen te duur om op de markt te brengen. De VS konden de stijgende energiekosten compenseren door middel van gigantische constructieprojecten alsmede militaire en andere export voor de olieproducenten in het Midden-Oosten. Ook hun winsten vloeiden naar staatsobligaties en aandelen; steun aan de economieŽn van de VS en Groot-BrittanniŽ is al sinds lang de voornaamste taak van de Arabische faÁade.29


In diezelfde jaren vond de stagnatie en de ineenstorting van het Sovjetimperium plaats, dat een zo belangrijke hinderpaal was geweest voor de geplande wereldorde. De macht van de staatskapitalistische industriŽle maatschappijen werd bovendien nog versterkt door de economische catastrofe in de jaren '80 die in een groot deel van hun eigen invloedsfeer huishield. Het akelige voorgevoel in de Derde Wereld is eenvoudig te begrijpen.


Japan en het vasteland van Europa herstelden van de recessie in het begin van de jaren '80, alhoewel de eerdere groeicijfers niet meer werden gehaald. Voor het herstel van de Amerikaanse economie was het noodzakelijk op grote schaal te lenen en te investeren in de economie; met name door middel van overheidssubsidie in de high-tech industrie (verbonden aan het Pentagon), sterke toename van protectionistische maatregelen en een stijging van de rentevoet. Dit droeg bij tot de crisis in het Zuiden als gevolg van de stijgende rentebetalingen over de schuld, terwijl tegelijkertijd investeringen en hulp afnamen, en de rijke bovenklasse zijn geld investeerde in het Westen. Er was een gigantische kapitaalvlucht van Zuid naar Noord waarvan de desastreuse effecten overal te voelen waren, alleen de NIC's (nieuw geÔndustrialiseerde landen) van Oost-AziŽ konden zich hieraan onttrekken, omdat de staat machtig genoeg is om kapitaalvlucht te beperken en de economie efficiŽnt weet te sturen. De catastrofe van het kapitalisme in de jaren '80 had ook zijn impact op Oost-Europa, hetgeen er mede voor zorgde dat het Sovjet-imperium uiteenviel en dat Rusland vrijwel volledig verdween van het wereldtoneel. 30


In voorafgaande jaren hadden de niet-gebonden landen geprobeerd om iets van controle te krijgen over hun lot. Er werden door de UNCTAD (de VN conferentie voor Handel en Ontwikkeling) initiatieven ondernomen om een "nieuwe internationale economische orde" te creŽren met steun- en stabiliseringsprogramma's voor de belangrijkste primaire goederen, in de hoop om de steeds slechter wordende ruilvoet te stuiten en om de sterke prijsfluctuaties onder controle te krijgen die een vernietigend effect hebben op economieŽn die afhankelijk zijn van slechts enkele exportproducten. UNESCO ondernam parallelle pogingen om voor de derdewereldlanden toegang te verschaffen tot internationale communicatiemiddelen, die vrijwel een monopolie van de ontwikkelde geÔndustrialiseerde landen zijn.


Deze initiatieven veroorzaakten uiteraard een enorme vijandigheid van de kant van de heersers en werden met precisie getorpedeerd in de jaren '80. De VS namen het voortouw in de hevige aanval op de Verenigde Naties als gevolg waarvan deze op effectieve wijze werden geŽlimineerd als onafhankelijke macht in mondiale aangelegenheden. Met name de UNESCO, door haar betrokkenheid bij de Derde Wereld en als bedreiging van ideologische dominantie, boezemde een onwaarschijnlijke haat in. De sloopoperatie en het terugbrengen van de VN onder controle van de VS worden in de VS bejubeld als een terugkeer tot de idealen van de grondleggers. Dat is niet helemaal onterecht. Er is heel veel bedrog nodig geweest om het feit te verbergen dat het voornamelijk de VS zijn geweest, en in de tweede plaats Groot-BrittanniŽ, die de resoluties van de Veiligheidsraad door middel van een veto hebben getorpedeerd en dat zij het zijn die in algemene zin al meer dan 20 jaar de VN ondermijnen. Deze schijn wordt in stand gehouden door keer op keer de schuld in de schoenen te schuiven van de "obstructiepolitiek van de Sovjets" en het "felle anti-Amerikanisme van de Derde Wereld" die ervoor zorgen dat de VN ineffectief is. De eveneens extreme vormen van bedrog die de regerings- en mediacampagne vergezelde om de UNESCO-ketterij uit te schakelen, zijn gedocumenteerd in een belangrijke studie, die, en het is overbodig om het te vermelden, geen enkele invloed had op de stroom van noodzakelijke leugens.31


De hysterie over "politieke correctheid" vormt een interessante binnenlandse analogie. Oprecht ontzag is op zijn plaats als men kijkt naar hoe ver dit gaat, waaronder een stroom aan bestsellers met anecdotes (waarvan vele zelfverzonnen) over de zogenaamde gruwelen aan de universiteiten, nijdige toespraken en een vloed aan artikelen in de nieuwspagina's tot in de sportpagina's en opiniebladen toe, die plotseling overal vandaan ontsproten, alsof daartoe opdracht toe was gegeven. Een studie van de Los Angeles Times over een periode van 6 maanden vond meer dan ťťn vermelding per dag. Er zijn redenen voor de verontwaardiging. Er zijn inderdaad heel veel mensen tegen racisme en seksisme, mensen die respect hebben voor andere culturen, die de zoveelste gruweldaad voor "het goede doel" geen warm hart toedragen. Het is correct dat de misstanden die de gelovigen zoveel angst inboezemen, niet helemaal uit de lucht gegrepen zijn, zelfs de meest onbenullige propaganda is gebaseerd op iets werkelijks. Maar net zoals met de officiŽle buitenlandse vijanden, hebben de echte misdaden, welke dat dan ook zijn, weinig te maken met het drama dat in elkaar wordt gedraaid.


Het fenomeen is niet uit het niets ontstaan. Een cruciaal onderdeel van de klassenstrijd uit de periode na de jaren van overvloed was de ver reikende overname van het ideologische systeem door rechts, met een wildgroei aan rechtse denktanken, een campagne om de conservatie overheersing uit te breiden naar de ideologisch belangrijke onderdelen van de hogescholen en universiteiten, die nu overlopen van de professoraten 'vrij ondernemerschap', vet-gesponsorde uiterst rechtse studentenbladen enzovoorts; een heel scala aan methodes om het geheel van discussie en denken zoveel mogelijk te beperken tot de reactionaire kant van het nu al zo benauwde spectrum. Het is nu al zo ver gekomen dat een gerespecteerde liberale analist voor buitenlands beleid de staatsconservatieve New York Times, zonder een greintje ironie beschrijft als het "establishment links" (Charles Maynes). In het politieke systeem staat "liberaal" inmiddels naast "socialist" als een gevreesd woord; in 1992 was het voor de Democratische Partij nauwelijks nodig om een gebaar te maken naar de kiesdistricten die ze ooit zei te vertegenwoordigen. Gore Vidal overdrijft nauwelijks wanneer hij de Amerikaanse politiek beschrijft als een ťťnpartijsysteem, met twee rechter vleugels. Een aspect van deze ideologische triomf is de verdere implementatie van de Orwelliaanse retoriek en standaarden van politieke correctheid die iemand moet beheersen om deel te kunnen nemen aan de fatsoenlijke discussies. Afwijking van deze conventies van geloof en retoriek in de mainstream is vrijwel ondenkbaar. 32


Het volgende hoofdstuk zal geen verrassing zijn voor studenten cultuurmanagement. Na een periode van intense en eenzijdige ideologische strijd, waarin de ondernemersbelangen en de rechtervleugel een opmerkelijke overwinning hebben geboekt in de ideologische en politieke instituties, wat is er dan natuurlijker dan dat er een propagandacampagne zou worden begonnen met de boodschap dat het de linkse fascisten zijn die de topposities hebben overgenomen en die de gehele cultuur beheersen, en die hun ruwe leer aan iedereen opleggen? De situatie is zelfs erger dan 25 jaar geleden toen de oproepen om de universiteit te vernietigen "in alle campussen in de Verenigde Staten te horen waren, en bibliotheken in de fik werden gestoken, en universiteiten vernield", en toen "het onmogelijk was zich een voorstelling te maken van het walgelijke, misselijkmakende en verstikkende morele klimaat" op de universiteiten waar zwarte studenten "een vloek" waren, totdat uiteindelijk "de pus (Ö) uit de universiteiten werd geperst," om maar eens wat fantasieŽn te citeren die de Britse rechtervleugel in vervoering brengen. 33 Er worden ontroerende pleidooien gehouden ter ondersteuning van die laatsten der Mohicanen die nog steeds weerstand bieden aan de meedogenloze woeste aanvallen van links, die op heroÔsche wijze de historische waarheid en de Westerse cultuur in stand houden in een of andere oogkleppenkrant of een geÔsoleerde universiteit in centraal Idaho. Waar kun je je inderdaad beter op richten dan hierop als je de werkelijke vragen over ideologische overheersing of een blik op de hand die de scepter zwaait, wilt onderdrukken?


De klaagzang van hen die hun ijzeren controle zonder veel tegenpruttelen behouden is niet geheel van humor gespeend. Voor iedere 100 artikelen die uithalen naar de linkse fascisten die alles overheersen, is er misschien eentje dat op zwakke wijze naar voren brengt dat de overname van links misschien niet zo alomvattend is als het wordt voorgesteld, en geen enkel dat de waarheid vertelt Ė hetgeen zo klaar als een klontje is, alleen maar afgaande op de selectie van meningen die wordt toegestaan. Maar het beperken van het denken is een serieuze zaak en gerespecteerde personen vertrekken geen spier wanneer ze meehuilen met de wolven in het bos, treurend over het feit dat er misschien wel een afdeling van vergelijkende literatuurwetenschap verloren is gegaan (misschien aan een rechtse "deconstructivist" of een liberale "relativist", aangeklaagd als linkse fascisten).


Voor de totalitaire geest is zelfs de lichtste afwijking een verschrikkelijke tragedie die leidt tot indrukwekkende aanvallen van razernij. Het spektakel is zeer nuttig om de ideologische controle te verstevigen, welke de meute belet meer te weten te komen over wat zich om hen heen afspeelt.


5. Het "Afschuwelijke Principe van de Meesters"

De wereldeconomie heeft zich niet meer hersteld tot de groeicijfers van het Bretton Woods tijdperk. De achteruitgang van het Zuiden kwam met name hard aan in Afrika en Latijns-Amerika, waar het gepaard ging met een verwoestende staatsterreur. Het werd versneld door de neoliberale economische doctrines opgelegd door de heersers van de wereld. De Economische Commissie voor Afrika van de VN toont aan dat die landen die de door IMF aangeprezen programma's volgden, lagere groeicijfers kenden dan die landen die voor menselijke basisbehoeften steunden op de overheidssector. De desastreuze invloed van het neoliberale beleid werd bijzonder goed zichtbaar in Latijns-Amerika.34


Soms nemen de ontwikkelde landen hun eigen retoriek quasi-serieus en slagen ze er niet in om zichzelf te beschermen tegen de destructieve impact van ongereguleerde markten. De consequenties zijn hetzelfde als voor de traditionele koloniale gebieden, al is het minder dodelijk. Een goed voorbeeld is AustraliŽ in de jaren '80. De experimenten van de Labor-regering met de vrije markt leidden uiteindelijk tot een vermindering van het nationale inkomen van meer dan 5 procent per jaar aan het eind van het decennium. De reŽle lonen gingen omlaag, Australische ondernemingen werden door buitenlandse overgenomen en het land was gestaag op weg naar een status van grondstoffenleverancier voor de rond Japan georganiseerde staatskapitalistische regio, die haar dynamische groei behield dankzij een verregaande afwijking van de neoliberale dogma's. In Engeland "blijven de vooruitzichten [na een decennium Thatcherisme] somber als gevolg van onvoldoende herinvestering in de daadwerkelijke economie van Groot-BrittanniŽ," is de conclusie van de directeur van een Amerikaanse investeringsfirma, zijn Japanse collega herhalend die opmerkte: "We denken dat het nog lang zal duren voordat de economie van Groot-BrittanniŽ zich hersteld zal hebben."35


Zoals eerder opgemerkt beginnen de rijke geÔndustrialiseerde landen steeds meer te lijken op derdewereldlanden, met eilanden van extreme rijkdom in een zich uitbreidende zee van armoede en wanhoop. Dit geldt met name voor de VS en Engeland, die zijn onderworpen aan het regime van Reagan-Thatcher. De rest van Europa volgt op korte afstand, ondanks de resterende invloed van vakbonden en het door hen beschermde sociale contract, en de mogelijkheden voor Europa om haar sloppenwijken buiten beeld te houden door het gebruik van "gastarbeiders." De ineenstorting van het Sovjet-imperium biedt nieuwe kansen om de scheiding tussen Noord en Zuid binnen de rijke landen te versterken. Tijdens de stakingen in mei 1992 van ambtenaren in Duitsland, kwam de voorzitter van Daimler-Benz met een waarschuwing naar buiten dat het bedrijf een staking misschien zou beantwoorden met het overbrengen van productiefaciliteiten voor de Mercedes naar elders, misschien naar Rusland, met haar overvloed aan goedgeschoolde, getrainde, gezonde en (hopelijk ook) volgzame arbeiders. De voorzitter van General Motors heeft soortgelijke bedreigingen in petto met betrekking tot Mexico en andere delen van de Derde Wereld. En Oost-Europa. Terwijl GM plannen maakt om 21 fabrieken in de VS en Canada te sluiten, zijn de verwachtingen hoog gespannen aangaande de opening van een assemblagefabriek in Oost-Duitsland ter waarde van 690 miljoen dollar. Dit komt voornamelijk door het feit dat er dankzij de werkloosheid (officieus 43 procent), arbeiders klaar staan "om meer uren te werken dan hun verwende collega's in West-Duitsland," voor slechts 40 procent van het loon en met lagere uitkeringen, aldus de Financial Times. Kapitaal kan zich eenvoudig verplaatsen; mensen niet, of ze mogen het niet van hen die Adam Smith's ideeŽn toejuichen als het hen uitkomt.


Het is zeker niet het geval dat Daimler-Benz zo verschrikkelijk leidt onder de arbeidskosten die zo door het management worden betreurd. Twee weken na de dreiging de Mercedes-productie naar Rusland over te brengen, maakte dezelfde algemeen directeur, Edzard Reuter, de "uitstekende resultaten" bekend van een uitzonderlijk sterk eerste kwartaal van 1992, met een winststijging van 14 procent en een toename van 17 procent van de verkoop, voornamelijk in het buitenland. De profielschets van de Duitse arbeiders komt niet helemaal overeen met die van de klanten voor de Mercedesafdeling, de belangrijkste bron van inkomsten van dit enorme conglomeraat, waar in 1992 10.000 banen zullen gaan verdwijnen, vervolgt Reuters, met nog zo'n 10.000 later. Dergelijke feiten zijn echter niet zo interessant voor de Amerikaanse media waar in de nieuwskolommen scherpe uithalen zijn naar de Duitse arbeiders met hun "luxe leven", hun lange vakanties en hun algemene onwetendheid omtrent hun plaats als productiewerktuig voor de rijken en machtigen. Ze moeten de lesjes leren die de Amerikaanse arbeiders van de Caterpillar corporation in die periode te leren kregen: winsten en productiviteit omhoog, lonen omlaag en het recht om te staken op effectieve wijze ontnomen door het vrijelijk inzetten van onderkruipers (stakingbrekers, ook wel "permanente plaatsvervangers" genoemd).36


Dit zijn de vruchten van de heftige door het bedrijfsleven ondernomen campagne, die direct van start ging toen de Amerikaanse arbeiders in 1935 uiteindelijk het recht hadden veroverd om zich te organiseren na jaren van zware strijd en gewelddadige onderdrukking, die in de industriŽle wereld niet werd geŽvenaard. Misschien dat we nu kunnen terugkeren naar de tijd van de bewonderde filantroop Andrew Carnegie, die de slachtoffers van de grote crisis in 1896 de deugden aanprees van de "oprechte, hardwerkende, bescheiden armoede," kort nadat hij met veel geweld de vakbond van staalarbeiders bij Homestead had verpletterd. Carnegie vertelt het verhaal dat de verslagen arbeiders hem een bericht hadden doen toekomen: "Milde meester, vertel ons wat u van ons wenst, en wij zullen het voor u doen." Omdat hij wist "hoe goed en gelukkig en puur het huis van de armoede is," sloot Carnegie zich aan bij de rijken, verklaarde hij, terwijl hij hun grimmig lot deelde in zijn buitensporig ingerichte landgoederen.37


Op deze wijze behoort een goed georganiseerde maatschappij in elkaar te steken, volgens het "afschuwelijke principe van de meesters."


Het is daarom de normaalste zaak van de wereld dat, wanneer de gehavende vakbonden eindelijk beseffen wat de betekenis is van de onuitputtelijke klassenstrijd die het zeer klassebewuste bedrijfsleven tegen hen voert, de financiŽle pers zich vertwijfeld afvraagt hoe het toch mogelijk is dat sommige vakbonden vasthouden aan de verouderde "ideologie van de klassenstrijd" en de "verslagen Marxistische denkbeelden" dat "arbeiders een klasse van burgers vormen met gedeelde belangen die hen zou scheiden van hen die eigenaar zijn en controle hebben over het bedrijfsleven"; en die zelfs zulke "eigenaardigheden" uitdragen als laag loon voor vakbondsleiders, die worden behandeld als de andere leden. De meesters daarentegen houden op ferme wijze vast aan deze "verslagen Marxistische denkbeelden," zich vaak uitdrukkend in de meest vulgaire Marxistische retoriek Ė met de tegenovergestelde waarden, uiteraard.38


Onder de bestaande omstandigheden van maatschappelijke organisatie en machtsconcentratie zijn de kansen gering dat de (selectieve) vrije handel een bijdrage zal vormen tot het algemene welzijn, zoals dat onder andere sociale omstandigheden tot de mogelijkheden behoort. Zij die een eed van trouw afleggen aan Adam Smith zijn er zeer op gespitst geen aandacht te schenken aan zijn woorden: de principes van het economisch liberalisme kunnen gunstige gevolgen hebben mits toegepast met waardering voor fundamentele mensenrechten. Wanneer ze tot stand worden gebracht met "de beestachtige wreedheid van de Europeanen" en blinde gehoorzaamheid aan "het afschuwelijke principe," dan kunnen er voordelen zijn voor "de architecten" van het beleid; voor de anderen zal het een toevallige bijkomstigheid zijn.


De ervaring van het vrijhandelsverdrag tussen de VS en Canada illustreert dit proces. In twee jaar tijd verloor Canada honderdduizenden banen, waarvan vele aan de industriŽle gebieden in de VS waar als gevolg van regeringsmaatregelen vrijwel geen vakbonden meer te vinden zijn (de Orwelliaanse term hiervoor is "het recht op werk" hetgeen er op neerkomt dat "het in de praktijk illegaal is zich te organiseren"). Deze regeringsmaatregelen, heel gewoon in een door de ondernemers bestuurde maatschappij, laten arbeiders onbeschermd en veel gemakkelijker uit te buiten dan in Canada met haar veel krachtigere vakbeweging en een cultureel klimaat van solidariteit. Het vrijhandelsverdrag is ook gebruikt om Canada te dwingen de maatregelen ter bescherming van de Pacifische zalm los te laten, om pesticide-regulering in overeenstemming te brengen met de veel laksere Amerikaanse standaard, af te zien van stappen om emissies van lood-, zink- en kopersmelterijen terug te dringen, de subsidies voor de herbeplanting van bossen te beŽindigen, en ter voorkoming van het autoverzekeringsplan in Ontario dat was vervaardigd naar ideeŽn van de Canadese gezondheidszorg, dat bij invoering de Amerikaanse verzekeringsmaatschappijen honderden miljoenen dollars in winst zou gaan schelen. Over al deze zaken is het oordeel geveld dat ze illegale belemmeringen zijn van de vrije handel. Volgens dezelfde redenatie verzetten de VS zich tegen een GATT voorziening die landen het recht geeft om in tijden van nood de export van voedsel te beperken. De VS eisen dat Amerikaanse landbouwbedrijven te allen tijde kunnen beschikken over hun grondstoffen, ongeacht de menselijke kosten.


Tegelijkertijd is het asbestexporteur Canada die de VS aanklaagt voor het opleggen van beperkende (EPA) standaarden aangaande het gebruik van asbest. Volgens Canada is dit een overtreding van de handelsverplichtingen en moet er "internationaal wetenschappelijk bewijs" over de gezondheidsrisico's van asbest geleverd worden: de EPA heeft onterecht geen rekening gehouden met de "vereisten van minimaal bezwaar" voor bedrijven. Bij de GATT onderhandelingen ondersteunen de VS de voorstellen van het bedrijfsleven om de milieu- en consumentenbescherming alleen toe te staan in die gevallen waar "wetenschappelijk bewijs" voor is, en dit alles wordt beoordeeld door een instantie bestaande uit regeringsbeambten en directeuren van chemische en voedselondernemingen.39


Waarschijnlijk is het meest dramatische voorbeeld van het cynisch najagen van "het afschuwelijke principe" in de hedendaagse internationale handel de druk die Washington uitoefent op derdewereldlanden om ze te dwingen Amerikaanse export van tabak te accepteren, kampioen moordenaar met ruime voorsprong boven alle dodelijke drugs in de wereld. De regering van Bush lanceerde de hypocriete "oorlog tegen drugs" (goed getimed om de juiste stemming te creŽren voor de invasie van Panama) tegelijkertijd met de stappen om derdewereldlanden te dwingen de meest dodelijke te accepteren, en daarbij ook nog de reclame gericht op nieuwe markten, met name vrouwen en kinderen. Dit werd ondersteund door de GATT. De media, die met alle toeters en bellen in "de oorlog tegen drugs" hun deuntjes meespeelden, kwamen de regering tegemoet door het belangrijkste drugsverhaal van de dag, volledig te verzwijgen. Er waren geen koppen met "VS eisen het recht om de grootste drugshandelaren van de wereld te zijn," zelfs geen weggestopte zinnetjes achterin (los van de statistisch gezien onbelangrijke dissidenten).


Met de terugkeer van Oost-Europa tot de Derde Wereld nemen de drugshandelaren het voortouw in de investeringen. "Sigarettenmakers trekken naar Oost-Europa," is de kop van een gedreven voorpagina artikel in de Boston Globe: "Terwijl veel Amerikaanse bedrijven bekritiseerd zijn voor het niet agressief genoeg investeren in Oost-Europa, hebben de Amerikaanse sigarettenbedrijven zich een pad gebaand." Een tabakstopman legt uit: "In Hongarije maakt men zich weinig zorg over gezondheid en milieuproblemen. We kunnen ongeveer 10 jaar vrij onze gang gaan" Ė tien jaar van winsten, voordat de linkse PC-fascisten zich gaan bemoeien met deze lucratieve massamoord. "Van de 30 ontwikkelde landen," vervolgt het artikel, "is de levensverwachting het kortste in Oost-Europa." Amerikaanse ondernemingen zullen proberen deze statistieken nog scherper te zetten, de "wegbereiders van het kapitalisme" kunnen zich koesteren in het applaus.


Merk op dat RoemeniŽ, Bulgarije, Rusland, het voormalig JoegoslaviŽ enzovoorts, "ontwikkelde landen" zijn, die vergeleken moeten worden met West-Europa om de kwaadaardigheid van het communisme aan te tonen Ė maar niet bijvoorbeeld met BraziliŽ, Guatemala, de Filipijnen en andere half-koloniale gebieden waar ze op leken voordat ze zich afscheidden van de traditionele Derde Wereld. Deze standaardmethode is een onuitroeibaar kenmerk van de huidige ideologie. Eerlijkheid is in deze zeer belangrijke kwestie strikt verboten.40


Een ander artikel in de krant van dezelfde dag laat zien wat voor flexibel instrument economisch dogmatisme kan zijn. Het is een lofzang op de prestaties van New Hampshire in het vinden van een oplossing voor de financiŽle problemen. De oplossing bestond uit het steunen van een succesvolle onderneming die nu "de belangrijkste groothandel is geworden voor wijn en sterke drank in de wereld, volgens regeringsambtenaren," met $62 miljoen aan winst op een omzet van $200 miljoen in 1991, in ťťn jaar tijd is dit een stijging van de winst met $5 miljoen. De toename wordt deels toegeschreven aan de verdubbeling van het reclamebudget voor alcohol Ė in de ranglijst van moordenaars komt alcohol als een goede tweede. De onderneming is een staatsmonopolie. Met de winsten hiervan kan de meest conservatieve staat van de VS zich aan de vrije markt houden, waar haar leiders zo'n grote eerbied voor hebben, en de belastingen vermijden die de rijken zou beroven om de bijstandsmoeders te verrijken. Alweer een onopgemerkte triomf van de vrije markt.41


In theorie zullen de vrijhandelsafspraken leiden tot lagere lonen in de hoge-lonen landen en omgekeerd leiden tot hogere lonen in de arme landen waar kapitaal geÔnvesteerd wordt, dit leidt tot gelijkheid in de wereld. Maar onder de heersende omstandigheden ligt een andere uitkomst meer voor de hand. De hoofdeconoom van de Milieu Afdeling van de Wereldbank, Herman Daly, legt uit dat de grote en toenemende voorraad aan mensen met te weinig werk in de Derde Wereld ervoor zorgt dat "de voorraad arbeiders zeer groot zal blijven, hetgeen het onmogelijk maakt dat de lonen in de wereld al te veel omhoog zullen gaan." Onderdrukking en terreur bieden ook nog een uitkomst. Het resultaat zal bestaan uit enorme winsten, het afkalven van de hoge lonen en sociale verworvenheden, waaronder de wetten tegen kinderarbeid, beperkingen van maximale werktijden en bescherming van het milieu. "Alles wat de kosten doet toenemen zal door middel van competitie omlaag worden gebracht naar de laagste algemene deler in de vrije internationale handel," voorspelt Daly Ė precies wat de bedoeling is.42


Binnen de huidige verhoudingen van macht en overheersing zal de selectieve toepassing van vrijhandel zeer waarschijnlijk leiden tot het omlaag brengen van de levensomstandigheden voor de laagste klasse van mensen die slechts toeschouwers zijn, die niet deelnemen aan de besluitvorming die invloed op hun leven heeft. De stuwende kracht wordt goed beschreven door Andrew Reding: "Niet in staat om haar agenda op te leggen aan een 'vastgelopen' congres, dat op wat voor beperkte wijze dan ook, nog steeds ontvankelijk is voor stemmen van speciale belangengroeperingen, heeft de regering Bush banden gesmeed met gelijkdenkende elites in het buitenland om te proberen de wetgeving op te leggen van buitenaf, Ö waarbij een internationale regering wordt opgebouwd, maar dan wel een vreemdsoortige vorm daarvan, waarin alleen ondernemings- en handelsafgevaardigden een stem hebben"; "Onder het mom van vrijhandel krijgen buitenlandse regeringen en ondernemingen in feite een veto over nationale, staats- en provinciale wetgeving die het menselijk welzijn ten goede komt." Er is echter helemaal niets "vreemdsoortigs" aan dit streven naar het afschuwelijke principe van de meesters, aangepast aan de huidige tijd.43


Het principe van de meesters vraagt slecht een kleine aanpassing: "alles voor henzelf nu." De lange termijn is net zo irrelevant als andere mensen. Vandaar het eerbetoon van de Wall Street Journal in een lang artikel, aan de "buitengewone coup" van George Bush, omdat hij in staat was de hele wereld te dwingen, op de conferentie in Rio de Janeiro van juni 1992, afstand te nemen van de plannen om tot een betekenisvolle overeenkomst over de broeikasgassen te komen. Iemand met iets meer talent dan ik kan een schitterend verhaal of cartoon maken over de laatste editie van de Journal die naar de pers gaat met een gepassioneerd hoofdartikel over het feit dat 'global warming' niets meer dan oplichterij van links is, terwijl het stijgende zeewater het hoofdkwartier van de redactie bereikt.44


In het algemeen is er in de jaren '80 over de hele wereld een versnelling te zien in de toenemende verschillen tussen de kleine groep die beschikt over grote rijkdommen en privileges en een groeiende massa van mensen die achterblijven in ellende. Hoewel ze niet bijdragen aan de productie van rijkdommen of consumptie, de enige erkende menselijke functies in de heersende instituties en hun ideologie, moet er voor deze mensen een oplossing gevonden worden. Het huidige sociale beleid in de VS bestaat eruit om ze op te sluiten in stedelijke centra waar ze elkaar het leven zuur kunnen maken; of ze achter slot en grendel te plaatsen, een nuttig bijverschijnsel van de oorlog tegen drugs (zie hoofdstuk 4).


De sterk toegenomen internationalisering van kapitaal sinds 1971 heeft aan de concurrentie tussen nationale staten een ietwat nieuw karakter gegeven. Eťn indicatie, terwijl het aandeel van de wereldexport van de VS licht is afgenomen met 3,5 procent van 1966 tot 1984, is het aandeel van de Amerikaanse multinationals licht toegenomen. Wanneer de importen uit overzeese dochtermaatschappijen worden gerekend als binnenlandse productie dan zien de internationale handelspatronen er heel anders uit. Het aandeel in de export van buitenlandse afdelingen van in de VS gevestigde ondernemingen is toegenomen van 18 procent in 1957 tot 41 procent in 1984. "Wanneer dit soort buitenlandse productie teruggebracht zou kunnen worden naar de VS," merkt Richard Du Boff op, "dan zou de Amerikaanse export verdubbelen, volgens sommige schattingen van het ministerie van Handel." Een studie van de Wereldbank uit 1992 vermeldt dat "de interne handel binnen de grootste 350 multinatinals, 40 procent van de totale handel uitmaakt. Meer dan een derde van de Amerikaanse handel is tussen buitenlandse bedrijfsonderdelen en het in de VS gevestigde moederbedrijf." Meer dan de helft van de Maleisische export naar de VS is van een Amerikaans zusterbedrijf, de vijf grootste electronica-exporteurs in Taiwan zijn Amerikaanse bedrijven, 47 procent van Singapore's exporten in 1982 waren van bedrijven in Amerikaanse handen. "Op dezelfde manier hangt de opkomst van Korea in de electronicawereld nauw samen met de door Japan beheerde bedrijven in Korea." "Dus alle handelstheorie in leerboeken over het relatieve voordeel en de deugden van een goedlopend open handelssysteem is onzin," merkt Doug Henwood op. Hij voegt eraan toe dat de huidige schattingen waarschijnlijk hoger liggen dan de hier gegeven cijfers uit het begin van de jaren '80: "Een paar honderd economisch en politiek machtige bedrijven met netwerken over de hele wereld domineren de handel grotendeels op hun eigen voorwaarden, en zijn vervolgens werkzaam als regeringsadviseurs op het gebied van de handelsstrategie."


De commerciŽle producten weerspiegelen deze tendensen. Om een voorbeeld te noemen, ongeveer eenderde van de marktprijs van een GM Pontiac LeMans gaat naar de fabrikanten in Zuid-Korea, iets meer dan eenzesde gaat naar Japan, en ongeveer hetzelfde wordt verdeeld onder Duitsland, Singapore, Engeland, Barbados en anderen. Als sociale entiteit mogen het land en het overgrote deel van de bevolking aftakelen; de bedrijfsimperia spelen een ander spel gebaseerd op het goddelijke dogma dat de meesters het recht hebben om de beslissingen over investeringen te maken, onbezwaard door de zorgen van hun dienaren op het werk en in de gemeenschap. Met naar schatting tussen de 25 en 50 procent van de wereldhandel die thans onderling wordt gedreven door de in het Noorden gevestigde multinationals, wordt het tijd om ons zorgen te gaan maken over de toekomst.45


6. Het Nieuwe Koloniale Tijdperk

De werkelijkheid wordt vaak met opmerkelijke eerlijkheid naar voren gebracht door de heersers en hun ideologen. De Financial Times uit Londen had een hoofdartikel van de hand van de economie-correspondent van de BBC World Service, James Morgan, met de titel: "Het uiteenvallen van het Sovjet-blok geeft het IMF en de G7 de gelegenheid de wereld te regeren en een nieuw koloniaal tijdperk te creŽren." Eindelijk zullen we in staat zijn om de visie van Churchill te benaderen zonder de "hongerige landen" die "meer willen" en een gevaar vormen voor de rust van de rijke mannen die de legitieme heersers zijn.


In de huidige versie wordt "de constructie van een nieuw wereldsysteem vorm gegeven door de Groep van 7, het IMF en de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT)," in "een syteem van indirecte overheersing waarbij de leiders van de ontwikkelingslanden zijn opgenomen in het netwerk van de nieuwe heersersklasse" Ė die, en dat is niet verbazingwekkend, dezelfden blijken te zijn als de oude heersersklasse. De lokale managers mogen delen in de rijkdommen zolang ze maar op de juiste wijze de heersers ter wille zijn.


Morgan maakt een opmerking over "de hypocrisie van de rijke landen die terwijl ze open markten eisen in de Derde Wereld hun eigen markten afsluiten." Hij had het rapport van de Wereldbank kunnen noemen, waarin wordt vermeld dat de protectionistische maatregelen van de geÔndustrialiseerde landen het nationale inkomen van het Zuiden verminderen met twee maal de hoeveelheid van de officiŽle hulp, die vooral terecht komt bij de rijkere sectoren (zijn minder hulpbehoevend, maar betere consumenten) van de "ontwikkelingslanden." Hulp, die bovendien grotendeels ondersteuning van eigen export is. Of de schatting van de UNCTAD, dat de non-tarief barriŤres (NTBs) van de geÔndustrialiseerde landen de export van de Derde Wereld verminderen met bijna 20 procent in de belangrijkste categorieŽn, waaronder textiel, staal, zeevis, dierenvoer en andere landbouwproducten, met een verlies van miljarden dollars per jaar. Of de schatting van de Wereldbank dat 31 procent van de Zuidelijke exportproducten getroffen wordt door de NTBs in vergelijking met 18 procent in het Noorden. Of het rapport van het VN Human Development Program uit 1992 met een overzicht van de toenemende kloof tussen de rijken en de armen (83 procent van de rijkdommen in de wereld in handen van de rijkste miljard en 1,4 procent voor de armste miljard mensen); de verdubbeling van de kloof sinds 1960 is toe te schrijven aan het beleid van IMF en Wereldbank, en aan het feit dat 20 van de 24 industriŽle landen nu protectionistischer zijn dan een decennium geleden. Dit geldt ook voor de VS, die de revolutie van Reagan vierden door dubbel zoveel van de import te onderwerpen aan beperkende maatregelen. "En het eindresultaat van decennia lang geld lenen voor ontwikkeling is dat de arme landen in de laatste periode meer dan 21 miljard dollar per jaar overbrengen naar de schatkisten van de rijken," merkt de Economist op als samenvatting van de sombere schets.


De details worden duidelijk bij het overzien van afzonderlijke gevallen: bijvoorbeeld, de quota's die de VS, Groot-BrittanniŽ en Frankrijk afdwongen van hun commerciŽle rivaal Bangladesh, op grond van het feit dat haar textiel een bedreiging vormt voor lokale industrie; zoals de Financial Times schreef: "De regering van Bangladesh is vooral gegriefd door het besluit van de VS om anti-dumping invoerrechten op te leggen van meer dan 42 procent op handdoeken," deze import levert "een vorstelijke 2,46 miljoen dollar" op van "een van de armste landen." Of het dumpen van zwaar gesubsidieerde tarwe en rundvlees overschotten uit de VS en de EU in Mali, Burkina Faso en Togo, waarmee de eigen productie van deze machtige Sahel-concurenten weggevaagd wordt. Of de bezorgdheid voor de staalindustrie van de VS wegens de import uit Trinidad-Tobago.46


"Ministers van FinanciŽn uit de Derde Wereld die met zoveel moeite hun budgetten moeten opstellen uit de aanhoudende tekorten, zijn met name verbitterd door de weigering van de industriŽle landen" om zich aan de regels te houden, vermeldt de Financial Times. "Als antwoord op de somberheid" in het Zuiden betreurde de president van de Wereldbank, Lewis Preston, de methoden van de geÔndustrialiseerde landen, die eisen dat de Derde Wereld "de lasten dragen van de structurele aanpassing in de rijke landen evenals in hun eigen land" en die herhaaldelijk weigeren hun beloften na te komen om de protectie te verminderen en hulp te geven. Na een vergadering van hoge regeringsambtenaren van de donorlanden, "zeggen de wereldbank functionarissen openlijk" dat "ze zich weer niet aan hun beloften" zullen houden. Zelfs "ooit genereuze donoren zoals Zweden" zijn aan het beknibbelen, terwijl van de "minder genereuze landen zoals de VS en Groot-BrittanniŽ, Ö wordt aangenomen dat ze nog minder zullen geven," nog minder dan het beetje dat ze gaven. Een vergadering van niet-gouvernementele organisaties (NGO's) komt ondertussen tot de conclusie dat "door Wereldbank en IMF opgelegde Structurele Aanpassingen een ramp zijn geweest voor de arme mensen met werk in meer dan 100 landen," die gedwongen werden "om hun markten te openen voor een stroom van goedkope importen" terwijl de rijken weigeren "om hun subsidies, quota's en hoge tarieven" af te schaffen." Het resutaat is "een 'meedogenloze' verlaging van lonen en levensstandaarden" en een afschaffing van sociale programma's, waarbij de gevolgen toenamen naarmate deze agenda in het laatste decennium of langer werd ingevoerd.47


De instituties van "de nieuwe heersersklasse" die nu "grote delen van de ontwikkelingswereld en Oost-Europa besturen," moedigen hun cliŽnten aan "om het juiste hervormingsbeleid" te volgen, vervolgt Morgan. Ze moeten nauwgezet het beleid vermijden dat leidt tot succesvolle ontwikkeling, zoals in het geval van Engeland in de 17e eeuw tot aan de Oost-Aziatische "kleine draken" van vandaag de dag. Ze moeten zich houden aan het "juiste hervormingsbeleid" dat zo ontzettend gunstig is geweest voor de internationale heersersklasse, en voor zo weinig anderen. En wanneer de economische overheersing niet voldoende is als "aanmoediging" voor het juiste gedrag, dan kunnen we altijd de veiligheidstroepen er nog eens loslaten.


De smeulende economische crisis heeft de heersers, uiteraard, niet onaangetast gelaten. Maar zij kunnen de hulp inroepen van de staatsmacht om hen te verlossen. Toen de Continental Illinois Bank and Trust in 1984 op instorten stond, werd van de regering verwacht dat zij hierop een antwoord hadden, hetgeen leidde tot "de grootste nationalisatie in de Amerikaanse geschiedenis" (Howard Wachtel). De directeur die verantwoordelijk was voor de ramp, Roger Anderson, werd gestraft met een benoeming bij de Federale Advies Raad, waar hij de officiŽle adviseur werd van de directeur van de National Reserve, Paul Volker, die had geweigerd om zijn autoriteit en disciplinaire vermogens aan te wenden in de zich ontvouwende crisis. Wanneer de ineenstorting van het Olympia and York onroerend goedimperium inderdaad de door de banken aanvankelijk gevreesde 3 miljard dollar aan verliezen zal opleveren, dan zal van de belastingbetaler verwacht worden om op gepaste wijze op te treden. Strakke bezuinigingen zijn misschien de juiste oplossing voor Latijns-Amerikaanse boeren, Poolse arbeiders en de vergeten mensen in de getto's van Los Angeles, maar niet voor de mensen die tellen.48


De regering heeft eveneens de plicht om muren van protectie op te bouwen als dat noodzakelijk is: bijvoorbeeld om de Amerikaanse staalindustrie, die in de eerste plaats al kon ontstaan dankzij protectiemuren, de mogelijkheid te bieden om weer op krachten te komen door sinds 1982 de staalimport te beperken tot 20 procent van de markt. Tegelijkertijd heeft ze de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid om de vakbonden te ondermijnen, zodat de nieuwe "lage-kosten, niet-vakbond-gelieerde fabrikanten" hun werknemers tussen de helft en een derde hoeven te betalen van wat de staalarbeiders hadden bereikt na een eeuw van bloedige strijd. Op die wijze kun je "een toonbeeld" worden, in de bewonderende woorden van de Economist, die door de New York Times worden overgenomen bij hun lofzang op de successen van het "decennium van protectie tegen geÔmporteerde staal" en het gebruik van de "niet-vakbond-gelieerde arbeidskrachten" om de kosten omlaag te brengen.49


Een van de belangrijkste successen van het nieuwe koloniale tijdperk is dat de bevolking nog meer wordt gemarginaliseerd, hetgeen de weg vrij maakt voor het gebruik van verheffende retoriek over onze democratische idealen zonder het gevaar te lopen dat de verkeerde mensen het serieus nemen. De wereldheersers kunnen nu handelen met minder restricties, meer coŲrdinatie en centrale leiding, en minder bemoeienis van het gepeupel, die niet alleen geen enkele invloed hebben op de door de heersers genomen besluiten (het grondprincipe van een kapitalistische autocratie), maar zich er zelfs niet bewust van zijn. Wie is er op de hoogte van de belangrijke besluitvorming van de GATT onderhandelaars of van het IMF, waarvan de gevolgen merkbaar zijn over de hele wereld? Of de multinationals en internationale banken en investeringsfirma's die een overheersende invloed hebben op de productie, handel en de levensomstandigheden van de hele wereld? Het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) zal grootschalige consequenties hebben (een goudmijn voor investeerders, hoogstwaarschijnlijk een ramp voor arbeiders en het milieu). De inhoud is onbekend. Het Arbeid Adviesorgaan (Labor Advisory Committee) heeft volgens de wet het recht en de plicht dit soort maatregelen te beoordelen, maar de tekst werd ook voor hen geheim gehouden tot ťťn dag voordat zij hierover een rapport moesten inleveren. Het congres deed afstand van zijn verantwoordelijkheid. Burgers weten van niets.50


In de afgelopen honderd jaar bleven de democratische denkbeelden van de elite beperkt binnen een nauw spectrum. Aan het ene uiteinde vinden we de vrijdenker John Locke die vindt dat het de bevolking niet moet worden toegstaan om te discussiŽren over regeringsaangelegenheden, hoewel ze er wel kennis van mogen nemen; de moderne variant hiervan is toeschietelijker (zie het eerste hoofdstuk). Aan de andere kant hebben we de etatistische reactionairen van het type Reagan ("conservatieven"), die zelfs het recht om kennis te nemen van wat hun leiders bekokstoven verwerpen en om dat te bereiken illegale staatspropagandabureaus opzetten, voorstander zijn van grootschalige clandestiene operaties, het vrijgeven van informatie (zelfs uit het verre verleden) tegenwerken, en op andere manieren het staatsapparaat beschermen tegen kritischee blikken. De censuur werd onder Reagan zelfs zo ongehoord, onder meer het doen verdwijnen van archieven en documenten, dat de voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van Buitenlandse Zaken uit protest aftrad. Het nieuwe koloniale tijdperk wordt gekenmerkt door een voortgaande opschuiving in de richting van het autoritaire uiterste van formele democratische praktijk.51


Het is niet zo dat de bevolking niet door heeft wat er gebeurt, maar het beleid van afzondering en afbraak van organisaties is succesvol geweest zodat de reacties warrig en zelf-destructief zijn: vertrouwen in belachelijke miljardair-verlossers, mythes over een onschuldig verleden en nobele leiders, religieus en chauvinistisch fanatisme, samenzweringssektes, ongericht skepticisme en teleurstelling Ė een gevaarlijk brouwsel dat in het verleden zelden goede dingen tot gevolg heeft gehad.


Hyper-Noten

1 Voor details en verwijzingen zie TTT, PI, DD. Over Kennan en andere beleidsdocumenten zie TTT, hfdst. 2.2, PI, Lezing I.

2 Green, Containment, VII.2. Zie hfdst. 7.1, Year 501.

3 Cumings, Origins, 172-3. Over de neerbuigendheid aangaande vooruitzichten voor Japans, zie DD, 337-8. Ibid., hfdst. 6 en "Afterword," over het Midden-Oosten; en TNCW, hfdst. 8. De Britten en Dulles, Stivers, Supremacy, 28, 34; America's Confrontation, 20f.

4 DD, 49-51, 27; en de rest van DD.

5 Ibid., 259; TTT, 270; COT, 219-221; NI, 71-2. Kissinger, TTT, 67-8.

6 DD, 395. Russell, Practice and Theory, 68.

7 Gleijeses, Shattered Hope, 365. Foreign Relations of the United States, 1952-1954, Vol. IV, 1131ff.; dit was het enige bewijs dat ter sprake kwam. De minister van Justitie beriep zich op "zelfverdediging en zelfbehoud" ter rechtvaardiging van een blokkade die in strijd was met het internationaal recht. Memorandum van een NSC discussie, 27 mei 1954.

8 APNM, 33ff.; TNCW, 67-9, 89-90.

9 Friedman, NYT, 7 juli 1991. Iraakse democraten, DD, hfdst. 6.4, "Afterword," deel 4, en eerdere artikelen in Z magazine.

10 Friedman, NYT, 24 juni 1992; Haberman, NYT, 28 juni 1992; zie Nabeel Abraham, Lies of Our Times, september 1992. Over de VS-versus-het vredesproces, en de achtergronden, zie DD, "Afterword"; voor de vroegere geschiedenis, TNCW, FTR, NI. Over officiŽle politieke correctheid, zie Herman, Decoding Democracy.

11 Eisenhower geciteerd door Richard Immerman, Diplomatic History (Zomer 1990). John Foster Dulles, Telephone Call to Allen Dulles, 19 juni 1958, "Minutes of telephone conversations of John Foster Dulles and Christian Herter," Eisenhower Library, Abilene KA.

12 Leffler, Preponderance, 258, 90-1. TNCW, hfdst. 8, 11; DD, hfdst. 1, 6, 8, 11. Frank Costigliola, in Paterson, Kennedy's Quest. Over Japan, zie Schaller, American Occupation. Zie verwijzingen in noot 16.

13 Leffler, Preponderance, 71. Jeffrey-Jones, CIA, 51. Pisani, CIA, 106-7. Zie hfdst. 1.2, Year 501. Nicaraguaanse verkiezingen, MC, NI, DD. DD, hfdst. 11, over de VS en ItaliŽ, in de context van de algemene strijd die er werd gevoerd om de dreiging van democratie in de industriŽle landen na de Tweede Wereldoorlog af te wenden.

14 Pisani, CIA, 114f., 91f. Chace, NYT Magazine, 22 mei 1977. Over de rassistische houding ten aanzien van de "spaghettivreters" in de interne en publieke verslaggeving, zie DD, hfdst. 1.4, 11.5.

15 Stimson; Kolko, Politics, 471. Wood, Dismantling, 193, 197 (citeert Woodward, persoonlijke brief; Dreier, The Organization of the American States (1962)). Pastor, Condemned, 32, zijn beklemtoning.

16 Leffler, Preponderance, 165. Voor vroegere discussies over deze zaken zie bijvoorbeeld AWWA, inleiding; essays van Gabriel Kolko, Richard Du Boff, en John Dower in PP V; FRS, 31ff. Belangrijke recente studies waaronder Borden, Pacific Alliance; Schaller, American Occupation; Rotter, Path to Vietnam. Leffler's zeer bruikbare studie, waarin veel recent werk wordt samengevat en veel belangrijke nieuwe informatie is toegevoegd, geeft deze manier van denken een plaats binnen het algemene kader van de beleidsplanning in de tijd van Truman. Het recente wetenschappelijke werk bevestigt in grote lijnen het pionierswerk van Gabriel en Joyce Kolko 20-25 jaar geleden en bouwt dit nog verder uit. Voor een gedeeltelijke update, zie Kolko, Confronting. Zie ook DD, hfdst. 1, 11, en de daar geciteerde bronnen.

17 South Commission, Challenge, 216ff., 71f., 287.

18 Kissinger, American Foreign Policy; Leffler, Preponderance, 17, 449, 463.

19 Ibid., 282f.

20 Ibid., 284, 156. Acheson, Kennan, geciteerd door Gaddis, Strategies, 76.

21 Leffler, Preponderance, 117, 119. DD, hfdst. 11. Over "agressie" zie FRS, 114f.

22 Costigliola, in Paterson, Kennedy's Quest, met een citaat van Theodore Sorenson; ook George Ball. Wachtel, Money Mandarins, 64f. Over Kennedy en Vietnam, zie RC. Over het effect van het "internationale militaire Keynesianisme" na de mislukkingen van de hulpprogramma's, zie met name Borden, Pacific Alliance; DD, hfdst. 1, voor andere bronnen en commentaar.

23 Garthoff, Dťtente, 487f.

24 Passages, NYT, 8 maart; Patrick Tyler, NYT, 8, 11 maart; Barton Gellman, WP Weekly, 16-22 maart 1992.

25 Patrick Tyler, NYT, 24 mei 1992. Frederick Kempe, "U.S., Bonn Clash Over Pact with France," WSJ, 27 mei 1992.

26 Zie DD, inleiding. Christopher Bellamy, International Affairs, juli 1992.

27 Strange, International Economic Relations of the Western World (1976), geciteerd in Wachtel, Money Mandarins, 79; 137, over winstgevendheid.

28 Ibid. Du Boff, Accumulation, 153f.; Calleo, Imperious Economy, 63, 116, 75.

29 Zie met name Rand, Making Democracy Safe; en over de gevolgen zie mijn in 1977 gepubliceerde artikel in TNCW, hfdst. 11; ook hfdst. 2. DD, hfdst. 6.1. Zie ook Yergin, Prize.

30 Zie DD, 98, over kapitaalvlucht.

31 NI, 84f., Appendix IV.4. DD, hfdst. 6, "Afterword," sectie 5; mijn essay in Peters, Collateral. UNESCO, Preston et al., Hope & Folly.

32 TTT, hfdst. 5, en de daar geciteerde bronnen; NI, hfdst. 1. LAT, Extra! (FAIR), juli/augustus 1992, De zes maanden voor de Rodney King uitspraak in april 1992. Maynes, redacteur, Foreign Policy, Zomer 1990.

33 G. Rees, Alain BesanÁon, Encounter, december 1976, juni 1980.

34 Zie verderop hoofdstuk 7; DD, hfdst. 7. Nancy Wright, Multinational Monitor, april 1990, geciteerd in Gar Alperovitz en Kai Bird, Diplomatic History, Lente 1992. Zie eveneens James Petras, Monthly Review, mei 1992.

35 Fitzgerald, Between. Foreign staff, "US and Japan shy from investing in UK," FT, 25 september 1992.

36 Marc Fisher, "Why Are German Workers Striking? To Preserve Their Soft Life," WP service, IHT, 4 mei; Andrew Fisher, FT, 20 mei; Christopher Parkes, FT; Kevin Done, FT, 24 september (GM); FT, 4 juni 1992. Elaine Bernard, "The Defeat at Caterpillar," ms. Harvard Trade Union Program, mei 1992.

37 Sexton, War on Labor, 83f. Zie hfdst. 11, Year 501.

38 Barnaby Feder, NYT, 25 mei 1992.

39 Jim Stanford, "Going South: Cheap Labour as an Unfair Subsidy in North American Free Trade," Canadian Centre for Policy Alternatives, december 1991; Andrew Reding, World Policy Journal, Zomer 1992. Edward Goldsmith, Mark Ritchie, The Ecologist, nov/dec. 1990; Watkins, Fixing, 103-4. [Brief amicus curiae of Government of Canada], US Court of Appeals, "Corrosion Proof Fittings, et al., vs. EPA and William K. Riley," 22 mei 1990. Zie hfdst. 3, n. 43, Year 501.

40 "Oorlog tegen drugs" en media, DD, hfdst. 4; hfdst. 7, over een vergelijkende studie. Jonathan Kaufman, BG, 26 mei 1992.

41 Bob Hohler, BG, 26 mei 1992.

42 "Interview," Multinational Monitor, mei 1992.

43 Reding, op. cit.

44 Rose Gutfeld, WSJ, 27 mei 1992.

45 Arthur MacEwan, Socialist Review, juli-dec. 1991; Du Boff, Accumulation; Wereldbank, Global Economic Prospects and the Developing Countries 1992, geciteerd door Doug Henwood, Left Business Observer, No. 54, 4 augustus 1992; Watkins, Fixing, 5, 24.

46 Wereldbank, in Trůcaire Development Review (Catholic Agency for World Development, Dublin, 1990); Chakravarti Raghavan en Martin Khor, Third World Economics (Penang), maart 16-31 1991; Economist, 25 april 1992; Watkins, Fixing, 75, 49, 64; Frances Williams, FT, 11 juni 1992; Kent Jones, Fletcher Forum, winter 1992. Over protectionisme onder Reagan, zie DD, hfdst. 3; en voor uitvoerige details, Bhagwati and Patrick, Aggressive Unilateralism; Bovard, Fair Trade Fraud.

47 George Graham, FT, 25 september; Nancy Dunne, FT, 24 september 1992.

48 Wachtel, Money Mandarins, 146; Greider, Secrets, 521f. FT, 16 en 17 mei 1992.

49 Economist, 16 mei; Jonathan Hicks, NYT, 31 maart 1992.

50 Preliminary Report, LAC, 16 september 1992.

51 DD, hfdst. 12; Wilbur Edel, "Diplomatic History State Department Style," Political Science Quarterly, 106.4 1991/2.



Met dank aan Noam Chomsky.

Inhoud
Bibliografie en Afkortingen
NoamChomsky.com
Noam Chomsky Archive





Terug